Hola padres, familia, amigos y amigas,
Eigenlijk was ik niet meer van plan iets te gaan schrijven, maar aangezien ik nogal wat tijd moet doden voor mijn vlucht gaat, toch nog een verhaal vanaf locatie! Het einde is nu bereikt en eigenlijk heb ik daar ook wel behoefte aan. Normaal gesproken voel je het bij een drieweekse vakantie de laatste drie dagen de drang naar huis te gaan. Nu ben ik ruim 5x zo lang weg geweest, maar die drang kwam ongeveer op het zelfde moment. Al drie weken wil ik wel naar huis, gelukkig had ik nog twee hele belangrijke en prachtige dingen voor de boeg: Inca Trail & Machu Pichu en de Peruaanse Amazone!
Ik begin nog even in Arequipa, voor het idee: het is 17 april, zondag, Palmzondag om precies te zijn. Wat het precies inhoudt weet ik niet, zoveel bijbelkennis heb ik helaas niet, maar het is precies een week voor Pasen. Volgens mij is het de intocht van Jezus in Jeruzalem, maar ik kan gecorrigeerd worden! Aangezien Peru een op-en-top katholiek land is, wordt dit uitgebreid gevierd en vormt het ´t begin van de heilige week, Semana Santa, die eindigt met Paaszondag. Buiten het internetcafé had zich op het centrale plein van Arequipa een grote optocht gevormd, waarin Jezussen, Marias en religieuze symbolen werden meegetorst. Bijzonder om te zien en eigenlijk een beetje Lourdes-achtig. Veel tijd om na te genieten hadden we niet, we moesten vroeg de nachtbus naar Cuzco pakken. Dit was met de volgens Jesus (nu de gids, niet de profeet) de beste busmaatschappij van Peru, Cruz del Sur. Hij had weinig teveel gezegd: prachtige stoelen (bijna fauteuils), die praktisch horizontaal konden, eten en een goede film. Voor een impressie: http://www.cruzdelsur.com.pe/suite.php.
Om 5 uur in de morgen kwamen we in Cuzco aan, ik had weinig geslapen en onze kamers in het hotel waren nog niet gereed. Eerst dus een korte tour met Jesus door Cuzco, waarna we rond 8 uur de kamer in konden en sliepen tot een uur of 11. De rest van de dag rustig aangedaan, lekker geluncht, drankje gedaan en door de stad geslenterd. Om 3 uur was voor het selecte gezelschap voor de Inca Trail (Deense Maiken en Louise, Brit Chris en mijzelf) de briefing. De rest van de groep (Noor Yngve, Britse Jenni & Sophie en Oostenrijkse Sabrina) zou de Salkantay-trek doen, Lisa de Lares-trail. De briefing was kort en bondig, gids Miguel was duidelijk een man van weinig woorden. We zouden 7 porters met ons hebben en we mochten 7 kilo aan bagage aan ze mee geven. Na de korte briefing waren we weer vrij, maar nog steeds moe en besloten vroeg naar bed te gaan. Mijn vertrek stond gepland voor half 6 de volgende morgen!
De wekker ging erg vroeg, het water bleek uitgevallen te zijn, maar gelukkig net weer te lopen voor mijn douche. Het begon met een ritje van ongeveer 1,5 uur naar Ollantaytambo, een dorpje groot geworden door toerisme van mensen op weg naar Macchu Pichu en met enkele prachtige Inca-ruïnes op de hellingen rondom. Hier werden inkopen gedaan (waaronder een stok voor slechts 3 Sol, handig voor met name bij het afdalen) en daarna reden we nog een 15 km door naar het beginpunt, Piscacucho. Hier hebben we vooral 1,5 uur doorgebracht in de wachtrij om de trail op te komen en tegen een uur of half 11 konden we de brug oversteken, over de Urubamba-rivier, en de Inca Trail was begonnen! De eerste dag was relatief eenvoudig. Het beginpunt ligt op 2600 meter hoogte, onze eerste camping op 3000 meter. Het landschap bestaat hier voornamelijk uit struikgewas met cactussen, eindigend in een vallei met wat nevelwoud. Met de enorme drukte viel het mee, elke dag lopen ¨slechts¨ 120-130 toeristen de Inca Trail. Aangezien zich dat tijdens het wandelen aardig uitspreidt, merk je er weinig van. Her en der zitten nog wel indigena´s met flesjes water en snacks, om de wandelaars van energie te voorzien. Na een wandeling van 2 uur kwamen we aan bij de lunchplek, waar de porters twee tenten hadden opgezet (een kook- en een eettent) en ons een heerlijk maal voorschotelden. Tegen 5 uur kwamen we aan bij de eerste camping, Wayllabamba, waar onze tentjes waren opgezet en we even tijd hadden om uit te rusten van de ongeveer 12 km lange wandeling. Na het avondeten was de pijp snel leeg en rond 8 uur lagen we dan ook in onze tentjes.
Om half 6 werden we gewekt door onze porters met een kopje thee, getrokken van coca-bladeren. Dat helpt tegen de hoogteziekte, maar is na een koude nacht vooral een lekkere opwarmer. Na het ontbijt begonnen we aan de zwaarste dag. Na 2 uur flink doorlopen en 700 meter te stijgen. Inmiddels waren we wat verspreid geraakt: Maiken en Louise liepen achteraan, Miguel in t midden en Chris en ik vooraan. Toen ik even stopte, raakte Chris mij kwijt, dacht dat iedereen op de rustplaats al weg was en liep door. Niets was minder waar, hij was nummer 1. Een dikke 10 minuten later kwamen de rest (wij) aan bij de rustplaats, Miguel wist Chris gelukkig nog te spotten op de weg naar boven. Louise, Maiken en ik namen daarentegen wel een ruime pauze, om energie te vergaren voor de hoogste pas van de trail, Warmiwañusca oftewel Dead Woman´s Pass. Vanaf de rustplaats nog 500 meter stijgen, erg stijl in een klim van 1,5 kilometer, naar een adembenemende 4200 meter hoogte. Na het begin stond ik in 45 minuten boven, ik kon merken dat 3,5 maand in Zuid Amerika, waarvan vele weken boven de 2,5 km hoogte, mij een goede conditie hadden gegeven. Op de pas stond Chris luidt juichend te wachten, hij was er al minstens een half uur en redelijk door de hoogte bevangen. Na iets teveel op coca-bladeren gekauwd te hebben (die je hersens weer zuurstof geven en verkwikkend werken) stuiterde hij op en neer. Een kwartier na mij was Louise er ook, nog een kwartier later was Maiken er om gezamelijk te poseren voor het bordje. Het lastigste punt was gehad, 1200 meter stijgen in 5 kilometer wandelen! Een gemiddeld stijgingspercentage 24% over enorm hoge Inca-traptreden.
Hierna begon de afdaling van 5km naar ons volgende kampement, op 3600 meter hoogte. Dat afdalen over Inca-traptreden nog niet meevalt, bleek nu. Met pijnlijke en piepende knieën kwamen we aan bij het kamp, behoorlijk moe van zoveel stijl stijgen en dalen. Na de lunch kroop de rest in de tent om te slapen, ik ging nog een wandeling van zo´n 5km lopen. Tegen 6en was ik terug en kon meteen aanschuiven voor het avondeten. Na het eten genoten we van de volstrekt heldere hemel, met een duizelingwekkend aantal sterren. Na een uur genoten te hebben van de sterren, kropen we in onze bedjes. Van 9 tot 11 kon ik goed slapen, maar ik werd om 11 uur wakker van de enorme kou. Het was misschien 2,3 graden boven nul en als je eenmaal koud bent, wordt je niet meer warm, zelfs niet met muts, handschoenen, lange onderbroek en fleece aan.
Nauwelijks geslapen dus, harde grond en net toen ik weer sliep, kwamen de porters met een lekker kopje thee. Weinig slapen dus, maar er moest vandaag wel 16 km gelopen worden. Bovendien had ik een pijnlijke knie, vermoedelijk van een combinatie van stijl dalen, een harde grond en de kou. Dat wordt nog leuk. Gelukkig viel het reuze mee, was ik vlot bij de eerste pas en in flinke pas liep ik door naar het volgende stoppunt, de ruïnes van Sayaqmarca. Hier spendeerden we ruim een half uur. Inmiddels was het landschap vooral páramo, het vochtige grasland van de hoge Andes, met her en der de sprookjesachtige Polylepis(¨Veelblad¨)-bosjes. Vlakbij de ruïnes was onze lunchstop, waar weer een heerlijk maal op ons wachtte. Na de lunch was het voornamelijk op en neer naar de volgende pas op 3700 meter hoogte, vanaf waar de stijle (en dan bedoel ik écht stijle) afdaling naar de laatste camping op 2500 meter begon. Al snel veranderde de páramo in subtropisch nevelwoud en na 1,5 uur dalen kwamen we aan bij de prachtige terassen van Wiñay Wayna. Om 4 uur kwamen Chris en ik als eerste bij het kamp aan, onder luid applaus van de porters, die natuurlijk met hun zware last veel eerder gearriveerd waren. Hier hadden we ons laatste eten, praatten nog lang met onze uitstekende, humoristische gids Miguel en sliepen rond een uur of 9. Morgen zou het echte doel bereikt worden, Macchu Pichu!
Al om half 4 moesten we op, omdat de dragers met al het materiaal om half 6 de trein beneden bij de rivier moesten pakken. Half wakker werd de tent bijna boven ons hoofd afgebroken en om half 5 sprintten de dragers de paden af. Wij moesten nog een uur wachtten, want de poort zou pas om half 6 open gaan. Inmiddels regende het lichtjes, de nacht ervoor was de hemel opengebroken. Welkom in het nevelwoud! De wandeling naar de befaamde Sun Gate (Intipunku), waarvandaan je voor het eerst Macchu Pichu kan zien, was erg nat. Het regende vrijwel constant en het lopen was voornamelijk in file, wat erg vervelend is als je veel sneller wilt dan je voorganger. Te langzaam lopen is ook niet goed. Bij de Sun Gate bleek het door de regen enorm mistig (al was het wel droog): er viel misschien 20 meter ver te kijken. Het was zo mistig, dat de llama aan de andere kant van de ruïnes soms niet te zien was. Na een half uur vruchteloos wachten besloten we verder te gaan en na een uurtje, rond half 8, bereikten we eindelijk Macchu Pichu: nog volledig in de mist en met relatief weinig toeristen. Felicitaties van Miguel, want we hadden de Inca Trail volbracht en ik durf te zeggen: het absolute hoogtepunt van mijn reis! Voor formele redenen moesten we eerst het terrein af, om vervolgens weer binnen te komen. De welverdiende koffie bij de poort smaakte prima, maar het viel ons al wel op: wat een toeristen! Vanwege de feestweek van de Peruanen was het extra druk en er zouden naar schatting 2500 mensen naar binnen gaan. Voor het idee, in het oude Macchu Pichu woonden 2000 mensen!
Rond een uur of 9 nam Miguel ons mee voor een rondwandeling over de inmiddels zonbeschenen ruïnes. Met Miguels informatie was het bijzonder interessant en Macchu Pichu is erg prachtig, maar het aantal toeristen is stuitend (ok, ik ben er zelf ook). En toeristen zijn niet erg, maar wel toeristen die geen enkel idee hebben waar ze zijn. Lopend langs vele andere tourgroupen was het stuitend om te horen hoe weinig mensen echt wisten waar ze waren. Peru is een prachtig land, maar het is helaas zo populair dat het ook mensen aantrekt die beter in Spanje op het strand kunnen liggen. ¨Ignorant¨ is in het Engels het juiste woord. Op de ruïnes maakten we nog de obligate toeristenfoto op het ¨postcard point¨ en we kwamen Lisa met haar groep nog tegen, die net aan de rondleiding begonnen.
Rond twaalven hadden we het wel gezien, pakten de bus terug naar Aguas Calientes (Macchu Pichu Dorp). Ik weet nog de foto´s van heit, die hier ruim 30 jaar geleden was en toen het dorp al toeristisch vond. Wat je nu zag, tart alle beschrijving. Een dorp vol restaurants, hotels en toeristenwinkels, zonder praktisch één gebouw zonder een toeristische bestemming. Met alles wat er bij toerisme hoort: slappe pizza´s, waterige koffie, goedkope toeristenmenu´s met belabberde kwaliteit en hoge prijzen. Bij de lunch vierden we het afronden van de trail met een welverdiend biertje, wat ook meteen goed aankwam. In het hotel zo snel mogelijk een douche gepakt, de eerste na 4 dagen en hoognodig. Gelukkig had ik nog schone kleren! Na het opfrissen wat aangeklungeld en ´s avonds met z´n 4en en Lisa ondervonden dat de toeristenmenu´s ook inderdaad waardeloos zijn. Vroeg naar bed, de volgende dag zouden we met de trein teruggaan.
Omdat de trein pas om 11 uur zou gaan, spendeerde ik de eerste uren van de dag langs de Urubamba-rivier met het zoeken naar vogels. Om 11 uur pakten we de trein terug, een prachtige rit langs de Urubamba-rivier naar Ollantaytambo. Na een uurtje stopte de trein tot ieders verbazing. We kregen een schattige lunch geserveerd, duidelijk gericht op het hogere publiek. Daarna kwam er een man verkleed als lokale duivel een belachelijke show opvoeren en tot overmaat van toeristische, genante ramp voerden de steward en stewardess een modeshow op met kleding van alpaca-wal. Dit stemde de Chinezen tot tevredenheid, die overigens verder een totale desintresse uitstraalden met veel slapen en games spelen op de iPad. Hoofdschuddend zagen wij dit aan, het volgende toppunt van genant toerisme. Gelukkig waren wij wel geïnteresseerd in het landschap en hingen genietend uit het raam. In Ollantaytambo werden we opgepikt door de taxi, die ons terugbracht naar Cuzco.
In Cuzco besloot ik met Lisa een kop koffie te nemen op het Plaza de Armas en te genieten van de smalle, kronkelende klinkerstraatjes die van Cuzco de charmanste stad van Zuid-Amerika maken. We ontdekten een Nederlands eetcafe, El Cholandes (http://www.el-cholandes.webs.com/). Overmant door nostalgie besloten we hier die avond te genieten van echte Hollandse snacks als Hollandse patat, bitterballen en kaassouflés, in een oranje decor met plaatjes van koeien, klompen en Beerenburg in de drankkast. Na deze vlaag van heimwee ging het kaarsje snel uit, de volgende dag (zondag 23 april) was er eindelijk gelegenheid om uit te slapen.
Na heerlijk uitgeslapen te hebben, besloten Lisa en ik te gaan ontbijten bij het immens populaire Jack´s Café. Elke dag staan er lange rijen om bij dit ultieme ¨gringo-café¨ in te komen, wij konden gelukkig aan de laatste vrije tafel aanschuiven. Jack´s Café was goed, maar rechtvaardigde niet waarom mensen hier soms tijden voor wachten om binnen te komen: er zijn genoeg andere leuke, lekkere en goedgeprijsde zaakjes in Cuzco. Daarna besloten we naar Christo Blanco, het grote Jezus-beeld boven de stad te gaan voor een prachtig uitzicht op Cuzco. Hier hadden we een goed uitzicht op de belangrijke Inca-ruïnes van Saqsaywayman, maar acute ruïne-moeheid na ruim 3 weken Peru zorgde ervoor dat we een bezoek aan ons voorbij lieten gaan. ´s Avonds was het laatste gezamelijke avondeten, want maandags zou de groep in 3en splitsen. Maiken, Louise, Chris en ik zouden naar de jungle gaan, Yngve, Sabrina, Jenni en Sophie vervolgende de reis naar Puno en Lisa zou alleen verder reizen naar Bolivia. Chris en Maiken waren echter te ziek om mee te komen en Louise haakte tijdens het eten af. In het chique-restaurant genoot ik van een werkelijk perfect gebakken alpaca-steak voor omgerekend 9 euro. Voor Peruaanse begrippen duur, maar voor de kwaliteit echt een koopje! Hier namen we ook alvast afscheid van onze fantastische gids Jesus, die in de afgelopen twee weken ons fantastisch had geholpen, voor goede sfeer had gezocht. Overladen met ruime fooien, want ¨going Dutch¨ betekent misschien dat je geen fooi geeft, als je echt goede service krijgt dan zijn we heus niet zuinig.
De volgende dag werd ik wakker en zag twee lodderigkijkende Deenses in de lobby. Jesus had flinke wallen van het weinige slapen, want het was een hectische nacht geweest. Chris had al in Lima een bacterie opgelopen en was wederom flink ziek geworden. In de nacht was er een dokter gekomen, die hem praktisch had verboden naar de jungle te gaan. Omdat ook Maiken en Louise ziek waren, kregen die ook een bezoek van de dokter, maar beide kregen slechts het advies na te denken om niet naar de jungle te gaan. Ik zou toch niet helemaal alleen gaan?! Gelukkig liep het zo´n vaart niet, beide waren enigszins hersteld en gingen mee, maar Chris bleef in Cuzco. Jesus was duidelijk van slag om hem zo alleen achter te laten, Chris kwam ons met een snik in z´n stem gedag zeggen (de jungle was de grote reden naar Peru te komen) en eigenlijk kregen wij van het zien van hem ook een brok in de keel. Lijkbleek, zich duidelijk groot houdend, maar enorm gedesillusioneerd. Gelukkig bleef Lisa tot een uur of 9 ´s avonds in Cuzco, zodat ze hem in de gaten kon houden en hij nog niet helemaal alleen was. Om half 9 in de morgen vertrokken Maiken, Louise en ik naar het vliegveld om het vliegtuig naar Puerto Maldonado te pakken.
Rond 11 uur waren we na een vlucht van zo´n 40 minuten midden in de vochtige, maar niet zo hete (een graad of 28) jungle. In het bureau van de reisorganisatie ontmoetten we onze groepsgenoten, een Canadese familie met een vriendelijke vader, een verschrikkelijke egocentrische en overdreven moeder, een chagrijnige en zich aan haar moeder ergerende dochter en haar vriend, die vooral totale desintresse uitstraalde. Gelukkig maakte onze enorm enthousiaste gids Paula (of Paulita, zoals ik haar liever noemde, omdat ze de jongste gids van de lodge was) veel goed. Na een rit van ongeveer een klein uur kwamen we aan bij de ¨haven¨, waar we in de kano stapten voor de 3 uur lange boottocht over de Tambopata-rivier naar de lodge (voor een impressie: http://www.perunature.com/tambopata-lodges/refugio-amazonas).
Op de boot kregen we onze lunch verpakt in een bananenblad: de organisatie wilde zo weinig mogelijk afval maken om zo ecologisch verantwoord te blijven. De boottocht leverde vele diersoorten op, waaronder brulapen, witte kaaimannen , capibaras (de grootste knaagdieren ter wereld) en dichtbij de lodge de grappige, bebaarde Dusky Titi Monkeys. Na ons geïnstalleerd te hebben in onze prachtige kamers (met slechts 3 muren, waardoor je vanuit de hangmat uitzicht had op de jungle om de kamers), schoven we om 7 uur aan voor het diner. Na het diner was er nog een korte zoektocht naar kaaimannen langs de rivier: we vonden vier. Om een uur of 10 doken we onze heerlijke bedden in, onder de klamboe, want veel muggen waren er wel.
Vroeg op vandaag, want we zouden naar de papegaaien ¨clay lick¨ gaan, waar papegaaien op een modderwand komen om modder te eten. Een unieke kans om ze te zien, want anders zie je ze vooral overvliegend. Helaas bleken ze zich niet aan de afspraak gehouden te hebben en was er praktisch niets te zien, zodat we rond 11 uur zonder resultaat terug waren in de lodge. Gezien de fikse hitte werd er een rustpauze ingelast tot een uur of half 4. dit tot grote onvrede van de Canadese moeder, die op hoge poten verhaal ging halen bij de manager. Het had effect, want om 2 uur vertrokken ze met Paulita voor een ander programma. Bij het avondeten zei ze dat ze ons niet wilde benadelen, maar waar voor haar geld wilde. Gelukkig liet ze niet toe dat wij ook meegingen, maar gelukkig besloten we geen aandacht aan haar te besteden. Ik besloot zelf in het bos rond te gaan lopen en dat leverde meteen leuke beesten op als agoutis en de zeer lastig te zien te krijgen tinamu.Wij gingen zelf naar de fruitfarm aan de overkant, waar op de lodge veel van haar vruchten en noten vandaan haalt. We proefden rijpe sterrevrucht (wat je in Nederland krijgt smaakt echt nergens naar!) en andere exotische vruchten als araza, kokosnoten en meer. Tegen de avond waren we terug, gelukkig hadden de Canadezen het ook leuk gehad, al viel dat alleen aan de vrolijke vader te merken.
De tweede en laatste volle dag in de jungle begon al om 4 uur, omdat Paulita met ons de zonsopkomst vanaf de ¨canopy tower¨ (een toren van 30 meter tot boven de boomkruinen) wilde bekijken. Naast een prachtig uitzicht over het regenwoud zagen we verscheidene ara´s langsvliegen. Hierna wandelden we naar een klein meertje, waar we even op peddelden en daarna terug gingen. Deze wandeling leverde erg veel fraaie beesten op, waarvan met name de nachtapen en de trompetvogel zelden gezien worden. Terug bij de lodge besloot ik nog wat rondjes door het bos te lopen voor en na de lunch, in de middag keerden we terug naar de canopy tower voor prachtige blikken op papegaaien en toekans.
Onze jungle trip zat er hier mee op, op donderdag pakten we om half 12 het vliegtuig terug naar Lima. Daar aangekomen nam ik afscheid van de laatste groepsgenoten, Maiken en Louise, met wie ik een hele leuke tijd had gehad. Op het vliegveld stond een taxichauffeur om me op te pikken en naar mijn hostel, Loki, te brengen. Met name Anne was hier erg enthousiast over geweest en het is het party hostel van Lima. Nu was ik vooral bezig met naar huis gaan en had weinig trek in feest, dus Loki en ik bleken geen gelukkig huwelijk. Al om 9 uur lag er een dronken kamergenoot half te kotsen van de bierspelletjes, de volgende morgen bleek iedereen enorm naar drank te stinken en niet uit bed te branden. De warme douche (in de jungle was het alleen koud) was echter goed en ik zou de volgende dag toch weg gaan, dus het was overkomelijk.
Vrijdag werd ik om 3 uur opgehaald door Wim ten Have, een Nederlander die al 13 jaar in Peru woont. Begonnen als ¨gewone¨ reisgids, begon hij na enkele jaren Tanager Tours, een vogelreisorganisatie. Inmiddels doet hij weinig meer, maar wilde mij voor een zacht prijsje nog wel meenemen voor een dagje in de Andes bij Lima. Na een rit van ongeveer 2 uur kwamen we aan bij ons onderkomen voor die dag, in het dorpje Santa Eulalia. Hier aten we bij de eigenaar en praatten tot diep in de nacht. De volgende dag was het echter al om kwart voor 5 weer opstaan, omdat we op tijd moesten zijn voor de eerste vogelactiviteit!
Na een 1,5 uur durende rit door het donker waren we bij de eerste vogellocatie, waar we ongeveer een uurtje spendeerden. Daarna reden we nog een dik uur omhoog, om daarna een uur of 3 te vogelen langs de weg bij het dorpje San Pedro de Casta. Rond een uur of 1 besloten we terug te keren over de slechte, onverharde weg. Bij het stijlste stuk merkte Wim dat zijn rem gek deed: om te kunnen remmen, moest hij de rem eerst volledig intrappen, om vervolgens langzaam te kunnen remmen. Dit zorgde ervoor dat de afdaling met enige horten en stoten ging: naast de weg, zonder vangrijl, gaapte het ravijn van tientallen meters diep. Gelukkig bleken de problemen veroorzaakt door de hoogte (Wims auto was niet nieuw meer en de hoogte doet gekke dingen met de vloeistoffen in een auto) en kon Wim me geruststellen. Eerder had hij me al gerustgesteld met de mededeling dat hij ook nog niet dood wilde, aangezien hij mijn gespannen blik en houding had opgemerkt. Rond 5 uur waren we weer terug in Miraflores, waar ik me installeerde in mijn privékamer voor de laatste nacht in Zuid-Amerika.
Goed, en dan is het zondag 1 mei. Om kwart voor 12 vanavond vlieg ik naar Houston, waar ik om half 6 aan zal komen. Dan is het een afschrikwekkende 10 uur later voordat mijn vlucht naar Amsterdam vertrekt, waarna ik om 8:20 uur op Schiphol ga landen. Op dinsdag wel te verstaan, na een dikke dag onderweg te zijn. Het is mooi geweest, ik heb fantastische dingen gezien, ik spreek nu redelijk Spaans, ik heb leuke, grappige, aparte en hele dierbare mensen ontmoet, ik heb wat meegekregen van de Zuid-Amerikaanse cultuur en veel over mijzelf geleerd. Ik ben blij dat ik veel dingen van te voren had geregeld met vastgelegd gezelschap, want ik ben niet helemaal het type om alleen te backpacken. Telkens dezelfde gesprekken voeren, nieuwe mensen ontmoeten, energie daarin steken, ze daarna nooit weer zien, het is niet helemaal mijn ding. En na 4 maanden trekt Nederland toch ook wel weer. Gelukkig heb ik een leuk vooruitzicht: 7 mei kan mijn voetbalteam, The Knickerbockers 8, kampioen worden. Dat belooft een groot feest te worden met studenten, bier, stropdassen, champagne en nog meer, ongetwijfeld heel veel bier. Een mooi besluit van 5 fantastische jaren bij de leukste studentenclub van Nederland en een prachtige thuiskomst!
Bedankt voor het lezen, maar stop niet met volgen. Ik zal ervoor zorgen dat er nog een hoop foto´s online komen en zal nog een laatste blog schrijven als alles een beetje bezonken is. Iedereen bedankt voor de reacties! Hasta luego, chau, buenas noches en wat niet meer!
Redmar
zondag 1 mei 2011
zondag 17 april 2011
Foto´s Peru
Weinig, want het is hier te traag om veel te uploaden, maar een impressie van Peru!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Peru?authkey=Gv1sRgCMS56qyduuHHYA#
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Peru?authkey=Gv1sRgCMS56qyduuHHYA#
Groepsreizen: slapen in de bus, woestijn, op hoogte én in hotels!
Hallo allemaal!
Vanuit een zonnig Arequipa mijn allerlaatste blog vanaf locatie. Nog maar 2,5 week en ik ga geen tijd meer vrijmaken om jullie met verhalen te vermaken: disculpa! Het is pas een week geleden dat ik een laatste blog plaatste, maar dat lijkt echt eeuwen geleden. Met het groepsreizen is het tempo opgevoerd, doe ik op 1 dag veel meer dingen en lijkt één dag wel een week te duren, zoveel indrukken doe ik op. Een korte bloemlezing van de week.
Allereerst begon het zondag erg vroeg met de briefing van de rondreis van Oasis. Dat het een Britse organisatie is, merkte je niet meteen. De groep bestaat uit een oudere Noor (nogal een karakteristiek figuur, beetje de sukkel van de groep zullen we maar zeggen), twee Deenses van eind twintig, een Oostenrijkse van 24, een Brit van 22, een Britse moeder en dochter en dus twee Hollanders, Lisa en ik. Reisgids is Jesus, uit Arequipa, die tot nu toe erg goed bevalt. Na de briefing (iedereen blijkt een andere tour te hebben, sommigen gaan door tot Puna of La Paz) blijkt dat ik de klassieke Inca-trail loop met de Brit Chris en Deensen Maiken en Louise. Zij gaan daarna ook mee naar de Peruaanse Amazone. Jesus neemt ons daarna mee voor een rondwandeling door het oude centrum van Lima, verder doen Lisa en ik niet zoveel. Gelukkig hebben we nog wel een mooi verhaal, want we worden vakkundig opgelicht. Dat dat nog gebeurt na 3 maanden in Zuid-Amerika.
We besluiten te gaan eten bij een pizzeria vlakbij het Plaza de Armas. We betalen met een briefje van 50 sol en lopen weg. Nu wordt elk briefje vakkundig gecheckt (in Peru zijn nogal wat valse soles en dollars in omloop), maar dit briefje was vers uit de geldautomaat, dus ongetwijfeld niet vals. We worden teruggeroepen door de kerel van het restaurant met het bericht dat het een vals briefje is en dat hij een ander wil. Ik weet meteen dat we in een klassieke truc zijn gestonken: de ¨beste¨ man heeft het briefje omgewisseld met een valse en wij staan voor een voldongen feit. We kunnen niet bewijzen dat het ons briefje niet is, dus besluiten eieren voor ons geld te kiezen en dan maar 50 sol (12,50 euro) te verliezen. Hevig chagrijnig dat dit ons gebeurd was, terwijl ik wist dat e dit kon verwachten, en met een onbehagelijk gevoel gaan we weer terug naar het hotel en besluiten maar binnen te blijven. Waar toeristen zijn, probeert iedereen van je te profiteren en daar wordt ik nu na 3,5 maand wel eens moe van.
De volgende morgen zijn we nog vrij en gaan we naar het Monasterio San Fransisco, waar we een rondleiding hebben door de verschillende zalen en catacomben. Met name de bibliotheek lijkt zo weggehaald te zijn uit Harry Potter: eeuwenoude boeken, rollen, vol stof en een overheersende lucht van oude boeken. Verder is het historisch centrum van Lima is niet heel erg bijzonder, dus gaan we niet veel verder meer doen. Om 1 uur pakken we de bus (gewoon, openbaar vervoer, het is immers een budget-reis) richting Paracas, waar we om een uur of half 6 zijn. Een werkelijk treurig plaatsje, bestaand uit hotels, restaurants en enorm stinkende visfabrieken. Hier gaan we naar een visrestaurant om te eten. Ik besluit de Peruaanse ceviche (rauwe vis in limoensaus) aan mij voorbij te laten gaan (ik kan proeven van reisgenoten en heb geen spijt). ´s Avonds is iedereen moe, dus snel naar bed want de volgende dag gaat de wekker al om 6 uur!
Vandaag een hele volle dag, met liefst 3 verschillende activiteiten. We beginnen met een vaartocht rond de Islas Ballestas, ook wel de ¨Poor mens Galapagos¨ genoemd en de enige reden dat je naar Paracas zou willen gaan. In een bootje vol toeristen varen we in 2 uur rond de eilanden met zeeleeuwen, pinguins en 1000en (wat zeg ik, 10.000en) Jan-van-Genten en aalscholvers. Iets te kort naar mijn smaak, maar wel vermakelijk. Daarna gaan we naar een pisco-proeverij. Pisco is de nationale drank, een soort cognac en gemaakt van druiven. Na een inspiratieloze rondleiding gaan we pisco proeven, het leukste gedeelte. Gezien de verzengende hitte en het niet misselijke alcoholpercentage (38%) knalt dat er aardig snel in. Misschien moet ik ook minder de drankgewoonte van de Zuid-Amerikanen overnemen. arriba, abajo, al centro, al dentro! (hand naar boven, naar beneden, naar het midden, naar binnen!)
We komen rond het middaguur aan in Huacachina, gringo-hoofdstad van Peru. Huacachina is een natuurlijke oase, iets ten westen van Ica, midden tussen de metershoge zandduinen (ook hier krijg ik weer enorme Namibië-flashbacks). Het bestaat volledig uit wat restuarants, hostels en meer van dat soort. Na de lunch hier gaan we met z´n allen in een grote sandbuggy, waarmee we door de zandduinen gaan crossen. Heel erg gaaf, net of je in een constante achtbaan zit. De chauffeur duikt af en toe bijna verticale duinen af en met name de Deenses gillen dat het een lieve lust is. Bij 4 duinen stoppen we om met een sandboard de duinen af te duiken. Niet zoals snowboarden, maar op je buik en het gaat retesnel. Ik duik enkele keren iets te snel de duinen af en dat levert mij aardige blauwe plekken en pijnlijke ribben op. Ik kwak een paar keer zo hard op mijn bord, dat alle lucht uit me geslagen wordt en ik houdt daar nog dagen last van. Dessalniettemin, bijzonder gaaf om te doen!
Na een mooie zonsondergang in de duinen komen we aan bij onze slaapplaats voor vannacht. Er is inmiddels een vuurtje gemaakt, het eten staat al klaar en de muziek schalt uit de boxen: we slapen vanavond midden in de woestijn, onder de sterrenhemel! Na een heerlijke barbeque en de nodige ¨Piscola¨(Pisco met cola), een salsa-les van Jesus, een vleugje lokale muziek van de gidsen, rollen van de duinen en in mijn geval keihard op mijn gezicht vallen, wikkelen we ons in de slaapzakken en vallen op het harde zand in slaap. Helaas slaap ik nauwelijks, maar de ervaring is wel erg gaaf.
Gewekt door de zon en nog stijf van het harde zand, gaan we vroeg weer naar Huacachina voor het ontbijt. Snel een douche nemen, om te proberen het zand uit haar, neus, oor en andere lichaamsdelen te wassen. We moeten om half 9 de bus naar Nazca, zo´n 2,5 uur zuidelijk, pakken en na een redelijk saaie busrit (veel meer dan gecultiveerde landbouwgrond en dorre woestenij is het hier niet) komen we in Nazca aan, waar we niet slapen maar wel een hotel tot onze beschikking hebben. Nazca is vooral beroemd vanwege misterieuze lijnen die her en der verspreid door de rotswoestijn liggen en dé manier om ze te zien is een vlucht. Dat is echter verschrikkelijk duur (alles bij elkaar meer dan 100 euro voor een half uurtje) en ik ga dat niet doen. Met de rest van de groep gaan we naar een uitzichtpunt, waar we 3 verschillende figuren (¨Hagedis¨, ¨Handen¨ en ¨Boom¨) goed kunnen zien. De verzengende hitte in Nazca vraagt om een duik in het zwembad van het hotel, wat we bij terugkomst ook doen. In de namiddag bezoeken we Chauchilla Cemetery, een enorme begraafplaats met tientallen mummies. Zoals gezegd, geen hotelovernachting, want we pakken de nachtbus naar Arequipa. Die is behoorlijk luxe en slapen gaat redelijk. Ik ben moe, maar niet kapot als we om 7 uur in Arequipa, Jesus´ hometown aankomen. Snel naar het hotel voor het ontbijt!
In Arequipa zitten we in een enorm hotelcomplex, La Casa de mi Abuela (het huis van mijn oma), met zwembad, ontbijtbuffet en flinke tuin. We mogen na het ontbijt even bijkomen, voordat we een rondleiding van Jesus door de stad krijgen. Arequipa is een erg charmante en fraaie stad, met fraaie koloniale gebouwen. We proeven het lokale ijsje (Queso Helado) en gaan daarna naar de lokale markt. Altijd leuk om de enorme variëteit aan fruit, kleding, vlees en andere dingen te zien. Jesus laat ons wat verschillende vruchten proeven, die soms ook nog lekker zijn! Na de rondleiding gaan we vooral uitrusten, ´s avonds eten we in een restaurant met ¨comida tipica¨, lokale gerechten. Veel gaan de cuy (cavia) proberen, ik houdt het bij de gevulde hete pepers. Met mijn grote bek zeg ik dat die wel extra scherp mogen, de toeristensmaak is vast te flauw. Nou, ik zal het weten. Al na 1 hap is al mijn smaak uit mijn mond verdwenen en ik eet nauwelijks meer, zo heet is het. De Inca Kola kan dat helaas niet blussen!
Inmiddels is het vrijdag en we staan vroeg op om naar Colca Canyon, de op 1 na diepste canyon ter wereld te gaan. Onze groep wordt aangevuld met een ouder Frans stel. De rit gaat eerst door het nationale park Salinas y Aguada Blanca, waar we de wilde Vicuñas (kleinere lamas) van heel dichtbij zien en een fraai overzicht krijgen van de hoge pampas van de Andes hier, de altiplano. We passeren 4900 meter, omringd door besneeuwde vulkaantoppen en dalen dan af in de Colca-vallei, tot een hoogte van 3600 meter waar we in ons prachtige hotel installeren. Het hotel is gebouwd in een soort traditionele stijl, met een prachtig uitzicht op de vallei. We storten ons op het lunchbuffet, wat uitstekend is en mogelijkheid geeft tot het proeven van alpaca (heerlijk!), quinua (graansoort) en meer. In de namiddag maken we een wandeling, maar de Franse dame is zo ongelovelijk traag en slecht ter been, dat de wandeling veel langer duurt dan gepland. Na de wandeling gaan we naar de termale baden, waar we heerlijk relaxen in kokend heeft water. ´s Avonds hebben we weer een ontbijtbuffet, maar de groep dunt sterk uit. De een na de ander heeft hevig last van de hoogte, Lisa en ik daarentegen niet. Dan merk je dat je toch wat meer geaclimatiseerd bent. Er moet soms zelfs zuurstof aan te pas komen!
Zaterdags gaat de wekker heel erg vroeg, want om half 6 staat het ontbijt al klaar. We vertrekken in het prille licht richting de grootste attractie van de canyon, Cruz del Condor. We lopen eerst een stukje langs het ravijn en al na 5 minuten ontdek ik de eerste condor beneden in het ravijn. We lopen rustig door en krijgen later een prachtige show van enkele condors die op enkele meters boven de aanwezige toeristen vliegen. En toeristisch is het, we staan met zeker 250 a 500 mensen naar de vogels te gluren. Grappig dat ook de niet vogelliefhebbers gefascineerd staan te klikken. Na de show rijden we langzaam terug naar onze lunchplaats, waarna we weer terugrijden naar Arequipa. Via enkele stops, waaronder op 4900 meter hoogte, zijn we weer in Arequipa, waar we opgewacht worden door Jesus met de magische woorden: ¨Ik heb niet zulk goed nieuws voor de Inca Trail¨. Gelukkig blijkt het nieuws mee te vallen (geen mudslides, aardbevingen of afgelastingen): we moeten een nacht langer in Aguas Calientes blijven, omdat er geen treintickets terug zijn. Dat is geen probleem, ik zag het al in duigen vallen! ´s Avonds proeven we wat van het nachtleven van Arequipa, maar om 12 uur gaat bij mij het lichtje uit en gaan we weer terug. De lange dag heeft zich gewroken!
Vandaag zijn we ´s ochtends hier in Arequipa naar het doolhof van het Monasterio Santa Catalina geweest, een prachtig klooster. Vanavond gaan we met de nachtbus naar Cuzco en dinsdag ga ik aan de Incatrail beginnen. Vrijdag ga ik dan de magie van Machu Pichu bewonderen. Maandags vertrek ik naar de Peruaanse Amazone, donderdag ben ik terug in Lima om met een vogelgids nog 2 dagen in de Andes door te brengen. Inmiddels is het dan zaterdag, 30 april, Koniginnedag en vlieg ik de volgende dag al terug. Gelukkig heb ik gehoord dat mijn teamgenoten het kampioenschap 7 mei kunnen gaan vieren, dus ik zal daar bij kunnen zijn. Na ruin 3 maanden begint Nederland wel weer te trekken.
Volgende bericht is vanuit Nederland of Houston, ik hoop nog wat foto´s te kunnen uploaden!
chau!
Vanuit een zonnig Arequipa mijn allerlaatste blog vanaf locatie. Nog maar 2,5 week en ik ga geen tijd meer vrijmaken om jullie met verhalen te vermaken: disculpa! Het is pas een week geleden dat ik een laatste blog plaatste, maar dat lijkt echt eeuwen geleden. Met het groepsreizen is het tempo opgevoerd, doe ik op 1 dag veel meer dingen en lijkt één dag wel een week te duren, zoveel indrukken doe ik op. Een korte bloemlezing van de week.
Allereerst begon het zondag erg vroeg met de briefing van de rondreis van Oasis. Dat het een Britse organisatie is, merkte je niet meteen. De groep bestaat uit een oudere Noor (nogal een karakteristiek figuur, beetje de sukkel van de groep zullen we maar zeggen), twee Deenses van eind twintig, een Oostenrijkse van 24, een Brit van 22, een Britse moeder en dochter en dus twee Hollanders, Lisa en ik. Reisgids is Jesus, uit Arequipa, die tot nu toe erg goed bevalt. Na de briefing (iedereen blijkt een andere tour te hebben, sommigen gaan door tot Puna of La Paz) blijkt dat ik de klassieke Inca-trail loop met de Brit Chris en Deensen Maiken en Louise. Zij gaan daarna ook mee naar de Peruaanse Amazone. Jesus neemt ons daarna mee voor een rondwandeling door het oude centrum van Lima, verder doen Lisa en ik niet zoveel. Gelukkig hebben we nog wel een mooi verhaal, want we worden vakkundig opgelicht. Dat dat nog gebeurt na 3 maanden in Zuid-Amerika.
We besluiten te gaan eten bij een pizzeria vlakbij het Plaza de Armas. We betalen met een briefje van 50 sol en lopen weg. Nu wordt elk briefje vakkundig gecheckt (in Peru zijn nogal wat valse soles en dollars in omloop), maar dit briefje was vers uit de geldautomaat, dus ongetwijfeld niet vals. We worden teruggeroepen door de kerel van het restaurant met het bericht dat het een vals briefje is en dat hij een ander wil. Ik weet meteen dat we in een klassieke truc zijn gestonken: de ¨beste¨ man heeft het briefje omgewisseld met een valse en wij staan voor een voldongen feit. We kunnen niet bewijzen dat het ons briefje niet is, dus besluiten eieren voor ons geld te kiezen en dan maar 50 sol (12,50 euro) te verliezen. Hevig chagrijnig dat dit ons gebeurd was, terwijl ik wist dat e dit kon verwachten, en met een onbehagelijk gevoel gaan we weer terug naar het hotel en besluiten maar binnen te blijven. Waar toeristen zijn, probeert iedereen van je te profiteren en daar wordt ik nu na 3,5 maand wel eens moe van.
De volgende morgen zijn we nog vrij en gaan we naar het Monasterio San Fransisco, waar we een rondleiding hebben door de verschillende zalen en catacomben. Met name de bibliotheek lijkt zo weggehaald te zijn uit Harry Potter: eeuwenoude boeken, rollen, vol stof en een overheersende lucht van oude boeken. Verder is het historisch centrum van Lima is niet heel erg bijzonder, dus gaan we niet veel verder meer doen. Om 1 uur pakken we de bus (gewoon, openbaar vervoer, het is immers een budget-reis) richting Paracas, waar we om een uur of half 6 zijn. Een werkelijk treurig plaatsje, bestaand uit hotels, restaurants en enorm stinkende visfabrieken. Hier gaan we naar een visrestaurant om te eten. Ik besluit de Peruaanse ceviche (rauwe vis in limoensaus) aan mij voorbij te laten gaan (ik kan proeven van reisgenoten en heb geen spijt). ´s Avonds is iedereen moe, dus snel naar bed want de volgende dag gaat de wekker al om 6 uur!
Vandaag een hele volle dag, met liefst 3 verschillende activiteiten. We beginnen met een vaartocht rond de Islas Ballestas, ook wel de ¨Poor mens Galapagos¨ genoemd en de enige reden dat je naar Paracas zou willen gaan. In een bootje vol toeristen varen we in 2 uur rond de eilanden met zeeleeuwen, pinguins en 1000en (wat zeg ik, 10.000en) Jan-van-Genten en aalscholvers. Iets te kort naar mijn smaak, maar wel vermakelijk. Daarna gaan we naar een pisco-proeverij. Pisco is de nationale drank, een soort cognac en gemaakt van druiven. Na een inspiratieloze rondleiding gaan we pisco proeven, het leukste gedeelte. Gezien de verzengende hitte en het niet misselijke alcoholpercentage (38%) knalt dat er aardig snel in. Misschien moet ik ook minder de drankgewoonte van de Zuid-Amerikanen overnemen. arriba, abajo, al centro, al dentro! (hand naar boven, naar beneden, naar het midden, naar binnen!)
We komen rond het middaguur aan in Huacachina, gringo-hoofdstad van Peru. Huacachina is een natuurlijke oase, iets ten westen van Ica, midden tussen de metershoge zandduinen (ook hier krijg ik weer enorme Namibië-flashbacks). Het bestaat volledig uit wat restuarants, hostels en meer van dat soort. Na de lunch hier gaan we met z´n allen in een grote sandbuggy, waarmee we door de zandduinen gaan crossen. Heel erg gaaf, net of je in een constante achtbaan zit. De chauffeur duikt af en toe bijna verticale duinen af en met name de Deenses gillen dat het een lieve lust is. Bij 4 duinen stoppen we om met een sandboard de duinen af te duiken. Niet zoals snowboarden, maar op je buik en het gaat retesnel. Ik duik enkele keren iets te snel de duinen af en dat levert mij aardige blauwe plekken en pijnlijke ribben op. Ik kwak een paar keer zo hard op mijn bord, dat alle lucht uit me geslagen wordt en ik houdt daar nog dagen last van. Dessalniettemin, bijzonder gaaf om te doen!
Na een mooie zonsondergang in de duinen komen we aan bij onze slaapplaats voor vannacht. Er is inmiddels een vuurtje gemaakt, het eten staat al klaar en de muziek schalt uit de boxen: we slapen vanavond midden in de woestijn, onder de sterrenhemel! Na een heerlijke barbeque en de nodige ¨Piscola¨(Pisco met cola), een salsa-les van Jesus, een vleugje lokale muziek van de gidsen, rollen van de duinen en in mijn geval keihard op mijn gezicht vallen, wikkelen we ons in de slaapzakken en vallen op het harde zand in slaap. Helaas slaap ik nauwelijks, maar de ervaring is wel erg gaaf.
Gewekt door de zon en nog stijf van het harde zand, gaan we vroeg weer naar Huacachina voor het ontbijt. Snel een douche nemen, om te proberen het zand uit haar, neus, oor en andere lichaamsdelen te wassen. We moeten om half 9 de bus naar Nazca, zo´n 2,5 uur zuidelijk, pakken en na een redelijk saaie busrit (veel meer dan gecultiveerde landbouwgrond en dorre woestenij is het hier niet) komen we in Nazca aan, waar we niet slapen maar wel een hotel tot onze beschikking hebben. Nazca is vooral beroemd vanwege misterieuze lijnen die her en der verspreid door de rotswoestijn liggen en dé manier om ze te zien is een vlucht. Dat is echter verschrikkelijk duur (alles bij elkaar meer dan 100 euro voor een half uurtje) en ik ga dat niet doen. Met de rest van de groep gaan we naar een uitzichtpunt, waar we 3 verschillende figuren (¨Hagedis¨, ¨Handen¨ en ¨Boom¨) goed kunnen zien. De verzengende hitte in Nazca vraagt om een duik in het zwembad van het hotel, wat we bij terugkomst ook doen. In de namiddag bezoeken we Chauchilla Cemetery, een enorme begraafplaats met tientallen mummies. Zoals gezegd, geen hotelovernachting, want we pakken de nachtbus naar Arequipa. Die is behoorlijk luxe en slapen gaat redelijk. Ik ben moe, maar niet kapot als we om 7 uur in Arequipa, Jesus´ hometown aankomen. Snel naar het hotel voor het ontbijt!
In Arequipa zitten we in een enorm hotelcomplex, La Casa de mi Abuela (het huis van mijn oma), met zwembad, ontbijtbuffet en flinke tuin. We mogen na het ontbijt even bijkomen, voordat we een rondleiding van Jesus door de stad krijgen. Arequipa is een erg charmante en fraaie stad, met fraaie koloniale gebouwen. We proeven het lokale ijsje (Queso Helado) en gaan daarna naar de lokale markt. Altijd leuk om de enorme variëteit aan fruit, kleding, vlees en andere dingen te zien. Jesus laat ons wat verschillende vruchten proeven, die soms ook nog lekker zijn! Na de rondleiding gaan we vooral uitrusten, ´s avonds eten we in een restaurant met ¨comida tipica¨, lokale gerechten. Veel gaan de cuy (cavia) proberen, ik houdt het bij de gevulde hete pepers. Met mijn grote bek zeg ik dat die wel extra scherp mogen, de toeristensmaak is vast te flauw. Nou, ik zal het weten. Al na 1 hap is al mijn smaak uit mijn mond verdwenen en ik eet nauwelijks meer, zo heet is het. De Inca Kola kan dat helaas niet blussen!
Inmiddels is het vrijdag en we staan vroeg op om naar Colca Canyon, de op 1 na diepste canyon ter wereld te gaan. Onze groep wordt aangevuld met een ouder Frans stel. De rit gaat eerst door het nationale park Salinas y Aguada Blanca, waar we de wilde Vicuñas (kleinere lamas) van heel dichtbij zien en een fraai overzicht krijgen van de hoge pampas van de Andes hier, de altiplano. We passeren 4900 meter, omringd door besneeuwde vulkaantoppen en dalen dan af in de Colca-vallei, tot een hoogte van 3600 meter waar we in ons prachtige hotel installeren. Het hotel is gebouwd in een soort traditionele stijl, met een prachtig uitzicht op de vallei. We storten ons op het lunchbuffet, wat uitstekend is en mogelijkheid geeft tot het proeven van alpaca (heerlijk!), quinua (graansoort) en meer. In de namiddag maken we een wandeling, maar de Franse dame is zo ongelovelijk traag en slecht ter been, dat de wandeling veel langer duurt dan gepland. Na de wandeling gaan we naar de termale baden, waar we heerlijk relaxen in kokend heeft water. ´s Avonds hebben we weer een ontbijtbuffet, maar de groep dunt sterk uit. De een na de ander heeft hevig last van de hoogte, Lisa en ik daarentegen niet. Dan merk je dat je toch wat meer geaclimatiseerd bent. Er moet soms zelfs zuurstof aan te pas komen!
Zaterdags gaat de wekker heel erg vroeg, want om half 6 staat het ontbijt al klaar. We vertrekken in het prille licht richting de grootste attractie van de canyon, Cruz del Condor. We lopen eerst een stukje langs het ravijn en al na 5 minuten ontdek ik de eerste condor beneden in het ravijn. We lopen rustig door en krijgen later een prachtige show van enkele condors die op enkele meters boven de aanwezige toeristen vliegen. En toeristisch is het, we staan met zeker 250 a 500 mensen naar de vogels te gluren. Grappig dat ook de niet vogelliefhebbers gefascineerd staan te klikken. Na de show rijden we langzaam terug naar onze lunchplaats, waarna we weer terugrijden naar Arequipa. Via enkele stops, waaronder op 4900 meter hoogte, zijn we weer in Arequipa, waar we opgewacht worden door Jesus met de magische woorden: ¨Ik heb niet zulk goed nieuws voor de Inca Trail¨. Gelukkig blijkt het nieuws mee te vallen (geen mudslides, aardbevingen of afgelastingen): we moeten een nacht langer in Aguas Calientes blijven, omdat er geen treintickets terug zijn. Dat is geen probleem, ik zag het al in duigen vallen! ´s Avonds proeven we wat van het nachtleven van Arequipa, maar om 12 uur gaat bij mij het lichtje uit en gaan we weer terug. De lange dag heeft zich gewroken!
Vandaag zijn we ´s ochtends hier in Arequipa naar het doolhof van het Monasterio Santa Catalina geweest, een prachtig klooster. Vanavond gaan we met de nachtbus naar Cuzco en dinsdag ga ik aan de Incatrail beginnen. Vrijdag ga ik dan de magie van Machu Pichu bewonderen. Maandags vertrek ik naar de Peruaanse Amazone, donderdag ben ik terug in Lima om met een vogelgids nog 2 dagen in de Andes door te brengen. Inmiddels is het dan zaterdag, 30 april, Koniginnedag en vlieg ik de volgende dag al terug. Gelukkig heb ik gehoord dat mijn teamgenoten het kampioenschap 7 mei kunnen gaan vieren, dus ik zal daar bij kunnen zijn. Na ruin 3 maanden begint Nederland wel weer te trekken.
Volgende bericht is vanuit Nederland of Houston, ik hoop nog wat foto´s te kunnen uploaden!
chau!
zondag 10 april 2011
Lange busreizen, ruines en Peru!
Hallo allemaal!
Ik liet jullie achter vorige week bij mijn laatste middag in Quito. Erg nuttig heb ik me toen niet kunnen maken en geestelijk was ik al begonnen met de uittocht: nachtbus naar Guayaquil, dagbus naar Lima daarvandaan etc.etc. Terug in het hostel kwam ik onze Australische kamergenoot Caleb tegen, die tegelijk met mij de nachtbus ging nemen naar Guayaquil. Lekker makkelijk, bovendien ook gezelliger om samen zoveel uur in de bus door te brengen. Na de nodige biertjes in het hostel (daar slaap je goed op in de nachtbus, hoopte ik), vertrokken we naar de busterminal waar onze bus om kwart over 11 vertrok. De busrit naar Guayaquil zou ongeveer 8 uur moeten duren, maar al om 6 uur ´s ochtends waren we er. Je kan ook nooit aan van Ecuadoriaanse tijden: zeggen ze kort, is het lang, zeggen ze lang, is het kort. Erg onvoordelig, ik had maar 1 uurtje geslapen en er waren nog 5,5 uur te doden voordat mijn bus naar Lima zou vertrekken.
Om de dag goed te beginnen, besloten Caleb en ik bij een grote bekende hamburgerketen (ons wel bekend in NL) te gaan ontbijten. Hoewel een beetje ongewoon (Caleb was er duidelijk meer aan gewend, ook gezien zijn meer dan indrukwekkende fysiek), smaakte het prima. Als je bedenkt dat Ecuadorianen het liefst ontbijten met rijst, aardappelen, platanos en kip of vis, dan is dit ook nog best te doen. Na het voedzame maal hebben we geprobeerd een ticket te vinden voor Caleb, die naar de noord-Peruaanse badplaats Mancora wilde. Uiteindelijk kon hij met met mijn bus mee, dus dat betekende in ieder geval nog tot vroeg in de avond reisgezelschap en dat was goed te gebruiken, als je bedenkt dat ik zeker 29 uur in de bus zou moeten zitten.
Om half 12 vertrok de bus, die aanzienlijk comfortabeler was dan de bussen die ik in Ecuador gewend was, richting het zuiden. Omdat ik er vroeg bij was, had ik een plaatsje met royale beenruimte en tijdens de reis waren drie maaltijden inbegrepen (die overigens bestonden uit, jawel, rijst met kip!). Met een echte stewardess, die heel timide vroeg of alles wel goed was, en redelijk nieuwe films wist ik me aardig te vermaken. Daarnaast bleek de stoel praktisch horizontaal te kunnen, wat er voor zorgde dat ik van 10 tot 6 eigenlijk nonstop kon slapen. Rond 5 uur waren we na een flinke file bij de grens aangekomen, waar de grensformaliteiten bij mij snel gingen, maar de bus lang moest wachten vanwege een groep Colombianen in de bus, die iets heviger gecheckt worden. Peru binnenkomen ging zo mogelijk nog eenvoudiger. Iets van het land zien bleef helaas onmogelijk tot de volgende morgen, omdat het al donker was. Toen ik rond 6en weer wakker was (Caleb was inmiddels vertrokken), zag ik vooral heel veel zand. De kust van Peru is erg droog en deed me erg denken aan Namibië: aan de ene kant zee, dan strand, dan zand en landinwaarts kale, rotsige woestijnbergen. Niet bijzonder inspirerend en de reis moest nog zeker 650 kilometer zuidelijk doorgaan (even voor het idee, de afstand Guayaquil - Lima is zeker 1750 km, net zoiets als Barcelona naar Kopenhagen!). Uiteindelijk kwam ik om 4 uur in Lima aan en was ik om half 5 in het hostel, waar Lisa al een reservering had gemaakt en mij hier weer van reisgezelschap kon voorzien.
De eerste dag vooral rustig aangedaan, want ik had nog wel wat in te halen van zo weinig slaap en 2,5 dag nonstop-reizen. We zaten in de hippe en luxe wijk Miraflores, waar het vooral opvalt dat richting de zee vrijwel altijd mist boven de zee en de boulevard hangt. Loop je weer wat verder van de zee af, schijnt de zon weer en is het weer lekker warm. We besloten de volgende dag weer naar het noorden te gaan, om de ruines rondom Trujillo, de 5e stad van Peru te gaan bezoeken.
´s Ochtendsvroeg de bus gepakt, lekker comfortabel en helemaal voorin tegen de panoramaruit. De extra beenruimte was geen overbodige luxe, want de busrit duurde uiteindelijk ruim 9 uur. Aangekomen in Trujillo, besloten we te verblijven in het kustplaatsje Huanchaco, wat naast Trujillo ligt. Hier waren betere en goedkopere hotels. Ook nu weer weinig gedaan, want na zo´n lange busreis waren we wel toe aan vroeg slapen.
Rondom Trujillo stikt het van de ruïnes, met name uit de pre-Incatijd (voor 1500) en op de eerste dag (als je het kwijt bent geraakt, donderdag 7 april) besloten we naar Chan Chan te gaan. Chan Chan was een stad van ongeveer 60.000 inwoners van de Chimu, een vissersvolk dat bekent stond om zijn goede architecten (geruchten gaan dat toen de Inca de Chimu versloegen, zij slaven hebben meegenomen die Machu Pichu hebben gebouwd). Van de ruïnes is weinig meer over dan lemen fundamenten, maar er is veel hersteld en dat ziet er niet altijd heel slecht uit. We hadden een gids, Eduardo, die uitgebreid overal de tijd voor nam, zeer interessante verhalen vertelde bij ruïnes, tekeningen en meer en bovendien heel langzaam en duidelijk Spaans sprak, zodat we weer even goed konden oefenen. Na de rondleiding wilden we een duik nemen in de zee, die door de koude golfstroom enorm koud is en na een uur of 3 stopt de zon met schijnen, al met al niet zo aantrekkelijk als het leek en hier zagen we dan ook vanaf. ´s Avonds aten we in een vegetarisch restaurant van een Nederlander (je vind ze ook overal!), maar s middags had Peru bewezen toch buiten Lima veel goedkoper te zijn dan Ecuador. Voor een lowsy 3 sol (0,75 cent) hadden we een enorm broodje omelet (¨hamburguesa vegetariana¨) met een drankje, het heerlijke plastieke Inca Kola. Kom er maar eens om!
Inmiddels was het alweer vrijdag en wilden we nog naar een andere ruine gaan in de buurt van Trujillo. Iets verder weg, maar een dure taxi nemen wilden we niet, dus besloten we met het lokale openbaar vervoer te gaan. Dat bestaat uit minibusjes van Aziatische huize, die volledig volgepropt zijn met bankjes en spullen. Dit resulteerde in een directe verbinding met de ruines, maar wel met 19 mensen samengepropt met zakken kip, rijst en ander gebeuren in een te klein busje. Kost ook niks, dat moet je er voor over hebben.
De volgende ruines (Huaca de la Luna) hebben een gloednieuw museum en dat was te zien. Prachtig, overzichtelijk en erg informatief. De ruïnes hier zijn nog ouder dan Chan Chan (rond 700 na Christus) en zijn relatief vrij gebleven van grafrovers. Doordat de Moche de tempels laag over laag bouwden, is het grootste gedeelte van de schilderingen met kleur nog intact gebleven. Dat levert prachtige, kleurrijke wanden op en ondanks de vele opgravingen die nog bezig zijn, kun je meteen al merken dat van de culturele historie in Peru meer bewaard gebleven is dan in Ecuador. Zelfs deze onbekende ruines doen Ingapirca, Ecuadors trots, er bij verbleken. Voor de nachtbus nog een stevige maaltijd (pasta, brood met kruidenboter en drankje voor 10 sol!) genomen en om 11 uur vertrokken we weer met de nachtbus richting Lima. Vanwede de komende verkiezingen zondag zat deze volledig volgepakt en met onze plaatsen achterin waren we niet bepaald goedbedeeld. Weinig geslapen (maar wel slapende benen en andere ledematen), warm en enorm veel lawaai van de motor. Gelukkig waren we om een christelijke tijd in Lima (half 9) en konden we vanaf daar rustig richting hostel, waar een verfrissende douche wachtte.
Om de dag toch nuttig te besteden besloten we ook gister naar ruïnes te gaan, nu midden in de wijk Miraflores, van de Lima-cultuur. Niet bijzonder, maar met gids was het leuk om over de Huaca Pucllana te wandelen. De nachtbus had me alleen een hevige migraine-aanval gegeven, waardoor de middag voornamelijk slapend is doorgebracht en na het eten snel het bed weer is opgezocht. Nu zitten we te wachten tot onze tour met Oasis Overland, die zo gaat beginnen met een briefing. Nog maar 3 weken en het zit er al weer op!
Chau!
Ik liet jullie achter vorige week bij mijn laatste middag in Quito. Erg nuttig heb ik me toen niet kunnen maken en geestelijk was ik al begonnen met de uittocht: nachtbus naar Guayaquil, dagbus naar Lima daarvandaan etc.etc. Terug in het hostel kwam ik onze Australische kamergenoot Caleb tegen, die tegelijk met mij de nachtbus ging nemen naar Guayaquil. Lekker makkelijk, bovendien ook gezelliger om samen zoveel uur in de bus door te brengen. Na de nodige biertjes in het hostel (daar slaap je goed op in de nachtbus, hoopte ik), vertrokken we naar de busterminal waar onze bus om kwart over 11 vertrok. De busrit naar Guayaquil zou ongeveer 8 uur moeten duren, maar al om 6 uur ´s ochtends waren we er. Je kan ook nooit aan van Ecuadoriaanse tijden: zeggen ze kort, is het lang, zeggen ze lang, is het kort. Erg onvoordelig, ik had maar 1 uurtje geslapen en er waren nog 5,5 uur te doden voordat mijn bus naar Lima zou vertrekken.
Om de dag goed te beginnen, besloten Caleb en ik bij een grote bekende hamburgerketen (ons wel bekend in NL) te gaan ontbijten. Hoewel een beetje ongewoon (Caleb was er duidelijk meer aan gewend, ook gezien zijn meer dan indrukwekkende fysiek), smaakte het prima. Als je bedenkt dat Ecuadorianen het liefst ontbijten met rijst, aardappelen, platanos en kip of vis, dan is dit ook nog best te doen. Na het voedzame maal hebben we geprobeerd een ticket te vinden voor Caleb, die naar de noord-Peruaanse badplaats Mancora wilde. Uiteindelijk kon hij met met mijn bus mee, dus dat betekende in ieder geval nog tot vroeg in de avond reisgezelschap en dat was goed te gebruiken, als je bedenkt dat ik zeker 29 uur in de bus zou moeten zitten.
Om half 12 vertrok de bus, die aanzienlijk comfortabeler was dan de bussen die ik in Ecuador gewend was, richting het zuiden. Omdat ik er vroeg bij was, had ik een plaatsje met royale beenruimte en tijdens de reis waren drie maaltijden inbegrepen (die overigens bestonden uit, jawel, rijst met kip!). Met een echte stewardess, die heel timide vroeg of alles wel goed was, en redelijk nieuwe films wist ik me aardig te vermaken. Daarnaast bleek de stoel praktisch horizontaal te kunnen, wat er voor zorgde dat ik van 10 tot 6 eigenlijk nonstop kon slapen. Rond 5 uur waren we na een flinke file bij de grens aangekomen, waar de grensformaliteiten bij mij snel gingen, maar de bus lang moest wachten vanwege een groep Colombianen in de bus, die iets heviger gecheckt worden. Peru binnenkomen ging zo mogelijk nog eenvoudiger. Iets van het land zien bleef helaas onmogelijk tot de volgende morgen, omdat het al donker was. Toen ik rond 6en weer wakker was (Caleb was inmiddels vertrokken), zag ik vooral heel veel zand. De kust van Peru is erg droog en deed me erg denken aan Namibië: aan de ene kant zee, dan strand, dan zand en landinwaarts kale, rotsige woestijnbergen. Niet bijzonder inspirerend en de reis moest nog zeker 650 kilometer zuidelijk doorgaan (even voor het idee, de afstand Guayaquil - Lima is zeker 1750 km, net zoiets als Barcelona naar Kopenhagen!). Uiteindelijk kwam ik om 4 uur in Lima aan en was ik om half 5 in het hostel, waar Lisa al een reservering had gemaakt en mij hier weer van reisgezelschap kon voorzien.
De eerste dag vooral rustig aangedaan, want ik had nog wel wat in te halen van zo weinig slaap en 2,5 dag nonstop-reizen. We zaten in de hippe en luxe wijk Miraflores, waar het vooral opvalt dat richting de zee vrijwel altijd mist boven de zee en de boulevard hangt. Loop je weer wat verder van de zee af, schijnt de zon weer en is het weer lekker warm. We besloten de volgende dag weer naar het noorden te gaan, om de ruines rondom Trujillo, de 5e stad van Peru te gaan bezoeken.
´s Ochtendsvroeg de bus gepakt, lekker comfortabel en helemaal voorin tegen de panoramaruit. De extra beenruimte was geen overbodige luxe, want de busrit duurde uiteindelijk ruim 9 uur. Aangekomen in Trujillo, besloten we te verblijven in het kustplaatsje Huanchaco, wat naast Trujillo ligt. Hier waren betere en goedkopere hotels. Ook nu weer weinig gedaan, want na zo´n lange busreis waren we wel toe aan vroeg slapen.
Rondom Trujillo stikt het van de ruïnes, met name uit de pre-Incatijd (voor 1500) en op de eerste dag (als je het kwijt bent geraakt, donderdag 7 april) besloten we naar Chan Chan te gaan. Chan Chan was een stad van ongeveer 60.000 inwoners van de Chimu, een vissersvolk dat bekent stond om zijn goede architecten (geruchten gaan dat toen de Inca de Chimu versloegen, zij slaven hebben meegenomen die Machu Pichu hebben gebouwd). Van de ruïnes is weinig meer over dan lemen fundamenten, maar er is veel hersteld en dat ziet er niet altijd heel slecht uit. We hadden een gids, Eduardo, die uitgebreid overal de tijd voor nam, zeer interessante verhalen vertelde bij ruïnes, tekeningen en meer en bovendien heel langzaam en duidelijk Spaans sprak, zodat we weer even goed konden oefenen. Na de rondleiding wilden we een duik nemen in de zee, die door de koude golfstroom enorm koud is en na een uur of 3 stopt de zon met schijnen, al met al niet zo aantrekkelijk als het leek en hier zagen we dan ook vanaf. ´s Avonds aten we in een vegetarisch restaurant van een Nederlander (je vind ze ook overal!), maar s middags had Peru bewezen toch buiten Lima veel goedkoper te zijn dan Ecuador. Voor een lowsy 3 sol (0,75 cent) hadden we een enorm broodje omelet (¨hamburguesa vegetariana¨) met een drankje, het heerlijke plastieke Inca Kola. Kom er maar eens om!
Inmiddels was het alweer vrijdag en wilden we nog naar een andere ruine gaan in de buurt van Trujillo. Iets verder weg, maar een dure taxi nemen wilden we niet, dus besloten we met het lokale openbaar vervoer te gaan. Dat bestaat uit minibusjes van Aziatische huize, die volledig volgepropt zijn met bankjes en spullen. Dit resulteerde in een directe verbinding met de ruines, maar wel met 19 mensen samengepropt met zakken kip, rijst en ander gebeuren in een te klein busje. Kost ook niks, dat moet je er voor over hebben.
De volgende ruines (Huaca de la Luna) hebben een gloednieuw museum en dat was te zien. Prachtig, overzichtelijk en erg informatief. De ruïnes hier zijn nog ouder dan Chan Chan (rond 700 na Christus) en zijn relatief vrij gebleven van grafrovers. Doordat de Moche de tempels laag over laag bouwden, is het grootste gedeelte van de schilderingen met kleur nog intact gebleven. Dat levert prachtige, kleurrijke wanden op en ondanks de vele opgravingen die nog bezig zijn, kun je meteen al merken dat van de culturele historie in Peru meer bewaard gebleven is dan in Ecuador. Zelfs deze onbekende ruines doen Ingapirca, Ecuadors trots, er bij verbleken. Voor de nachtbus nog een stevige maaltijd (pasta, brood met kruidenboter en drankje voor 10 sol!) genomen en om 11 uur vertrokken we weer met de nachtbus richting Lima. Vanwede de komende verkiezingen zondag zat deze volledig volgepakt en met onze plaatsen achterin waren we niet bepaald goedbedeeld. Weinig geslapen (maar wel slapende benen en andere ledematen), warm en enorm veel lawaai van de motor. Gelukkig waren we om een christelijke tijd in Lima (half 9) en konden we vanaf daar rustig richting hostel, waar een verfrissende douche wachtte.
Om de dag toch nuttig te besteden besloten we ook gister naar ruïnes te gaan, nu midden in de wijk Miraflores, van de Lima-cultuur. Niet bijzonder, maar met gids was het leuk om over de Huaca Pucllana te wandelen. De nachtbus had me alleen een hevige migraine-aanval gegeven, waardoor de middag voornamelijk slapend is doorgebracht en na het eten snel het bed weer is opgezocht. Nu zitten we te wachten tot onze tour met Oasis Overland, die zo gaat beginnen met een briefing. Nog maar 3 weken en het zit er al weer op!
Chau!
zaterdag 2 april 2011
Exit Ecuador!
Het is gek, maar na bijna 3 maanden ga ik echt Ecuador verlaten. Vanochtend heb ik Jelger op het vliegtuig naar Amsterdam gezet en ben ik zelf, om de cirkel rond te maken, even naar Jardín Botanico geweest. Op mijn allereerste dag hier, ging ik daar ook heen en nu, op mijn laatste dag Quito, weer. Omdat ik nogal wat tijd heb te doden hier in Quito (en er eigenlijk weinig te doen is: al mijn vrienden hier zijn of al vertrokken of een weekendje weg), zal het een uitgebreid en vast een lang verhaal worden. Je bent gewaarschuwd....
Laat ik eerst beginnen met een verslag van de laatste week van Jelger en mij in Ecuador. Jelger was gebleven bij zondag, toen we besloten hadden de volgende dag Baños te verlaten. Zo geschiedde ook, maar helaas verliep de dag iets anders dan we hadden gedacht. We willen om 7:15 uur de directe (zo wordt ons verteld) bus vanuit Baños naar Cuenca nemen. We hopen dan nog via de Inca-ruines van Ingapirca te kunnen gaan. Helaas bleek het werkwoord ¨mentir¨(liegen) weer eens een Ecuadoriaans cultureel fenomeen te zijn. Dit was dus geen directe bus naar Cuenca, dit was niet een bus via de snellere route direct naar Riobamba maar via Ambato en hij was nog te laat ook. Hierdoor misten we in Riobamba onze ¨aansluiting¨, waardoor we pas om 11 uur uit Riobamba konden vertrekken. Even voor het idee: als het was geweest zoals ons verteld was, waren we al om kwart over 8 in Riobamba. Goed, onder het mom van cultuurverschillen zakten we achterover en besloten Ingapirca maar uit ons hoofd te zetten. Gelukkig maar, want de bus was verschrikkelijk traag en pas na 5en kwamen we in Cuenca aan. Gelukkig kan ik al eenvoudig reserveringen per telefoon maken in het Spaans, dus hoefden we ons over het hostel geen zorgen over te maken. In het hostel aangekomen bleken we aardig gaar, dus niet veel meer gedaan, in het hostel gegeten en vroeg naar bed.
Om toch maar eens te breken met het eeuwige vroeg opstaan (onze wekker staat bijna standaard op een uur of half 7), een beetje uitgeslapen en vandaag een dagje Cuenca gepland. Eerst maar naar het Museo Pumapungo, met verschrikkelijk lelijke religieuze kunst, stoffige munten en bankbiljetten en fraaie beelden van alle delen van Ecuador, met als hoogtepunt ¨shrunken heads¨ van de Shuar uit de Amazone. Buiten het museum liggen de ruines (lees: fundamenten) van de Inca-stad Tomebamba, die we daarna bezoeken. We treffen het, want we lopen tussen drie verschillende schoolklassen, die ons meteen weer laten merken hoe bijzonder je wel niet bent met blond haar (ik) of bijna 1,90 in een land waar de gemiddelde man niet boven de 1,70 uitkomt (Jelger). Geroezemoes als we langslopen en een schoolklas met kids van rond de 12 proberen hun Engels op ons uit: ¨Hé mister!¨en meer van dat. Als ik in het Spaans vraag ¨No puedes hablar mas Inglés?¨ (Kun je niet meer Engels spreken?), maak ik indruk, staan ze met de mond vol tanden en lopen wij lachend weg. De andere groepen zijn pubers van rond de 15-16, waar telkens een golf van opwinding door de groep gaat als we langslopen. De puberjongens lopen spontaan wat stoerder en de meiden zijn, wonderwel, nogal onder de indruk. Op een gegeven moment beginnen de meiden zelfs foto´s van ons te maken, zonder onze goedkeuring, maar niet lang daarna komt een begeleider naar ons toe en vraagt of we met de meiden op de foto willen. Goed, ijdel als we zijn en verguld met zoveel aandacht, gaan wij met de een na de ander op de foto. Je voelt je wel een enorme attractie, maar het is wel weer een leuk verhaal om te vertellen op feesten en partijen.
Na het museum komen we tot rust in het historische centrum van Cuenca. Eerst lunchen we bij Govinda´s, waar je echt een uitstekende set lunch (almuerzo) voor 2,25 dollar kan krijgen: soep, rijst met groente (een ware luxe) en een jugo of yoghurt. Daarna alle kerken, pleintjes en andere bezienswaardigheden van Cuenca bekeken en een tour naar Cajas geboekt. ´s Avonds Mexicaans gegeten en weer vroeg naar bed, want al dat vroeg opstaan breekt ons toch steeds weer op en de volgende dag zou het weer vroeg vertrekken zijn!
Om kwart over 8 worden we door gids Gustavo (aangeraden door Lisa vanwege zijn enorme natuurkennis en na ons verzoek op de groep gezet) en de rest van de groep (2 Zwitsers, een Britse, een Zweedse, een Duitse en twee Australiërs) opgehaald en 45 minuten later staan we in het lage gedeelte (ongeveer 3000 meter boven zeeniveau) van het nationale park Cajas. Hier maken we een wandeling rond een meertje, door prachtig nevelwoud, met leuke vogels en interessante verhalen van Gustavo. Na 1,5 uur vertrekken we naar het hogere gedeelte, eerst naar het hoogste punt op zo´n 4200 meter hoogte. Het hoge gedeelte bestaat uit páramo: grasland met meertjes, met her en der kleine bosjes. Het is het beste te vergelijken met een soort toendra, heide en Zwitserse bergen. Echt een prachtig, sprookjesachtig landschap wat je sterk doet denken aan bijvoorbeeld ¨Lord of the Rings¨. Op zo´n 3850 meter een wandeling van rond de 2,5 uur gemaakt en, het was inmiddels een uur of 2, op naar de lunch: vers gevangen forel met heerlijke gefrituurde yuca, met aardappelsoep vooral. Perfect geregeld, uitstekende gids en een prachtige dag. Een van mijn hoogtepunten in Ecuador!
Terug in Cuenca begint het grote wachten. We hebben een nachtbus naar Quito om kwart voor 10, dus we kaarten, lezen en eten nog in het hostel (we komen Wilson van de groep uit de jungle nog tegen, waar we een tijd mee praten) en pakken dan de taxi naar de terminal. De busmaatschappij was ons aangeraden door Wilson als zeer betrouwbaar en we zien waarom. Alle passagiers worden om security-redenen gefilmd, er zijn 3 ipv één assistent en de bus is erg comfortabel. Een uur na vertrek worden we gestopt door het leger, een routine-controle. Gelukkig blijkt dat als je zelf rustig bent, die mensen ook rustig zijn. Ik maak een babbeltje met een militair en al snel gaat dat over Holanda. Terug in de bus slapen we redelijk en zijn we rond 7 uur weer in Quito, waar we een douche nemen in het hostel en eigenlijk best fit zijn.
Nog maar twee dagen voor Jelger en vandaag willen we niet te gek doen. We gaan naar de evenaar, ongeveer 1 uur met openbaar vervoer. De Franse onderzoeker La Condamine heeft in 1731 de evenaar bepaald op een plek die zo´n 300 meter ten zuiden van de ware evenaar ligt. Best knap, zeker voor die tijd! De vorige keer ben ik met Anne en Sandy naar het monument op de locatie van La Condamine geweest, maar nu wilden we naar het echte midden van de aarde. In het museum kregen we nogal wat bewijzen voor de kiezen om te laten zien dat dit echt de evenaar is. Je kan een ei op een spijker laten balanceren, het water draait verschillend en je verliest je evenwicht op het midden van de evenaar. We vinden het echter niet bijzonder dus gaan daarna snel weer terug naar Quito. We boeken weer een tour voor Cotopaxi en zien Mette nog eventjes. Verder weer vroeg naar bed, want om 6 uur moeten we er weer naast staan!
Weer een vroege wekker, ruim op tijd voor de pickup. We zijn met een grote groep, bestaande uit een Argentijn, Duitsers, Fransen, Polen, een Portugees en nog een Nederlandse. Als we vertrekken lijkt het weer prachtig,maar al snel betrekt het. Gelukkig kan het weer hier snel veranderen, want als we uiteindelijk echt dichtbij de berg komen klaart het snel op en hebben we een prachtig uitzicht op de hoogste actieve vulkaan ter wereld! Vanaf de parkeerplaats op 4500 meter hoogte lopen Jelger en ik in ongeveer een half uurtje naar de refuge op 4820 meter. Voor de lunch klimmen we nog wat meer, tot ongeveer 4900 meter (hoger dan waar dan ook in Europa) maar dalen daarna weer af. Jelger voelt de hoogte behoorlijk en na de lunch dalen we zo snel mogelijk af. Op de parkeerplaats springen we op de fietsen voor de afdaling. Ik zie Jelger nog in het begin, maar hij blijkt (zoals eerder in Baños ook al) de betere fietser. Ik ga in bocht 1 onderuit, met een pijnlijke blauwe plek op mijn bovenbeen tot gevolg. Jelger komt als 2e aan bij de lagune, ik kom 10 minuten later. Vanaf de lagune besluit Jelger nog verder te fietsen, ik heb het wel gehad. Uiteindelijk zijn we om half 7 weer terug in Quito, moe en eten snel ons laatste gezamelijke maal in Quito. Om 10 uur gaan we weer slapen, morgen vliegt Jelger heel vroeg!
Tot zover even het verslag van de week, ik bereid een volgend verslag voor over 3 maanden Ecuador. Nu eerst foto´s uploaden!
Laat ik eerst beginnen met een verslag van de laatste week van Jelger en mij in Ecuador. Jelger was gebleven bij zondag, toen we besloten hadden de volgende dag Baños te verlaten. Zo geschiedde ook, maar helaas verliep de dag iets anders dan we hadden gedacht. We willen om 7:15 uur de directe (zo wordt ons verteld) bus vanuit Baños naar Cuenca nemen. We hopen dan nog via de Inca-ruines van Ingapirca te kunnen gaan. Helaas bleek het werkwoord ¨mentir¨(liegen) weer eens een Ecuadoriaans cultureel fenomeen te zijn. Dit was dus geen directe bus naar Cuenca, dit was niet een bus via de snellere route direct naar Riobamba maar via Ambato en hij was nog te laat ook. Hierdoor misten we in Riobamba onze ¨aansluiting¨, waardoor we pas om 11 uur uit Riobamba konden vertrekken. Even voor het idee: als het was geweest zoals ons verteld was, waren we al om kwart over 8 in Riobamba. Goed, onder het mom van cultuurverschillen zakten we achterover en besloten Ingapirca maar uit ons hoofd te zetten. Gelukkig maar, want de bus was verschrikkelijk traag en pas na 5en kwamen we in Cuenca aan. Gelukkig kan ik al eenvoudig reserveringen per telefoon maken in het Spaans, dus hoefden we ons over het hostel geen zorgen over te maken. In het hostel aangekomen bleken we aardig gaar, dus niet veel meer gedaan, in het hostel gegeten en vroeg naar bed.
Om toch maar eens te breken met het eeuwige vroeg opstaan (onze wekker staat bijna standaard op een uur of half 7), een beetje uitgeslapen en vandaag een dagje Cuenca gepland. Eerst maar naar het Museo Pumapungo, met verschrikkelijk lelijke religieuze kunst, stoffige munten en bankbiljetten en fraaie beelden van alle delen van Ecuador, met als hoogtepunt ¨shrunken heads¨ van de Shuar uit de Amazone. Buiten het museum liggen de ruines (lees: fundamenten) van de Inca-stad Tomebamba, die we daarna bezoeken. We treffen het, want we lopen tussen drie verschillende schoolklassen, die ons meteen weer laten merken hoe bijzonder je wel niet bent met blond haar (ik) of bijna 1,90 in een land waar de gemiddelde man niet boven de 1,70 uitkomt (Jelger). Geroezemoes als we langslopen en een schoolklas met kids van rond de 12 proberen hun Engels op ons uit: ¨Hé mister!¨en meer van dat. Als ik in het Spaans vraag ¨No puedes hablar mas Inglés?¨ (Kun je niet meer Engels spreken?), maak ik indruk, staan ze met de mond vol tanden en lopen wij lachend weg. De andere groepen zijn pubers van rond de 15-16, waar telkens een golf van opwinding door de groep gaat als we langslopen. De puberjongens lopen spontaan wat stoerder en de meiden zijn, wonderwel, nogal onder de indruk. Op een gegeven moment beginnen de meiden zelfs foto´s van ons te maken, zonder onze goedkeuring, maar niet lang daarna komt een begeleider naar ons toe en vraagt of we met de meiden op de foto willen. Goed, ijdel als we zijn en verguld met zoveel aandacht, gaan wij met de een na de ander op de foto. Je voelt je wel een enorme attractie, maar het is wel weer een leuk verhaal om te vertellen op feesten en partijen.
Na het museum komen we tot rust in het historische centrum van Cuenca. Eerst lunchen we bij Govinda´s, waar je echt een uitstekende set lunch (almuerzo) voor 2,25 dollar kan krijgen: soep, rijst met groente (een ware luxe) en een jugo of yoghurt. Daarna alle kerken, pleintjes en andere bezienswaardigheden van Cuenca bekeken en een tour naar Cajas geboekt. ´s Avonds Mexicaans gegeten en weer vroeg naar bed, want al dat vroeg opstaan breekt ons toch steeds weer op en de volgende dag zou het weer vroeg vertrekken zijn!
Om kwart over 8 worden we door gids Gustavo (aangeraden door Lisa vanwege zijn enorme natuurkennis en na ons verzoek op de groep gezet) en de rest van de groep (2 Zwitsers, een Britse, een Zweedse, een Duitse en twee Australiërs) opgehaald en 45 minuten later staan we in het lage gedeelte (ongeveer 3000 meter boven zeeniveau) van het nationale park Cajas. Hier maken we een wandeling rond een meertje, door prachtig nevelwoud, met leuke vogels en interessante verhalen van Gustavo. Na 1,5 uur vertrekken we naar het hogere gedeelte, eerst naar het hoogste punt op zo´n 4200 meter hoogte. Het hoge gedeelte bestaat uit páramo: grasland met meertjes, met her en der kleine bosjes. Het is het beste te vergelijken met een soort toendra, heide en Zwitserse bergen. Echt een prachtig, sprookjesachtig landschap wat je sterk doet denken aan bijvoorbeeld ¨Lord of the Rings¨. Op zo´n 3850 meter een wandeling van rond de 2,5 uur gemaakt en, het was inmiddels een uur of 2, op naar de lunch: vers gevangen forel met heerlijke gefrituurde yuca, met aardappelsoep vooral. Perfect geregeld, uitstekende gids en een prachtige dag. Een van mijn hoogtepunten in Ecuador!
Terug in Cuenca begint het grote wachten. We hebben een nachtbus naar Quito om kwart voor 10, dus we kaarten, lezen en eten nog in het hostel (we komen Wilson van de groep uit de jungle nog tegen, waar we een tijd mee praten) en pakken dan de taxi naar de terminal. De busmaatschappij was ons aangeraden door Wilson als zeer betrouwbaar en we zien waarom. Alle passagiers worden om security-redenen gefilmd, er zijn 3 ipv één assistent en de bus is erg comfortabel. Een uur na vertrek worden we gestopt door het leger, een routine-controle. Gelukkig blijkt dat als je zelf rustig bent, die mensen ook rustig zijn. Ik maak een babbeltje met een militair en al snel gaat dat over Holanda. Terug in de bus slapen we redelijk en zijn we rond 7 uur weer in Quito, waar we een douche nemen in het hostel en eigenlijk best fit zijn.
Nog maar twee dagen voor Jelger en vandaag willen we niet te gek doen. We gaan naar de evenaar, ongeveer 1 uur met openbaar vervoer. De Franse onderzoeker La Condamine heeft in 1731 de evenaar bepaald op een plek die zo´n 300 meter ten zuiden van de ware evenaar ligt. Best knap, zeker voor die tijd! De vorige keer ben ik met Anne en Sandy naar het monument op de locatie van La Condamine geweest, maar nu wilden we naar het echte midden van de aarde. In het museum kregen we nogal wat bewijzen voor de kiezen om te laten zien dat dit echt de evenaar is. Je kan een ei op een spijker laten balanceren, het water draait verschillend en je verliest je evenwicht op het midden van de evenaar. We vinden het echter niet bijzonder dus gaan daarna snel weer terug naar Quito. We boeken weer een tour voor Cotopaxi en zien Mette nog eventjes. Verder weer vroeg naar bed, want om 6 uur moeten we er weer naast staan!
Weer een vroege wekker, ruim op tijd voor de pickup. We zijn met een grote groep, bestaande uit een Argentijn, Duitsers, Fransen, Polen, een Portugees en nog een Nederlandse. Als we vertrekken lijkt het weer prachtig,maar al snel betrekt het. Gelukkig kan het weer hier snel veranderen, want als we uiteindelijk echt dichtbij de berg komen klaart het snel op en hebben we een prachtig uitzicht op de hoogste actieve vulkaan ter wereld! Vanaf de parkeerplaats op 4500 meter hoogte lopen Jelger en ik in ongeveer een half uurtje naar de refuge op 4820 meter. Voor de lunch klimmen we nog wat meer, tot ongeveer 4900 meter (hoger dan waar dan ook in Europa) maar dalen daarna weer af. Jelger voelt de hoogte behoorlijk en na de lunch dalen we zo snel mogelijk af. Op de parkeerplaats springen we op de fietsen voor de afdaling. Ik zie Jelger nog in het begin, maar hij blijkt (zoals eerder in Baños ook al) de betere fietser. Ik ga in bocht 1 onderuit, met een pijnlijke blauwe plek op mijn bovenbeen tot gevolg. Jelger komt als 2e aan bij de lagune, ik kom 10 minuten later. Vanaf de lagune besluit Jelger nog verder te fietsen, ik heb het wel gehad. Uiteindelijk zijn we om half 7 weer terug in Quito, moe en eten snel ons laatste gezamelijke maal in Quito. Om 10 uur gaan we weer slapen, morgen vliegt Jelger heel vroeg!
Tot zover even het verslag van de week, ik bereid een volgend verslag voor over 3 maanden Ecuador. Nu eerst foto´s uploaden!
maandag 28 maart 2011
Nieuwe foto´s van Cuyabeno!
Aangezien het uploaden van de foto´s ellenlang duurt, een kleine selectie van de 400+ foto´s uit het regenwoud.
Kijk en, hopelijk, geniet.
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Kijk en, hopelijk, geniet.
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
zondag 27 maart 2011
Quito, Jungle en Baños
Omdat het mijn laatste week is in Ecuador (ik vlieg aankomende zaterdag terug), neem ik even Redmar's blog over en vertel jullie alles over de afgelopen negen dagen. Met verhalen over ziek zijn in Quito, de jungle en Baños.
Redmar's vorige verhaal eindigde met het bericht dat we op vrijdag 18 maart naar het oude centrum van Quito zouden gaan en zaterdag naar Cotapaxi. Helaas pakte dat allemaal iets anders uit.
Vrijdag's waren Redmar en ik beide een beetje ziekjes. Naar mate de dag vorderde, dat wil zeggen nadat Redmar een verhaal had geschreven en we de zaterdag-trip naar Cotapaxi hebben geregeld en betaald, voelde ik me slechter en slechter en werd het wc-bezoek alsmaar frequenter. Het bezoek aan het oude centrum van Quito blijft bij een bezoek aan de Basilica, waar we een aardig uitzicht hebben over Quito. De stad zelf is niet echt een plaatje, en aangezien ik me steeds slechter voel pakken we snel een taxi terug. In het hostel duik ik mijn bed in, Redmar gaat het één en ander kopen en nog even internetten. Ik slaap wat, maar ben vooral veel op de wc te vinden. We eten in het hostel, en ondanks dat ik helemaal leeg ben krijg ik niks naar binnen. We besluiten dat Cotapaxi niets gaat worden, op bijna 5000m hoogte lopen na 30x de wc gezien te hebben is niet bepaald verstandig. Zonde van het geld, maar het is niet anders.
Als we op zaterdag wakker worden, voel ik me een stuk beter, hoewel compleet leeg. Redmar voelt zich nu eigenlijk minder dan mij, dus het aflasten van Cotapaxi was verstandig. We doen de hele dag bijzonder rustig aan en gaan in de middag met Mette naar het oude centrum. We bekijken het presidentieel paleis, hoewel we er niet helemaal in mogen, en drinken wat op La Ronda (een klein redelijk gezellig straatje). Terug in Mariscal drinken we bij Mette thee en werpt Redmar zich op als DJ. Vele Spaanstalige hitjes passeren de revue. We eten bij een vegatarisch restaurant, waar Redmar lyrisch over is, maar ik krijg het nog niet echt weg. We slapen redelijk vroeg, want morgen pakken we de bus naar Lago Agrio om naar de jungle te gaan.
We ontbijten zondags in het hostel en denken ruim de tijd te hebben om de bus naar Lago Agrio te pakken. Maar met het Ecuadoriaanse tempo duurt het tot 5 voor 9 voordat ik mijn ontbijt heb, terwijl we om half 10 al de bus moeten pakken. Uiteindelijk zijn we nog steeds ruim op tijd, zoals we van vader en moeder geleerd hebben. De busreis duurt zo'n acht uur en gaat via Papallacta, waar we nog hopen een Condor vanuit de bus te kunnen zien. Helaas zien we niks, dus vermaken we ons met een spaans-overgesproken über-cliche (gevangenen worden met American Football op het rechte pad gebracht, hoe Amerikaans) film met The Rock en Xzibit. Rond vijf uur komen we aan in Lago Agrio, waar we ons hotel opzoeken. Het hotel is best aardig en voordat we gaan slapen kijken we Meet The Parents (zowaar in het Engels). Morgen worden we rond 9 uur opgepikt om naar Jamu Lodge in Cuyabeno National Park te gaan.
Na een schammel ontbijt worden we iets voor negenen opgewacht door Henry, onze gids in Cuyabeno. Tot onze verbazing doet hij dat in het Nederlands; hij heeft vijf jaar in Nederland gestudeerd. In het busje wat ons naar het park gaat brengen ontmoeten we een jong Canadees stel, Rhys (17) en Sheanna (18, die officieel Rhys´ voogd is, omdat hij te jong is om alleen te mogen reizen in Ecuador, en een vijftal Ecuadorianen. De busreis kost ons zo´n twee uur en bij de Cuyabeno-brug eten we een boxed lunch (droge pasta met twee gehaktballen). We stappen in een gemotoriseerde kano, die ons naar de lodge gaat brengen. De tocht over de rivier is onze eerste kans om échte Amazone-soorten te zien. Tijdens de bijna drie-uur durende boottocht valt het aantal vogels ons een beetje tegen, maar zien we wel doodshoofdaapjes, capucijn-aapjes en monk saki monkies en als hoogtepunt rivierdolfijnen. In de middag gaan we richting Laguna Grande, waar we weer dolfijnen zien, om te gaan zwemmen. Bij het avondeten krijgen we nog tips voor reizen in Ecuador van de Ecuadorianen. Henry laat ons nog een Rainbow Tree Boa zien, die onder een trap bij de lodge slaapt. We trekken ons vervolgens niet al te laat terug naar onze kamer, die we delen met de Canadezen, want het programma lijkt vrij intensief.
De volgende ochtend ontbijten we om acht uur met een soort cake-achtig brood en vertrekken we wederom naar de Lagune, nu om een wandeling te maken. Henry houdt ons een wandeling van 3 tot 4 uur voor, maar na krap 2 uur zijn we alweer bij de boot. Tijdens de wandeling verteld Henry vooral over planten en hun functies, want veel wildlife zien we niet (op een vierde apensoort na). Warm en zweterig van de wandeling nemen de Ecuadorianen een duik in de lagune, maar Redmar en ik zijn zo stom geweest om de zwembroek te vergeten. Terug bij de lodge krijgen we zo´n 3 uur vrije tijd, die nog niet zomaar te vullen blijkt. Er is om de lodge heen bar weinig wildlife te zien en er zijn ook geen feeders voor kolibries, waar wij op hoopten. Dus we lezen, schrijven en slapen een beetje terwijl we in de hangmatten liggen. Rond vier uur gaan we weer terug naar de Lagune om dit keer piranha te vissen. We zijn nogal ongelukkig, we vangen precies nul vissen, ondanks ons oneindige optimisme. Aansluitend gaan we op zoek naar kaaimannen in het donker, maar ook hier hebben we weinig succes. Het water staat zo hoog dat de kaaimannen zich terugtrekken tussen de bomen die onder water staan. Meer dan een paar ogen zien we niet. Bij de lodge moet Redmar noodgedwongen een gesprek aangaan met de ´s middags aangekomen RTL-Nederlanders. We ergeren ons dood aan de ´Ah!-nederlanders-gezellig´-instelling, wij willen eigenlijk niet met deze oer-hollanders praten. Als Redmar weet te ontsnappen spelen we een potje kaarten met Rhys en ontdekken we een wolfspin bij onze badkamers. Er lopen opeens overal spinnen rond de lodge, want we zien ook nog een grote tarantula en vogelspin. Rhys, die een behoorlijke angst heeft voor spinnen, heeft niet zijn beste nacht.
Woensdag´s hebben we een lange dag op het programma staan, we blijven tot in de namiddag weg. We gaan ´s ochtends met een mooie boottocht en wandeling naar een shaman. We zien onderweg ara´s, waar Redmar en ik op hoopte, al zien we ze alleen vliegen. Tijdens de wandeling vinden we een Amazon Tree Boa, die zich bijzonder mooi laat fotograferen. Redmar weet Nat. Geo-waardig materiaal te schieten. We eten bij de shaman´s hut een boxed lunch en moeten even wachten tot de ceremonie kan beginnen. Dat blijkt, zoals wij al hadden gedacht, een poppekast. Henry en één van de Ecuadorianen laten zich ´reinigen´ met een soort berenklauw, waardoor hun rug compleet bedekt is met vreemde zweren. Wij passen ervoor, hoewel het geen pijn schijnt te doen, en stappen weer in de boot om naar een dorp te gaan. We gaan daar casave maken, een soort pannekoek van yuca. Bij aankomst worden we opeens gevolgd door een kleine wolaap, genaamd Nacho, die in het dorp geadopteerd is. Het aapje verveelt niet snel en beklimt iedereen. Terwijl de Shiona-vrouw druk yuca´s uit de grond trekt en klaar maakt, heeft de groep vooral aandacht voor Nacho. We helpen nog wel bij het schaven van de yuca, maar het is moeilijk om niet de aandacht op het aapje te focussen. Alleen als Henry een (gewonde) anaconda vind, verleggen we de aandacht even. We proeven van het brood, wat vooral droog is maar niet verkeerd smaakt, en keren terug naar de lodge. Daar proberen we vanaf de steiger nog eens piranha´s te vangen, maar die vangen we niet. Tot mijn eigen verbazing ben ik de enige die wat weet te vangen, een 30cm lange meerval. ´s Avonds maken we een nachtwandeling, waar we verschillende boomkikkers vinden en verder vooral veel insecten zien.
Op donderdag vertrekken de Ecuadorianen en hebben wij met de Canadezen een extra dag in het programma. We gaan met een kajak en een kano naar een lagune waar geen gemotoriseerde boten mogen komen. Het is compleet anders dan de Laguna Grande, waar altijd wel een andere boot te vinden is. Onderweg daar naartoe blijkt onze kano lek te zijn, dus ik wissel mijn roeispaan in voor een flesje om te hozen, terwijl Henry de boot repareert met wat rottend hout. De oplossing werkt, maar omdat hij ook de lunch vergeten is (het was niet zijn gelukkigste dag) keren we alweer terug naar de lodge. Die is echter nog zo´n dikke 3 uur pedelen en we verbranden als gekken. Onze armen en benen zijn bij terugkomst vuurrood. ´s Middags is ons programma flexibel, en we besluiten om nog een keer piranha te vissen. We weten niet of we geluk hebben of dat het de flinke regenbui is, maar we hebben dit keer succes. Iedereen vangt tenminste één piranha. We proberen ook weer opnieuw kaaimannen te vinden, maar wederom zonder succes.
Op vrijdag staan we om zes uur op om met de kano stroomafwaarts naar vogels te zoeken. We vinden onder andere toekans en zien ara´s vliegen, dus wat ons betreft was het een geslaagd tochtje. Na het ontbijt vertrekken we, samen met de RTL-nederlanders, weer naar de brug om terug te gaan naar Lago Agrio. Onderweg zien we onze vierde slangensoort, een ratsnake, en eenmaal bij de brug eten we een boxed lunch. We moeten even wachten op het busje, die wat vertraging heeft opgelopen, en vertrekken rond half twee richting Lago Agrio. Daar aangekomen internetten we en eten Chinees met de Canadezen die met ons meereizen met de nachtbus. We pakken om half acht de bus richting Puyo, wat bijzonder oncomfortabel blijkt te zijn. De bus is krap, stopt in het begin vaak en we moeten er ook nog even uit voor een militaire controle (die heel soepel verloopt). We slapen zo nu en dan een beetje, maar echt fris komen we om drie uur niet uit de bus in Puyo. Daar nemen we afscheid van de Canadezen, die daar blijven, terwijl Redmar en ik de bus pakken om half 4 naar Baños. Daar komen we rond vijf uur in de ochtend aan en gelukkig laten ze ons het hostel gewoon binnen. We vallen direct in slaap, we zijn toch al bijna 24 uur op.
Zaterdag´s vinden we dat we wel uit mogen slapen, en we ontbijten (met heel lekker brood en salami) dus pas rond twaalf uur. We hebben eerst de was, die na 5 dagen jungle naar natte hond ruikt, weggebracht. Redmar stelt voor om een dag korter in Baños te blijven en vrijdags nogmaals te proberen om Cotapaxi op te gaan en na enige overdenking stem ik in. We wandelen ´s middags naar Bella Vista, waar we een goed uitzicht over Baños hebben. Het is een pittige klim, vooral omdat die heel stijl is, en we zijn behoorlijk moe als we terug zijn in het hostel. Toch gaan we direct door naar de markt om daar cuy (cavia) te proberen. De presentatie staat ons erg tegen (de beestjes worden geheel geroosterd), en het smaakt ons dan ook niet heel erg. Leuk om geprobeerd te hebben, maar het hoeft niet weer. We eten écht avondeten bij Casa Hood, wat erg gezellig en vooral ook van prima kwaliteit is. We zijn rond negen uur weer terug in het hostel, waar we toch maar vroeg gaan slapen. Helemaal hersteld zijn we nog niet van al het reizen van de vorige dag.
We staan vandaag wat vroeger op, ontbijten bij het hostel en huren twee fietsen (zes dollar voor een dag) om richting Puyo, een afstand van ongeveer 60km, te gaan fietsen. Rond half 10 vertrekken we en omdat het vooral berg af gaat, gaat het behoorlijk snel. We stoppen bij twee watervallen en lopen daar naar beneden. Dat is eigenlijk zwaarder dan het fietsen, omdat het zo stijl is, en we gebruiken het fietsen tussendoor om af te koelen. We fietsen uiteindelijk tot Rio Negro, ongeveer halverwege de trip, omdat het behoorlijk begint te regenen. We eten lunch in Rio Negro, hopend dat het opklaart, maar het lijkt in de gewenste richting alleen maar slechter te worden. We besluiten terug te gaan naar Baños, en terwijl we in een pick-up terugrijden (berg op fietsen zagen we niet zo zitten) klaart het opeens op. We maken er het beste van en gaan in Baños naar de lokale dierentuin. Die valt niet tegen; voor twee dollar zie je veel vogels en dieren die in Ecuador voorkomen in behoorlijke onderkomens. Er zijn veel locals, dus het werkt ook nog eens positief voor de bewustworden van de lokale bevolking. We fietsen terug naar hostel, laten onze spullen achter en brengen de fietsen terug.
Morgen (maandag) gaan we naar Cuenca reizen, via Ingapirca. In Cuenca willen we nog Cagas, een nationaal park bezoeken, en vervolgens in Quito willen we nog proberen Cotapaxi op te gaan. Tegen die tijd zit de reis in Ecuador er voor mij alweer op en vertrekt Redmar richting Peru.
Helaas dit keer geen foto´s, het uploaden werkt hier niet. Hopelijk lukt het ons om in Cuenca wat visueel materiaal van de afgelopen dagen te delen!
Groetjes,
Jelger en Redmar
Redmar's vorige verhaal eindigde met het bericht dat we op vrijdag 18 maart naar het oude centrum van Quito zouden gaan en zaterdag naar Cotapaxi. Helaas pakte dat allemaal iets anders uit.
Vrijdag's waren Redmar en ik beide een beetje ziekjes. Naar mate de dag vorderde, dat wil zeggen nadat Redmar een verhaal had geschreven en we de zaterdag-trip naar Cotapaxi hebben geregeld en betaald, voelde ik me slechter en slechter en werd het wc-bezoek alsmaar frequenter. Het bezoek aan het oude centrum van Quito blijft bij een bezoek aan de Basilica, waar we een aardig uitzicht hebben over Quito. De stad zelf is niet echt een plaatje, en aangezien ik me steeds slechter voel pakken we snel een taxi terug. In het hostel duik ik mijn bed in, Redmar gaat het één en ander kopen en nog even internetten. Ik slaap wat, maar ben vooral veel op de wc te vinden. We eten in het hostel, en ondanks dat ik helemaal leeg ben krijg ik niks naar binnen. We besluiten dat Cotapaxi niets gaat worden, op bijna 5000m hoogte lopen na 30x de wc gezien te hebben is niet bepaald verstandig. Zonde van het geld, maar het is niet anders.
Als we op zaterdag wakker worden, voel ik me een stuk beter, hoewel compleet leeg. Redmar voelt zich nu eigenlijk minder dan mij, dus het aflasten van Cotapaxi was verstandig. We doen de hele dag bijzonder rustig aan en gaan in de middag met Mette naar het oude centrum. We bekijken het presidentieel paleis, hoewel we er niet helemaal in mogen, en drinken wat op La Ronda (een klein redelijk gezellig straatje). Terug in Mariscal drinken we bij Mette thee en werpt Redmar zich op als DJ. Vele Spaanstalige hitjes passeren de revue. We eten bij een vegatarisch restaurant, waar Redmar lyrisch over is, maar ik krijg het nog niet echt weg. We slapen redelijk vroeg, want morgen pakken we de bus naar Lago Agrio om naar de jungle te gaan.
We ontbijten zondags in het hostel en denken ruim de tijd te hebben om de bus naar Lago Agrio te pakken. Maar met het Ecuadoriaanse tempo duurt het tot 5 voor 9 voordat ik mijn ontbijt heb, terwijl we om half 10 al de bus moeten pakken. Uiteindelijk zijn we nog steeds ruim op tijd, zoals we van vader en moeder geleerd hebben. De busreis duurt zo'n acht uur en gaat via Papallacta, waar we nog hopen een Condor vanuit de bus te kunnen zien. Helaas zien we niks, dus vermaken we ons met een spaans-overgesproken über-cliche (gevangenen worden met American Football op het rechte pad gebracht, hoe Amerikaans) film met The Rock en Xzibit. Rond vijf uur komen we aan in Lago Agrio, waar we ons hotel opzoeken. Het hotel is best aardig en voordat we gaan slapen kijken we Meet The Parents (zowaar in het Engels). Morgen worden we rond 9 uur opgepikt om naar Jamu Lodge in Cuyabeno National Park te gaan.
Na een schammel ontbijt worden we iets voor negenen opgewacht door Henry, onze gids in Cuyabeno. Tot onze verbazing doet hij dat in het Nederlands; hij heeft vijf jaar in Nederland gestudeerd. In het busje wat ons naar het park gaat brengen ontmoeten we een jong Canadees stel, Rhys (17) en Sheanna (18, die officieel Rhys´ voogd is, omdat hij te jong is om alleen te mogen reizen in Ecuador, en een vijftal Ecuadorianen. De busreis kost ons zo´n twee uur en bij de Cuyabeno-brug eten we een boxed lunch (droge pasta met twee gehaktballen). We stappen in een gemotoriseerde kano, die ons naar de lodge gaat brengen. De tocht over de rivier is onze eerste kans om échte Amazone-soorten te zien. Tijdens de bijna drie-uur durende boottocht valt het aantal vogels ons een beetje tegen, maar zien we wel doodshoofdaapjes, capucijn-aapjes en monk saki monkies en als hoogtepunt rivierdolfijnen. In de middag gaan we richting Laguna Grande, waar we weer dolfijnen zien, om te gaan zwemmen. Bij het avondeten krijgen we nog tips voor reizen in Ecuador van de Ecuadorianen. Henry laat ons nog een Rainbow Tree Boa zien, die onder een trap bij de lodge slaapt. We trekken ons vervolgens niet al te laat terug naar onze kamer, die we delen met de Canadezen, want het programma lijkt vrij intensief.
De volgende ochtend ontbijten we om acht uur met een soort cake-achtig brood en vertrekken we wederom naar de Lagune, nu om een wandeling te maken. Henry houdt ons een wandeling van 3 tot 4 uur voor, maar na krap 2 uur zijn we alweer bij de boot. Tijdens de wandeling verteld Henry vooral over planten en hun functies, want veel wildlife zien we niet (op een vierde apensoort na). Warm en zweterig van de wandeling nemen de Ecuadorianen een duik in de lagune, maar Redmar en ik zijn zo stom geweest om de zwembroek te vergeten. Terug bij de lodge krijgen we zo´n 3 uur vrije tijd, die nog niet zomaar te vullen blijkt. Er is om de lodge heen bar weinig wildlife te zien en er zijn ook geen feeders voor kolibries, waar wij op hoopten. Dus we lezen, schrijven en slapen een beetje terwijl we in de hangmatten liggen. Rond vier uur gaan we weer terug naar de Lagune om dit keer piranha te vissen. We zijn nogal ongelukkig, we vangen precies nul vissen, ondanks ons oneindige optimisme. Aansluitend gaan we op zoek naar kaaimannen in het donker, maar ook hier hebben we weinig succes. Het water staat zo hoog dat de kaaimannen zich terugtrekken tussen de bomen die onder water staan. Meer dan een paar ogen zien we niet. Bij de lodge moet Redmar noodgedwongen een gesprek aangaan met de ´s middags aangekomen RTL-Nederlanders. We ergeren ons dood aan de ´Ah!-nederlanders-gezellig´-instelling, wij willen eigenlijk niet met deze oer-hollanders praten. Als Redmar weet te ontsnappen spelen we een potje kaarten met Rhys en ontdekken we een wolfspin bij onze badkamers. Er lopen opeens overal spinnen rond de lodge, want we zien ook nog een grote tarantula en vogelspin. Rhys, die een behoorlijke angst heeft voor spinnen, heeft niet zijn beste nacht.
Woensdag´s hebben we een lange dag op het programma staan, we blijven tot in de namiddag weg. We gaan ´s ochtends met een mooie boottocht en wandeling naar een shaman. We zien onderweg ara´s, waar Redmar en ik op hoopte, al zien we ze alleen vliegen. Tijdens de wandeling vinden we een Amazon Tree Boa, die zich bijzonder mooi laat fotograferen. Redmar weet Nat. Geo-waardig materiaal te schieten. We eten bij de shaman´s hut een boxed lunch en moeten even wachten tot de ceremonie kan beginnen. Dat blijkt, zoals wij al hadden gedacht, een poppekast. Henry en één van de Ecuadorianen laten zich ´reinigen´ met een soort berenklauw, waardoor hun rug compleet bedekt is met vreemde zweren. Wij passen ervoor, hoewel het geen pijn schijnt te doen, en stappen weer in de boot om naar een dorp te gaan. We gaan daar casave maken, een soort pannekoek van yuca. Bij aankomst worden we opeens gevolgd door een kleine wolaap, genaamd Nacho, die in het dorp geadopteerd is. Het aapje verveelt niet snel en beklimt iedereen. Terwijl de Shiona-vrouw druk yuca´s uit de grond trekt en klaar maakt, heeft de groep vooral aandacht voor Nacho. We helpen nog wel bij het schaven van de yuca, maar het is moeilijk om niet de aandacht op het aapje te focussen. Alleen als Henry een (gewonde) anaconda vind, verleggen we de aandacht even. We proeven van het brood, wat vooral droog is maar niet verkeerd smaakt, en keren terug naar de lodge. Daar proberen we vanaf de steiger nog eens piranha´s te vangen, maar die vangen we niet. Tot mijn eigen verbazing ben ik de enige die wat weet te vangen, een 30cm lange meerval. ´s Avonds maken we een nachtwandeling, waar we verschillende boomkikkers vinden en verder vooral veel insecten zien.
Op donderdag vertrekken de Ecuadorianen en hebben wij met de Canadezen een extra dag in het programma. We gaan met een kajak en een kano naar een lagune waar geen gemotoriseerde boten mogen komen. Het is compleet anders dan de Laguna Grande, waar altijd wel een andere boot te vinden is. Onderweg daar naartoe blijkt onze kano lek te zijn, dus ik wissel mijn roeispaan in voor een flesje om te hozen, terwijl Henry de boot repareert met wat rottend hout. De oplossing werkt, maar omdat hij ook de lunch vergeten is (het was niet zijn gelukkigste dag) keren we alweer terug naar de lodge. Die is echter nog zo´n dikke 3 uur pedelen en we verbranden als gekken. Onze armen en benen zijn bij terugkomst vuurrood. ´s Middags is ons programma flexibel, en we besluiten om nog een keer piranha te vissen. We weten niet of we geluk hebben of dat het de flinke regenbui is, maar we hebben dit keer succes. Iedereen vangt tenminste één piranha. We proberen ook weer opnieuw kaaimannen te vinden, maar wederom zonder succes.
Op vrijdag staan we om zes uur op om met de kano stroomafwaarts naar vogels te zoeken. We vinden onder andere toekans en zien ara´s vliegen, dus wat ons betreft was het een geslaagd tochtje. Na het ontbijt vertrekken we, samen met de RTL-nederlanders, weer naar de brug om terug te gaan naar Lago Agrio. Onderweg zien we onze vierde slangensoort, een ratsnake, en eenmaal bij de brug eten we een boxed lunch. We moeten even wachten op het busje, die wat vertraging heeft opgelopen, en vertrekken rond half twee richting Lago Agrio. Daar aangekomen internetten we en eten Chinees met de Canadezen die met ons meereizen met de nachtbus. We pakken om half acht de bus richting Puyo, wat bijzonder oncomfortabel blijkt te zijn. De bus is krap, stopt in het begin vaak en we moeten er ook nog even uit voor een militaire controle (die heel soepel verloopt). We slapen zo nu en dan een beetje, maar echt fris komen we om drie uur niet uit de bus in Puyo. Daar nemen we afscheid van de Canadezen, die daar blijven, terwijl Redmar en ik de bus pakken om half 4 naar Baños. Daar komen we rond vijf uur in de ochtend aan en gelukkig laten ze ons het hostel gewoon binnen. We vallen direct in slaap, we zijn toch al bijna 24 uur op.
Zaterdag´s vinden we dat we wel uit mogen slapen, en we ontbijten (met heel lekker brood en salami) dus pas rond twaalf uur. We hebben eerst de was, die na 5 dagen jungle naar natte hond ruikt, weggebracht. Redmar stelt voor om een dag korter in Baños te blijven en vrijdags nogmaals te proberen om Cotapaxi op te gaan en na enige overdenking stem ik in. We wandelen ´s middags naar Bella Vista, waar we een goed uitzicht over Baños hebben. Het is een pittige klim, vooral omdat die heel stijl is, en we zijn behoorlijk moe als we terug zijn in het hostel. Toch gaan we direct door naar de markt om daar cuy (cavia) te proberen. De presentatie staat ons erg tegen (de beestjes worden geheel geroosterd), en het smaakt ons dan ook niet heel erg. Leuk om geprobeerd te hebben, maar het hoeft niet weer. We eten écht avondeten bij Casa Hood, wat erg gezellig en vooral ook van prima kwaliteit is. We zijn rond negen uur weer terug in het hostel, waar we toch maar vroeg gaan slapen. Helemaal hersteld zijn we nog niet van al het reizen van de vorige dag.
We staan vandaag wat vroeger op, ontbijten bij het hostel en huren twee fietsen (zes dollar voor een dag) om richting Puyo, een afstand van ongeveer 60km, te gaan fietsen. Rond half 10 vertrekken we en omdat het vooral berg af gaat, gaat het behoorlijk snel. We stoppen bij twee watervallen en lopen daar naar beneden. Dat is eigenlijk zwaarder dan het fietsen, omdat het zo stijl is, en we gebruiken het fietsen tussendoor om af te koelen. We fietsen uiteindelijk tot Rio Negro, ongeveer halverwege de trip, omdat het behoorlijk begint te regenen. We eten lunch in Rio Negro, hopend dat het opklaart, maar het lijkt in de gewenste richting alleen maar slechter te worden. We besluiten terug te gaan naar Baños, en terwijl we in een pick-up terugrijden (berg op fietsen zagen we niet zo zitten) klaart het opeens op. We maken er het beste van en gaan in Baños naar de lokale dierentuin. Die valt niet tegen; voor twee dollar zie je veel vogels en dieren die in Ecuador voorkomen in behoorlijke onderkomens. Er zijn veel locals, dus het werkt ook nog eens positief voor de bewustworden van de lokale bevolking. We fietsen terug naar hostel, laten onze spullen achter en brengen de fietsen terug.
Morgen (maandag) gaan we naar Cuenca reizen, via Ingapirca. In Cuenca willen we nog Cagas, een nationaal park bezoeken, en vervolgens in Quito willen we nog proberen Cotapaxi op te gaan. Tegen die tijd zit de reis in Ecuador er voor mij alweer op en vertrekt Redmar richting Peru.
Helaas dit keer geen foto´s, het uploaden werkt hier niet. Hopelijk lukt het ons om in Cuenca wat visueel materiaal van de afgelopen dagen te delen!
Groetjes,
Jelger en Redmar
vrijdag 18 maart 2011
Nieuwe foto´s!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Ik heb nog wat foto´s geüpload van Mindo, Ingapirca en Cuenca!
Ik heb nog wat foto´s geüpload van Mindo, Ingapirca en Cuenca!
Mindo en Galapagos
Hola vrienden, familie en andere verwanten!
Vers terug van de Galapagos na een week weer een nieuw verhaal. Het lijkt eeuwen geleden, want we hebben in die week echt heel veel gedaan. Laat ik beginnen waar Jelger zijn verhaal eindigde, vorige week donderdag, wachtend op tickets voor de Galapagos.
Na die donderdag flink aan het lijntje gehouden te zijn (Ecuadorianen kunnen geen nee zeggen en zeggen daarom dat alles snel geregeld gaat worden), vertrokken we aan het eind van de middag toch maar naar Mindo vertrokken, waar we tegen de avond aankwamen. Telefonisch geregeld dat we de volgende dag naar ¨Paz de las Aves¨(Vrede van de vogels), een natuurreservaat, konden gaan. Wel erg vroeg: 5 uur zouden we door Jesus (een oude bekende voor mij) opgehaald worden om ´s ochtendsvroeg de balts van de Cock-of-the-Rock te kunnen zien.
Die vrijdag slenterden we om 5 uur op het pleintje in Mindo, stapten in de pickup en waren rond kwart voor 6 op de plek van bestemming. Daar aangekomen bleken we samen met een heel stel oude Amerikanen de wandeling te gaan maken, die in het donker begon. Rond kwart over 6 waren we bij de plek en konden, hoewel ver weg, de Cock-of-the-Rocks behoorlijk goed zien. Daarna nog een rondje gemaakt over het terrein, waar Angel Paz (de eigenaar en gids) door middel van fluiten en roepen in staat is om de hele schuwe Antpitta´s te voorschijn te laten komen. Tegen 11 waren we klaar, na ook daar ontbijt te hebben gehad. Helaas sloeg ons wel de schrik om t hart: het nieuws van de tsunami in Japan. De eerste berichten waren dat alle mensen van de Galapagos geëvacueerd zouden worden, gelukkig viel dat nogal mee bij latere check op het internet. Even dachten we dat onze hele Galapagostrip niet meer door zou gaan en, aangezien het een natuurramp betreft, we naar ons geld konden fluiten. Gelukkig bleek dit allemaal wat mee te vallen. Terug in Mindo uitgerust en ´s middags nog een wandeling gemaakt door de bossen. ´s Avonds kwamen we een jong Canadees stel tegen, waarmee we afspraken de volgende morgen naar toekans te gaan zoeken.
Weer vroeg op, nu om 6 uur afgesproken en uiteindelijk waren we tot 11 uur in touw. Eerst vogels gezocht langs de weg, maar nadat we een lokale gids tegenkwamen, konden we onze eerste toekans zien. Als een documentaire van David Attenborough, 4 of 5 enorme grote vogels roepend bovenin een kale boom. Een prachtig gezicht! Daarna konden we zelfs nog 3 andere soorten toekans bijschrijven en konden we voldaan terugkeren naar het hostel. Om 2 uur de bus terug gepakt naar Quito, waar we snel meetten met Mette, die onze tickets zou hebben. Die vertelde ons dat ze die niet had, maar dat alles goed zou komen als we naar het vliegveld zouden gaan. Daar vertrouwden we op en terecht, naar later bleek.
Zondag 13 maart waren we al rond half 8 op t vliegveld, waar iemand klaar stond om ons te helpen met de tickets. Om 9 uur vlogen we voor het eerste deel van de vlucht naar Guayaquil. Door het prachtige heldere weer en onze plek links in het vliegtuig hadden we fantastisch uitzicht op de Andes, met de hoogste vulkanen van Ecuador zonder enig wolkje. Echt een betoverend gezicht. In Guayaquil bleven we wel erg lang aan de grond, moesten het vliegtuig uit en met enige vertraging (uurtje) vertrokken we naar San Cristobal, het vliegveld op het meest oostelijke eiland van de Galapagos. Benieuwd wie onze bootgenoten zouden zijn!
Aangekomen op de Galapagos, moesten we eerst door de nodige checks en werden opgewacht door gids Miguel. Daar ontmoetten we onze reisgenoten, Duitse Anna van 18 en een Amerikaanse familie van zes personen. In de haven de eerste blik op onze boot geworpen (een catamaran) en na de lunch gingen we zo snel mogelijk varen, richting Islas Lobos (de eilanden van de zeeleeuwen), onze eerste stop van vandaag.
Aan land op Islas Lobos kregen we meteen ¨close views¨ van Blue-footed Boobies, zeeleguanen en fregatvogels. Gelukkig waren we net op tijd om de mannetjes fregatvogels te zien met een opgeblazen keelzak, die er dan uitziet als een vuurrode ballon. Geloof het of niet, maar als je een vrouwtje fregatvogel bent, vind je dat woest aantrekkelijk. Vanaf de wal konden we al de zeeleeuwen zien spelen, waarna we terug gingen naar de boot om onze snorkelsets te pakken.
Aangezien zowel Jelger en ik nog nooit hadden gesnorkeld, resulteerde dat eerst wel in vele slokken ingeslikt zeewater en enige ademnood, maar na een tijdje begonnen we het wat onder de knie te krijgen. Erg apart om bewust door je mond te gaan ademen. De eerste keer snorkelen leverde meteen veel roggen, zwemmende zeeleeuwen en prachtige vissen op. Inmiddels was het al wat laat geworden, gingen we weer aan boord voor het uitstekende diner met verse zeevis. We hadden inmiddels al door dat onze reisgenoten erg gezellig waren en dat we daar prima mee op konden schieten. ´s Avonds begon de boot met de oversteek naar het volgende eiland, Española. In onze knusse kamer (Jelger en ik deelden een tweepersoonsbed, erg romantisch) wiegde het schomelen van de boot ons snel in slaap.
Ontbijt was vroeg, maar al om 6 uur waren we door het licht in de cabine wakker geworden. Na het ontbijt aan land gegaan op Española, waar we over de zeeleeuwen heen moesten stappen. Verder genoten van de vele bijzondere vogels, waaronder de Galapagosbuizerd, Galapagosduif, Boobies en de Tropicbird. Erg bijzonder dat je echt heel erg dichtbij kan komen, aanrakan mag niet maar is goed mogelijk als je wilt! Ik hoop dat de foto´s die indruk wat ondersteunen.
´s Middags voeren we een stuk verder op het eiland, naar het parelwitte strand van Gardner Bay. Hier snorkelden we vanaf de boot naar het vaste land. Tijdens het snorkelen zag gids Miguel een haai (die wij niet zagen, verstopt onder een steen), maar we zagen wel zeeschildpadden, roggen en prachtige tropische vissen. Op het strand kon je lekker relaxen tussen de zeeleeuwen, waarna we weer terugsnorkelden naar de boot. Een paar frisse duiken vanaf de boot en we begonnen weer aan de volgende overtocht, naar Floreana.
Een lange overtocht later, veel relaxen op het dek van de boot op zoek naar dolfijnen, een heerlijke maaltijd en een goede nacht slapen, werden we wakker voor de kust van Floreana. We zouden hier naar de beroemde Post Office gaan, waar je een brief kan achter laten, die een andere reiziger voor je mee moet nemen naar en overhandigen. Zie je zelf een brief van iemand die niet te ver van je woont, wordt je aangemoedigd die mee te nemen en te overhandigen. Jelger liet zijn label van de tas achter, nu afwachten wanneer hij die weer terugziet!
Post Office Bay is verder een goede plek om de zeldzame Galapagospinguins te zien. Vanaf het rubberbootje hadden we al 1 zien duiken, vanaf de wal zagen we een stuk of 3 in het water spelen maar gelukkig was er 1 zo vriendelijk om op een rots uitgebreid te poseren voor de fotografen. Een prachtig gezicht! Daarna weer snorkelen langs de rotsen, met als hoogtepunt een zeeschildpad die heel rustig waterplanten aan het eten was, met Jelger links en Redmar rechts een meter er naast. Echt een heel gaaf, bovendien zwom hij of zij zo rustig dat we eenvoudig met haar mee konden zwemmen. Terug op de boot geluncht en op naar ¨Corono del Diabl¨(Duivelskroon), een ingeklapte vulkaan, waar we in de krater zouden gaan snorkelen.
´s Middags eerst aan land geweest om te wandelen naar een strand, waar zeker 10 zeeschildpadden op enkele meters uit de kust aan het fourageren en paren waren. Dit trok de aandacht van een ongeveer 3, 4 meter grote Galapagoshaai, die tussen de zeeschildpadden door zwom. Zo dichtbij waar we zouden gaan snorkelen, gaf dat iedereen toch wel een beetje zenuwen. Na het strand met het bootje naar Corona del Diablo, waar de stroming zo sterk was dat flipperen niet eens nodig was. Eenmaal in rustiger water waren we getuige van een Witpuntrifhaai van ongeveer 1,5 meter die op enkele meters langs ons zwom. Verder prachtig snorkelen, met prachtige vissen en een fraaie omgeving. Door de stroming vrij snel gestopt en begonnen aan de lange overtocht naar Santa Cruz, ons laatste eiland.
Al dagen waren we bezig met de zee afspeuren naar dolfijnen of walvissen en nu, op onze laatste boottocht was het raak. Al ver zagen we af en toe dolfijnen boven het water springen, maar dat was kinderspel met wat een kwartier later zou gebeuren. We zaten middenin een grote groep (zeker 100) Grienden, een kleine walvissoort van ongeveer 4,5-5 meter. Ze waren overal, vlak voor / naast / links / rechts / achter / onder de boot. Een kers op de taart, net als ons laatste avondeten aan boord: spaghetti met gamba´s.
Inmiddels was het woensdag en werden we wakker in de haven van Puerto Ayora, de grootste stad van de Galapagos. Vanaf daar pakten we een bus naar de hooglanden, om dé soort van de Galapagos te zien: de enorme landschildpadden. Aangekomen in het reservaat zat er al gelijk 1 in een poel op ons te wachten, later ¨struikelden¨we over de schildpadden (zeker 8 a 10), waaronder het bijzondere gezicht van de paring. Stel je voor, een vrouw ligt onderop, weegt 90 kilo maar mag wel een mannetje dragen van liefst 500 kilo. Tel daarbij op dat het mannetje loeit als een koe en je krijgt een bizar gezicht. Voor de grote groepen toeristen waren we al weer weg, zijn nog door een gang van enkele 100en meters gelopen, uitgegraven door een lavastroom. Net een natuurlijke mijnschacht.
´s Middags zijn we overgegaan naar het hotel in de haven, samen met de Amerikanen. Anna zou de tour nog verder maken tot zondag, gelukkig kreeg ze nog wat gezelschap van 2 Duitse meisjes. Met de hele club zijn we naar het Darwin Research Centre gegaan, waar schildpadden en leguanen gekweekt worden. Hier zagen we de beroemde Lonesome George, de enige nog overgebleven schildpad van de ondersoort van het eiland Pinga, landleguanen en nog meer schildpadden. ´s Avonds hadden we met de Amerikanen ons laatste diner op de Galapagos, de volgende morgen zouden we naar het vliegveld gebracht worden en zou het hele avontuur er op zitten.
Donderdag na het ontbijt werden om 9 uur Ecuadoriaanse tijd (dat wil zeggen, 10 uur) door twee pickups opgehaald en overgebracht naar het vliegveld. Gelukkig wisten we de tijd te doden met een potje Wizzard, een leuk kaartspelletje dat de Amerikanen ons geleerd hadden. Om 1 uur, zelfs voor 1 uur vertrok ons vliegtuig, praktisch leeg: van de 150 stoelen waren er maximaal 20 bezet. Een surrealistisch gezicht en als trootst hebben we geholpen om de crew van de overtollige voedselvoorraden af te helpen (lees meerdere toetjes en broodjes). Om 4 uur waren we weer in Quito en spoedden ons naar ons hostel, na afscheid te hebben genomen van de Amerikanen. Allebei moe en een beetje ziekjes, maar het komt vast wel weer goed!
Vandaag gaan we naar het oude centrum van Quito, morgen naar vulkaan Cotopaxi en zondag vertrekken we naar de jungle, waar we tot vrijdag blijven. Check de foto´s, na de jungle vast een nieuwe update!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Tot horens en het allerbeste vanuit Ecuador!
Redmar en Jelger
Vers terug van de Galapagos na een week weer een nieuw verhaal. Het lijkt eeuwen geleden, want we hebben in die week echt heel veel gedaan. Laat ik beginnen waar Jelger zijn verhaal eindigde, vorige week donderdag, wachtend op tickets voor de Galapagos.
Na die donderdag flink aan het lijntje gehouden te zijn (Ecuadorianen kunnen geen nee zeggen en zeggen daarom dat alles snel geregeld gaat worden), vertrokken we aan het eind van de middag toch maar naar Mindo vertrokken, waar we tegen de avond aankwamen. Telefonisch geregeld dat we de volgende dag naar ¨Paz de las Aves¨(Vrede van de vogels), een natuurreservaat, konden gaan. Wel erg vroeg: 5 uur zouden we door Jesus (een oude bekende voor mij) opgehaald worden om ´s ochtendsvroeg de balts van de Cock-of-the-Rock te kunnen zien.
Die vrijdag slenterden we om 5 uur op het pleintje in Mindo, stapten in de pickup en waren rond kwart voor 6 op de plek van bestemming. Daar aangekomen bleken we samen met een heel stel oude Amerikanen de wandeling te gaan maken, die in het donker begon. Rond kwart over 6 waren we bij de plek en konden, hoewel ver weg, de Cock-of-the-Rocks behoorlijk goed zien. Daarna nog een rondje gemaakt over het terrein, waar Angel Paz (de eigenaar en gids) door middel van fluiten en roepen in staat is om de hele schuwe Antpitta´s te voorschijn te laten komen. Tegen 11 waren we klaar, na ook daar ontbijt te hebben gehad. Helaas sloeg ons wel de schrik om t hart: het nieuws van de tsunami in Japan. De eerste berichten waren dat alle mensen van de Galapagos geëvacueerd zouden worden, gelukkig viel dat nogal mee bij latere check op het internet. Even dachten we dat onze hele Galapagostrip niet meer door zou gaan en, aangezien het een natuurramp betreft, we naar ons geld konden fluiten. Gelukkig bleek dit allemaal wat mee te vallen. Terug in Mindo uitgerust en ´s middags nog een wandeling gemaakt door de bossen. ´s Avonds kwamen we een jong Canadees stel tegen, waarmee we afspraken de volgende morgen naar toekans te gaan zoeken.
Weer vroeg op, nu om 6 uur afgesproken en uiteindelijk waren we tot 11 uur in touw. Eerst vogels gezocht langs de weg, maar nadat we een lokale gids tegenkwamen, konden we onze eerste toekans zien. Als een documentaire van David Attenborough, 4 of 5 enorme grote vogels roepend bovenin een kale boom. Een prachtig gezicht! Daarna konden we zelfs nog 3 andere soorten toekans bijschrijven en konden we voldaan terugkeren naar het hostel. Om 2 uur de bus terug gepakt naar Quito, waar we snel meetten met Mette, die onze tickets zou hebben. Die vertelde ons dat ze die niet had, maar dat alles goed zou komen als we naar het vliegveld zouden gaan. Daar vertrouwden we op en terecht, naar later bleek.
Zondag 13 maart waren we al rond half 8 op t vliegveld, waar iemand klaar stond om ons te helpen met de tickets. Om 9 uur vlogen we voor het eerste deel van de vlucht naar Guayaquil. Door het prachtige heldere weer en onze plek links in het vliegtuig hadden we fantastisch uitzicht op de Andes, met de hoogste vulkanen van Ecuador zonder enig wolkje. Echt een betoverend gezicht. In Guayaquil bleven we wel erg lang aan de grond, moesten het vliegtuig uit en met enige vertraging (uurtje) vertrokken we naar San Cristobal, het vliegveld op het meest oostelijke eiland van de Galapagos. Benieuwd wie onze bootgenoten zouden zijn!
Aangekomen op de Galapagos, moesten we eerst door de nodige checks en werden opgewacht door gids Miguel. Daar ontmoetten we onze reisgenoten, Duitse Anna van 18 en een Amerikaanse familie van zes personen. In de haven de eerste blik op onze boot geworpen (een catamaran) en na de lunch gingen we zo snel mogelijk varen, richting Islas Lobos (de eilanden van de zeeleeuwen), onze eerste stop van vandaag.
Aan land op Islas Lobos kregen we meteen ¨close views¨ van Blue-footed Boobies, zeeleguanen en fregatvogels. Gelukkig waren we net op tijd om de mannetjes fregatvogels te zien met een opgeblazen keelzak, die er dan uitziet als een vuurrode ballon. Geloof het of niet, maar als je een vrouwtje fregatvogel bent, vind je dat woest aantrekkelijk. Vanaf de wal konden we al de zeeleeuwen zien spelen, waarna we terug gingen naar de boot om onze snorkelsets te pakken.
Aangezien zowel Jelger en ik nog nooit hadden gesnorkeld, resulteerde dat eerst wel in vele slokken ingeslikt zeewater en enige ademnood, maar na een tijdje begonnen we het wat onder de knie te krijgen. Erg apart om bewust door je mond te gaan ademen. De eerste keer snorkelen leverde meteen veel roggen, zwemmende zeeleeuwen en prachtige vissen op. Inmiddels was het al wat laat geworden, gingen we weer aan boord voor het uitstekende diner met verse zeevis. We hadden inmiddels al door dat onze reisgenoten erg gezellig waren en dat we daar prima mee op konden schieten. ´s Avonds begon de boot met de oversteek naar het volgende eiland, Española. In onze knusse kamer (Jelger en ik deelden een tweepersoonsbed, erg romantisch) wiegde het schomelen van de boot ons snel in slaap.
Ontbijt was vroeg, maar al om 6 uur waren we door het licht in de cabine wakker geworden. Na het ontbijt aan land gegaan op Española, waar we over de zeeleeuwen heen moesten stappen. Verder genoten van de vele bijzondere vogels, waaronder de Galapagosbuizerd, Galapagosduif, Boobies en de Tropicbird. Erg bijzonder dat je echt heel erg dichtbij kan komen, aanrakan mag niet maar is goed mogelijk als je wilt! Ik hoop dat de foto´s die indruk wat ondersteunen.
´s Middags voeren we een stuk verder op het eiland, naar het parelwitte strand van Gardner Bay. Hier snorkelden we vanaf de boot naar het vaste land. Tijdens het snorkelen zag gids Miguel een haai (die wij niet zagen, verstopt onder een steen), maar we zagen wel zeeschildpadden, roggen en prachtige tropische vissen. Op het strand kon je lekker relaxen tussen de zeeleeuwen, waarna we weer terugsnorkelden naar de boot. Een paar frisse duiken vanaf de boot en we begonnen weer aan de volgende overtocht, naar Floreana.
Een lange overtocht later, veel relaxen op het dek van de boot op zoek naar dolfijnen, een heerlijke maaltijd en een goede nacht slapen, werden we wakker voor de kust van Floreana. We zouden hier naar de beroemde Post Office gaan, waar je een brief kan achter laten, die een andere reiziger voor je mee moet nemen naar en overhandigen. Zie je zelf een brief van iemand die niet te ver van je woont, wordt je aangemoedigd die mee te nemen en te overhandigen. Jelger liet zijn label van de tas achter, nu afwachten wanneer hij die weer terugziet!
Post Office Bay is verder een goede plek om de zeldzame Galapagospinguins te zien. Vanaf het rubberbootje hadden we al 1 zien duiken, vanaf de wal zagen we een stuk of 3 in het water spelen maar gelukkig was er 1 zo vriendelijk om op een rots uitgebreid te poseren voor de fotografen. Een prachtig gezicht! Daarna weer snorkelen langs de rotsen, met als hoogtepunt een zeeschildpad die heel rustig waterplanten aan het eten was, met Jelger links en Redmar rechts een meter er naast. Echt een heel gaaf, bovendien zwom hij of zij zo rustig dat we eenvoudig met haar mee konden zwemmen. Terug op de boot geluncht en op naar ¨Corono del Diabl¨(Duivelskroon), een ingeklapte vulkaan, waar we in de krater zouden gaan snorkelen.
´s Middags eerst aan land geweest om te wandelen naar een strand, waar zeker 10 zeeschildpadden op enkele meters uit de kust aan het fourageren en paren waren. Dit trok de aandacht van een ongeveer 3, 4 meter grote Galapagoshaai, die tussen de zeeschildpadden door zwom. Zo dichtbij waar we zouden gaan snorkelen, gaf dat iedereen toch wel een beetje zenuwen. Na het strand met het bootje naar Corona del Diablo, waar de stroming zo sterk was dat flipperen niet eens nodig was. Eenmaal in rustiger water waren we getuige van een Witpuntrifhaai van ongeveer 1,5 meter die op enkele meters langs ons zwom. Verder prachtig snorkelen, met prachtige vissen en een fraaie omgeving. Door de stroming vrij snel gestopt en begonnen aan de lange overtocht naar Santa Cruz, ons laatste eiland.
Al dagen waren we bezig met de zee afspeuren naar dolfijnen of walvissen en nu, op onze laatste boottocht was het raak. Al ver zagen we af en toe dolfijnen boven het water springen, maar dat was kinderspel met wat een kwartier later zou gebeuren. We zaten middenin een grote groep (zeker 100) Grienden, een kleine walvissoort van ongeveer 4,5-5 meter. Ze waren overal, vlak voor / naast / links / rechts / achter / onder de boot. Een kers op de taart, net als ons laatste avondeten aan boord: spaghetti met gamba´s.
Inmiddels was het woensdag en werden we wakker in de haven van Puerto Ayora, de grootste stad van de Galapagos. Vanaf daar pakten we een bus naar de hooglanden, om dé soort van de Galapagos te zien: de enorme landschildpadden. Aangekomen in het reservaat zat er al gelijk 1 in een poel op ons te wachten, later ¨struikelden¨we over de schildpadden (zeker 8 a 10), waaronder het bijzondere gezicht van de paring. Stel je voor, een vrouw ligt onderop, weegt 90 kilo maar mag wel een mannetje dragen van liefst 500 kilo. Tel daarbij op dat het mannetje loeit als een koe en je krijgt een bizar gezicht. Voor de grote groepen toeristen waren we al weer weg, zijn nog door een gang van enkele 100en meters gelopen, uitgegraven door een lavastroom. Net een natuurlijke mijnschacht.
´s Middags zijn we overgegaan naar het hotel in de haven, samen met de Amerikanen. Anna zou de tour nog verder maken tot zondag, gelukkig kreeg ze nog wat gezelschap van 2 Duitse meisjes. Met de hele club zijn we naar het Darwin Research Centre gegaan, waar schildpadden en leguanen gekweekt worden. Hier zagen we de beroemde Lonesome George, de enige nog overgebleven schildpad van de ondersoort van het eiland Pinga, landleguanen en nog meer schildpadden. ´s Avonds hadden we met de Amerikanen ons laatste diner op de Galapagos, de volgende morgen zouden we naar het vliegveld gebracht worden en zou het hele avontuur er op zitten.
Donderdag na het ontbijt werden om 9 uur Ecuadoriaanse tijd (dat wil zeggen, 10 uur) door twee pickups opgehaald en overgebracht naar het vliegveld. Gelukkig wisten we de tijd te doden met een potje Wizzard, een leuk kaartspelletje dat de Amerikanen ons geleerd hadden. Om 1 uur, zelfs voor 1 uur vertrok ons vliegtuig, praktisch leeg: van de 150 stoelen waren er maximaal 20 bezet. Een surrealistisch gezicht en als trootst hebben we geholpen om de crew van de overtollige voedselvoorraden af te helpen (lees meerdere toetjes en broodjes). Om 4 uur waren we weer in Quito en spoedden ons naar ons hostel, na afscheid te hebben genomen van de Amerikanen. Allebei moe en een beetje ziekjes, maar het komt vast wel weer goed!
Vandaag gaan we naar het oude centrum van Quito, morgen naar vulkaan Cotopaxi en zondag vertrekken we naar de jungle, waar we tot vrijdag blijven. Check de foto´s, na de jungle vast een nieuwe update!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Tot horens en het allerbeste vanuit Ecuador!
Redmar en Jelger
donderdag 10 maart 2011
Cuenca, Carnaval en ook Jelger in Ecuador!
Hola chicos!
Dit blog zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel gaat nog over het ¨pre-Jelger-tijdperk¨, oftewel een stuk waarin Jelger nog niet aangekomen is. Het tweede deel (post-Jelger) bestaat uit een verhaal van Jelgers hand, want het is na zoveel lange verhalen van mij ook wel eens leuk om weer een newbie te horen die net in Ecuador is aangekomen!
Na mijn laatste blog zijn we op zondag met werkelijk de meest relaxte bus tot nu toe vanuit Montañita naar Guayaquil gegaan. Op vrijdag hadden we de kaartjes al gekocht en dat bleek geen overbodige luxe: alle bussen naar Guayaquil waren uitverkocht, gelukkig zaten wij in de bus met airco, relaxte stoelen en een leuke, gloednieuwe film. Aangekomen in Guayaquil (de grootste stad van Ecuador en één met een nogal slechte reputatie) zo snel mogelijk een bus gepakt naar Cuenca. Tijdens de busrit kreeg ik helemaal nostalgische gevoelens van alle rijstvelden die rondom Guayaquil liggen, compleet met grote groepen reigers en ibissen. Het deed me enorm denken aan Zuid-Frankrijk, de Camargue, toch nog altijd een van mijn favoriete plekjes van de wereld. Al snel doken we de bergen in, stegen van zeeniveau binnen 1,5 uur naar ruim 3600 meter en daalden daarna weer wat af, om rond half 6 in Cuenca aan te komen. Snel een taxi gepakt naar ons hostel, waar Lisa en ik een ander ¨gringo-koppel¨ te snel afwaren en de allerlaatste tweepersoonskamer inpikten. Danku roekeloze taxi-chauffeur!
De volgende dag hebben we besteed aan het prachtige, relaxte Cuenca met zijn vele musea. Wat ten opzichte van Quito meteen al opvalt: de relaxte sfeer. Je voelt je totaal niet onveilig, de straten zijn schoon, de mensen mooi en het centrum niet al te groot en gezellig met vele koloniale gebouwen. Ook gedurende onze busritten die door buitenwijken van Cuenca kwamen, konden we weinig shabby wijken ontdekken. Cuenca is een aristocratische stad, met universiteiten, musea en vele charmante koloniale huisjes. Het heeft nog sporen van de Incas, die we konden zien bij de ruines van Tomepampa, die overigens vooral bestonden uit rijtjes stenen fundamenten. Niet bijster spectaculair, maar wel interessant, zo ook het bijbehorende museum met onder andere ¨shrunken heads¨ (gedroogde mensenhoofden ter grote van een vuist) van de Shuar, een stam uit de Amazone die op die manier afgehakte koppen van vijanden bewaarden.
Later die middag, na een tijd door de straatjes van Cuenca te hebben geslenterd, besloten we alsnog een ander museum in te duiken. Dit leek echter meer een depot dan een museum. Werkelijk alles was uitgestald, wat betekende dat er tientallen vitrines waren met 100en, zo niet 1000en potjes en ander keramiek, 100en pijlpunten / vishaken / bijlen / figuurtjes / sieraden (doorhalen wat niet van toepassing is) en meer van dat soort. Op zich best interessant, maar nu erg onoverzichtelijk, helemaal gezien de summiere informatie. Om dit af te leren ben ik daarna naar de kapper gegaan om mijn coupe weer wat te korten. De kapster begreep helaas niet dat ¨dos y media centimetros¨ de lengte van mijn haar moest zijn, want het is er helemaal afgegaan. Met verse, gemillimeterde militairencoupe, die wel weer even moest wennen, ga ik nu als een soort hooligan door het land.
Dinsdag zijn we naar de grootste Inka-ruines van Ecuador gegaan, aangezien dat best dichtbij was (2 uur met de bus heen, 2 uur met de bus terug, dat noem je in Nederland ver weg!). De ruines waren niet bijster spectaculair, maar wel leuk om gezien te hebben en de omgeving maakte wederom nostalgische gevoelens los, door de vele weilanden met vaak zwart-witte koeien. Bij de ruines was het erg rustig, het is te hopen dat in het hoogseizoen daar wat meer toeristen rondscharrelen, anders kan het misschien ook wel met de eer strijken van minst bezochte Inka-ruine.
Woensdag besloten we een rustdag te houden en niet naar het paramo (hoog grasland) park Cajas te gaan, gezien we beide met nogal wat kwaaltjes te kampen hadden. Lees buikpijn, dunne ontlasting, verstuikte enkel en verkoudheid. Dit bleek een goede zet te zijn en we hebben die dag besteed door wat door Cuenca te slenteren, nog een museum te bezoeken en vast ons voor te bereiden op de volgende trip, want vrijdag moesten we weer in Quito zijn om Jelger op te halen.
Donderdag hebben we de bus gepakt naar Riobamba, 6 uur ten noorden van Cuenca omdat we geen zin hadden om meteen 10 of 12 uur in de bus te moeten zitten. Na een busrit die slingerde, klom en daalde door de Andes (waar je hier erg veel indigenas, ¨indianen¨) ziet kwamen we in Riobamba aan. De stad zelf is niet bijzonder lelijk, maar ook niet bijzonder mooi maar de omgeving maakt veel goed. De stad ligt in de schaduw van 3 vulkanen, waaronder Ecuadors hoogste berg/vulkaan Chimborazo en de actieve vulkaan Tungurahua. Vanuit de stad had je werkelijk prachtig uitzicht op de vulkanen, het blijft toch een machtig gezicht. In Riobamba overigens een van de lekkerste koffies van de reis gehad. In een land waar koffie vooral synoniem staat voor Néscafé oploskoffie (of een nog viezere goedkopere variant) omarm je alle vers gemalen filterkoffie met liefde (overigens heeft Riobamba ook de eer de allersmerigste koffie te serveren, bij het ontbijt van vrijdag).
Vrijdag de grote dag, want Jelger zou om ongeveer half 11 lokale tijd aankomen. Na een fout van mij waren we in eerste instantie totaal verkeerd uitgekomen, bij het andere busstation van Riobamba maar om 10 uur zaten we in de bus naar Quito. Nu duurt de rit Riobamba - Quito normaal gesproken 4 uur, maar onze chauffeur was on speed en binnen 3 uur stonden we op het busterminal van Quito-Zuid. Hier meteen kaartjes gekocht voor de bus naar Pedernales (vanwaar we naar Canoa wilden), aangezien de bussen met carnaval nogal chaotisch schijnen te zijn, maar zelfs een dag voor het echt begon was het al gekkenhuis op de terminal. Gelukkig was Pedernales niet populair en konden we ons snel weer bij onze vrienden in Quito voegen. Er viel veel bij te praten, te lachen en je zat meteen weer in de chaos van de grote stad. Om half 11 pakte ik een taxi naar het vliegveld, waar ik Jelger al snel aan zag komen (hij torent hier boven 99 procent van de mensen uit). Ik geef ook het stokje over en vanaf nu een verslag van Jelger!
Gracias, Hermano.
Zoals Redmar eerder schreef, rond 11 uur in Quito aangekomen, na 25 uur reizen. Mijn vrijdag begon al om 5.15 om richting Schiphol te gaan, wat je al niet moet doen om kwart over 11 te kunnen vliegen. Nadat Heit en ik op Schiphol nog even wat hadden gedronken met Silvia en Annelies, de security door en wachten op de vlucht. Uiteindelijk bijna 45 minuten later vertrokken om vrij onduidelijke redenen, maar dat mocht niet baten. Tijdens de vlucht heb ik goed gebruik gemaakt van het filmaanbod van de KLM. Oscar-winnaars The King´s Speech en Black Swan, Harry Potter 7 en Tangled gezien en tussendoor ook nog een aflevering van een handvol comedy-series. Zowaar had ik tussendoor ook nog tijd om een uurtje met het Nederlandse stel naast mij te praten, die richting Guatamala gingen, maar duidelijk niet vaak hadden gevlogen. Ik vond het niet zo erg om me met films af te sluiten van het bijna panische geraskaal van de vrouw.
Rond half vijf lokale tijd in Panama aangekomen, waar vier uur wachten een ware hel werd. Ik dacht wel een winkeltje met kranten, tijdschriften of zelfs maar iets van papier te vinden, maar dat was ijdele hoop. Na vier erg lange uren eindelijk in het vliegtuig richting Quito gestapt, waar ik naast een wat ouder Amerikaans stel zat. Zo conservatief als de pest, maar de man had wel mooie verhalen uit Idaho, dus de vlucht van twee uur kwamen we wel door. In Quito opgepikt door Redmar, die ik dan weer snel zag door zijn korte blonde haartjes en naar het hostel gegaan voor eindelijk wat slaap.
Zaterdag begon, helaas, wederom vroeg. Lisa, die al langer met Redmar mee reist en ook mee naar de kust ging, Redmar en ik zitten rond een uur of 8 alweer in de taxi om naar de busterminal te gaan in Quito. Onderweg pikken we Miranda, die haar scriptie hier schrijft, op en iets voor negen staan we op een moderne, maar bomvolle busterminal. Redmar, Lisa en ik zijn al voorzien van kaartjes, maar Miranda hoopte die nog te kunnen regelen. Dat blijkt in eerste instantie ijdele hoop, het station is werkelijk overvol. Maar met een beetje Noord-Hollandse bluf komt ze uiteindelijk toch in de bus en rijden we richting de kust. Het eerste stuk, van vijf uur naar Pedernales, is erg bochtig en ik voel nu pas de hoogte en vermoeidheid toeslaan. De rijstijl van de Ecuadoriaanse chauffeurs en de verschrikkelijke uitlaatgassengeur rondom Quito helpen ook niet mee, en ik voel me het eerste stuk beroerd. Na een uur of twee rijden wordt het echter vlakker en nemen de bochten af, waardoor ik ook langzaam maar zeker wat bij kom.
We stappen over in de bus naar Canoa, waar we carnaval gaan vieren, wat nog eens twee uur in de bus betekend. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en als we eindelijk aankomen zijn we maar wat blij om iets geschiktere kleding aan te doen. Omdat het al wat later op de dag is gaan we nog niet écht het strand op, maar blijft het bij een drankje bij een strandtent. Na het eten begint de stroom met enige regelmaat voor kortere periodes uit te vallen, waardoor we in het hotel ook niet mogen douchen. Ik vind het niet zo erg, want het bed ligt erg lekker en we powernappen tot ongeveer half elf. Als de stroom het weer doet, bereiden we ons voor om het feest in te gaan. Ik ben zo naïef om te denken dat ik niet Off (de lokale deet) hoef te smeren op mijn voeten omdat ik schoenen draag, maar daar betaal ik de volgende dag de rekening voor. Mijn voeten zitten onder de rode bultjes van waarschijnlijk zandvlooien. Het ziet er nogal vervelend uit, maar behalve wat jeuk is het niets.
We slapen op zondag uit tot een uur of twaalf, al worden Miranda en ik wel vroeg wakker van het lawaai in de keuken, waar wij boven slapen. Ze beginnen om half acht al met het bakken van vlees, vis en eieren, want de Ecuadoriaan houdt blijkbaar wel van een stevig ontbijt. Wij moeten ons best doen om überhaupt ergens een normaal ontbijt te vinden en als het na vier pogingen eindelijk lukt is het al half twee. Na het ontbijt bellen Redmar en ik met onze jarige vader en Lisa en Miranda gaan alvast naar het strand. Als wij later aansluiten blijkt Canoa bijzonder populair tijdens carnaval, het strand ziet zwart van de mensen. De zee en het strand hebben er onder te lijden, overal ligt plastic en ander vuil en ook in de zee drijft hier en daar wel wat. Het voelt niet echt prettig, maar het water is wel zo verkoelend dat je er toch in gaat. We houden het vol tot zonsondergang, waarna we ons voorbereiden op de échte start van het carnaval. We eten samen met Mette en Inge die hier met een groep Ecuadorianen in de buurt zitten. Als we rond half elf het strand oplopen waar de DJ de dag ervoor nog tot in de late uurtjes het feest in stand hield, valt het op dat de muziek af en toe wegvalt. Een mannetje op het podium brabbelt wat in het Spaans en Redmar weet de naam van de president te ontdekken. Het lijkt erop dat hij niet wil dat het feest langer doorgaat, maar de Ecuadorianen hebben daar geen boodschap aan. Tot onze hilariteit wordt er gewoon één van de vele kleine auto´s met veel te grote luidsprekers het strand opgereden en wordt rondom de auto het feest voortgezet. Wij zoeken ons heil desondanks ergens anders, maar ook in de lokale club klopt de politie aan om het stop te zetten. Maar als wij net binnen zijn, begint de eigenaar de deuren te barricaderen en de ramen te sluiten. Hij sluit de politie gewoon buiten! De locals binnen vinden het prachtig en feesten uitbundig door. Uiteindelijk wordt het ons iets té uitbundig en gaan we toch maar weg.
Het schema maandag komt erg overeen met dat van zondag. We staan wel iets eerder op, en ontbijten (wederom tussen de stroomstoringen door, dit keer door de heftige regen in de ochtend) bij het hotel. We ploffen nu ook niet neer bij de eerste de beste vrije strandtent, maar lopen een minuut of 10 door en zowaar is het strand rustig en schoon. We genieten van een dagje strand en zee. ´s Avonds tijdens het eten valt opeens de stroom voor langere tijd uit en moeten we bij kaarslicht eten. Het is eigenlijk wel prettig, want alle strandtentjes draaien hun eigen muziek en proberen elkaar te overtreffen in volume. Dat er op elke straathoek auto´s met luidsprekers staan helpt ook niet mee. Door de stroomstoring kunnen we elkaar tenminste verstaan en trilt het bestek niet meer mee op de beats. We eten rustig en gaan daarna naar de enige strandtent die een generator heeft aangeslingerd. Ik wordt bewonderd om mijn lengte door een Ecuadoriaans stel en we krijgen een weinig subtiel lesje biologie van een handvol meisjes en één jongen. De manier waarop hij met hun danst laat weinig aan de verbeelding over en trekt letterlijk vier rijen joelende locals aan. Op een gegeven moment gaat het ons iets té ver en gaan we door naar de DJ op het strand die nu gewoon weer mag draaien. Om een uur of half twee houden we het voorgezien. In het hotel treffen Miranda en ik echter mieren in onze kamer aan. De ontzettende aardige mensen van het hotel doen hun uiterste best om ze te verdrijven, maar hun spray stinkt zo erg dat we de ventilator van de andere kamer installeren om frisse lucht te krijgen. Als ik dan vervolgens ook nog per ongeluk de badkamerdeur in het slot laat vallen, zonder dat hij van de buitenkant open kan, is de chaos compleet. Het mannetje van het hotel probeert zelfs met een mes de deur open te krijgen, maar we moeten wachten tot de ochtend zodat een kind door het raam kan klimmen en van binnenuit de deur kan openen.
Ook de dinsdag spenderen we aan het strand, nadat ´s ochtends onze badkamer weer open is gemaakt. Canoa is ondertussen leeggestroomd en in de avond is ook op weinig plekken meer feest. Wij beperken ons ook tot een potje kaarten, omdat we de volgende dag nog een bus moeten vinden terug naar Quito. Dat blijkt de volgende dag nog een behoorlijke opgave. Hoewel ons is verteld dat er elk uur een bus komt en wij al om half acht met ons goeie gedrag klaarstaan duurt het nog twee uur voordat we een bus vinden. In Pedernales vinden we vrij vlot een bus naar Quito, al moeten we ook daar een uur op wachten. Uiteindelijk komen we pas tegen achten aan in het hostel, waar we een broodnodige pasta eten. ´s Avonds moet ik Ladies Night in de kroeg Bungalow Six meemaken, maar heel Ecuador is blut en brak van carnaval, dus erg druk is het niet. Ik ga rond een uur of één terug naar het hostel om een beetje bij te slapen, Redmar en Lisa maken het iets later.
Vandaag (Donderdag) staan we op tijd op om de tickets voor de Galapagos te halen en naar Mindo te gaan, maar het loopt allemaal net iets anders. De tickets laten nog steeds op zich wachten en Redmar en ik regelen dus onze jungle-trip alvast. Als het goed is liggen onze tickets rond half twee klaar en kunnen we dan eindelijk naar Mindo. Daar willen we in het nevelwoud vooral vogels zien en van de natuur genieten. Vanaf zondag zullen we dat gaan doen op de Galapagos.
Groetjes,
Redmar en Jelger
Dit blog zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel gaat nog over het ¨pre-Jelger-tijdperk¨, oftewel een stuk waarin Jelger nog niet aangekomen is. Het tweede deel (post-Jelger) bestaat uit een verhaal van Jelgers hand, want het is na zoveel lange verhalen van mij ook wel eens leuk om weer een newbie te horen die net in Ecuador is aangekomen!
Na mijn laatste blog zijn we op zondag met werkelijk de meest relaxte bus tot nu toe vanuit Montañita naar Guayaquil gegaan. Op vrijdag hadden we de kaartjes al gekocht en dat bleek geen overbodige luxe: alle bussen naar Guayaquil waren uitverkocht, gelukkig zaten wij in de bus met airco, relaxte stoelen en een leuke, gloednieuwe film. Aangekomen in Guayaquil (de grootste stad van Ecuador en één met een nogal slechte reputatie) zo snel mogelijk een bus gepakt naar Cuenca. Tijdens de busrit kreeg ik helemaal nostalgische gevoelens van alle rijstvelden die rondom Guayaquil liggen, compleet met grote groepen reigers en ibissen. Het deed me enorm denken aan Zuid-Frankrijk, de Camargue, toch nog altijd een van mijn favoriete plekjes van de wereld. Al snel doken we de bergen in, stegen van zeeniveau binnen 1,5 uur naar ruim 3600 meter en daalden daarna weer wat af, om rond half 6 in Cuenca aan te komen. Snel een taxi gepakt naar ons hostel, waar Lisa en ik een ander ¨gringo-koppel¨ te snel afwaren en de allerlaatste tweepersoonskamer inpikten. Danku roekeloze taxi-chauffeur!
De volgende dag hebben we besteed aan het prachtige, relaxte Cuenca met zijn vele musea. Wat ten opzichte van Quito meteen al opvalt: de relaxte sfeer. Je voelt je totaal niet onveilig, de straten zijn schoon, de mensen mooi en het centrum niet al te groot en gezellig met vele koloniale gebouwen. Ook gedurende onze busritten die door buitenwijken van Cuenca kwamen, konden we weinig shabby wijken ontdekken. Cuenca is een aristocratische stad, met universiteiten, musea en vele charmante koloniale huisjes. Het heeft nog sporen van de Incas, die we konden zien bij de ruines van Tomepampa, die overigens vooral bestonden uit rijtjes stenen fundamenten. Niet bijster spectaculair, maar wel interessant, zo ook het bijbehorende museum met onder andere ¨shrunken heads¨ (gedroogde mensenhoofden ter grote van een vuist) van de Shuar, een stam uit de Amazone die op die manier afgehakte koppen van vijanden bewaarden.
Later die middag, na een tijd door de straatjes van Cuenca te hebben geslenterd, besloten we alsnog een ander museum in te duiken. Dit leek echter meer een depot dan een museum. Werkelijk alles was uitgestald, wat betekende dat er tientallen vitrines waren met 100en, zo niet 1000en potjes en ander keramiek, 100en pijlpunten / vishaken / bijlen / figuurtjes / sieraden (doorhalen wat niet van toepassing is) en meer van dat soort. Op zich best interessant, maar nu erg onoverzichtelijk, helemaal gezien de summiere informatie. Om dit af te leren ben ik daarna naar de kapper gegaan om mijn coupe weer wat te korten. De kapster begreep helaas niet dat ¨dos y media centimetros¨ de lengte van mijn haar moest zijn, want het is er helemaal afgegaan. Met verse, gemillimeterde militairencoupe, die wel weer even moest wennen, ga ik nu als een soort hooligan door het land.
Dinsdag zijn we naar de grootste Inka-ruines van Ecuador gegaan, aangezien dat best dichtbij was (2 uur met de bus heen, 2 uur met de bus terug, dat noem je in Nederland ver weg!). De ruines waren niet bijster spectaculair, maar wel leuk om gezien te hebben en de omgeving maakte wederom nostalgische gevoelens los, door de vele weilanden met vaak zwart-witte koeien. Bij de ruines was het erg rustig, het is te hopen dat in het hoogseizoen daar wat meer toeristen rondscharrelen, anders kan het misschien ook wel met de eer strijken van minst bezochte Inka-ruine.
Woensdag besloten we een rustdag te houden en niet naar het paramo (hoog grasland) park Cajas te gaan, gezien we beide met nogal wat kwaaltjes te kampen hadden. Lees buikpijn, dunne ontlasting, verstuikte enkel en verkoudheid. Dit bleek een goede zet te zijn en we hebben die dag besteed door wat door Cuenca te slenteren, nog een museum te bezoeken en vast ons voor te bereiden op de volgende trip, want vrijdag moesten we weer in Quito zijn om Jelger op te halen.
Donderdag hebben we de bus gepakt naar Riobamba, 6 uur ten noorden van Cuenca omdat we geen zin hadden om meteen 10 of 12 uur in de bus te moeten zitten. Na een busrit die slingerde, klom en daalde door de Andes (waar je hier erg veel indigenas, ¨indianen¨) ziet kwamen we in Riobamba aan. De stad zelf is niet bijzonder lelijk, maar ook niet bijzonder mooi maar de omgeving maakt veel goed. De stad ligt in de schaduw van 3 vulkanen, waaronder Ecuadors hoogste berg/vulkaan Chimborazo en de actieve vulkaan Tungurahua. Vanuit de stad had je werkelijk prachtig uitzicht op de vulkanen, het blijft toch een machtig gezicht. In Riobamba overigens een van de lekkerste koffies van de reis gehad. In een land waar koffie vooral synoniem staat voor Néscafé oploskoffie (of een nog viezere goedkopere variant) omarm je alle vers gemalen filterkoffie met liefde (overigens heeft Riobamba ook de eer de allersmerigste koffie te serveren, bij het ontbijt van vrijdag).
Vrijdag de grote dag, want Jelger zou om ongeveer half 11 lokale tijd aankomen. Na een fout van mij waren we in eerste instantie totaal verkeerd uitgekomen, bij het andere busstation van Riobamba maar om 10 uur zaten we in de bus naar Quito. Nu duurt de rit Riobamba - Quito normaal gesproken 4 uur, maar onze chauffeur was on speed en binnen 3 uur stonden we op het busterminal van Quito-Zuid. Hier meteen kaartjes gekocht voor de bus naar Pedernales (vanwaar we naar Canoa wilden), aangezien de bussen met carnaval nogal chaotisch schijnen te zijn, maar zelfs een dag voor het echt begon was het al gekkenhuis op de terminal. Gelukkig was Pedernales niet populair en konden we ons snel weer bij onze vrienden in Quito voegen. Er viel veel bij te praten, te lachen en je zat meteen weer in de chaos van de grote stad. Om half 11 pakte ik een taxi naar het vliegveld, waar ik Jelger al snel aan zag komen (hij torent hier boven 99 procent van de mensen uit). Ik geef ook het stokje over en vanaf nu een verslag van Jelger!
Gracias, Hermano.
Zoals Redmar eerder schreef, rond 11 uur in Quito aangekomen, na 25 uur reizen. Mijn vrijdag begon al om 5.15 om richting Schiphol te gaan, wat je al niet moet doen om kwart over 11 te kunnen vliegen. Nadat Heit en ik op Schiphol nog even wat hadden gedronken met Silvia en Annelies, de security door en wachten op de vlucht. Uiteindelijk bijna 45 minuten later vertrokken om vrij onduidelijke redenen, maar dat mocht niet baten. Tijdens de vlucht heb ik goed gebruik gemaakt van het filmaanbod van de KLM. Oscar-winnaars The King´s Speech en Black Swan, Harry Potter 7 en Tangled gezien en tussendoor ook nog een aflevering van een handvol comedy-series. Zowaar had ik tussendoor ook nog tijd om een uurtje met het Nederlandse stel naast mij te praten, die richting Guatamala gingen, maar duidelijk niet vaak hadden gevlogen. Ik vond het niet zo erg om me met films af te sluiten van het bijna panische geraskaal van de vrouw.
Rond half vijf lokale tijd in Panama aangekomen, waar vier uur wachten een ware hel werd. Ik dacht wel een winkeltje met kranten, tijdschriften of zelfs maar iets van papier te vinden, maar dat was ijdele hoop. Na vier erg lange uren eindelijk in het vliegtuig richting Quito gestapt, waar ik naast een wat ouder Amerikaans stel zat. Zo conservatief als de pest, maar de man had wel mooie verhalen uit Idaho, dus de vlucht van twee uur kwamen we wel door. In Quito opgepikt door Redmar, die ik dan weer snel zag door zijn korte blonde haartjes en naar het hostel gegaan voor eindelijk wat slaap.
Zaterdag begon, helaas, wederom vroeg. Lisa, die al langer met Redmar mee reist en ook mee naar de kust ging, Redmar en ik zitten rond een uur of 8 alweer in de taxi om naar de busterminal te gaan in Quito. Onderweg pikken we Miranda, die haar scriptie hier schrijft, op en iets voor negen staan we op een moderne, maar bomvolle busterminal. Redmar, Lisa en ik zijn al voorzien van kaartjes, maar Miranda hoopte die nog te kunnen regelen. Dat blijkt in eerste instantie ijdele hoop, het station is werkelijk overvol. Maar met een beetje Noord-Hollandse bluf komt ze uiteindelijk toch in de bus en rijden we richting de kust. Het eerste stuk, van vijf uur naar Pedernales, is erg bochtig en ik voel nu pas de hoogte en vermoeidheid toeslaan. De rijstijl van de Ecuadoriaanse chauffeurs en de verschrikkelijke uitlaatgassengeur rondom Quito helpen ook niet mee, en ik voel me het eerste stuk beroerd. Na een uur of twee rijden wordt het echter vlakker en nemen de bochten af, waardoor ik ook langzaam maar zeker wat bij kom.
We stappen over in de bus naar Canoa, waar we carnaval gaan vieren, wat nog eens twee uur in de bus betekend. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en als we eindelijk aankomen zijn we maar wat blij om iets geschiktere kleding aan te doen. Omdat het al wat later op de dag is gaan we nog niet écht het strand op, maar blijft het bij een drankje bij een strandtent. Na het eten begint de stroom met enige regelmaat voor kortere periodes uit te vallen, waardoor we in het hotel ook niet mogen douchen. Ik vind het niet zo erg, want het bed ligt erg lekker en we powernappen tot ongeveer half elf. Als de stroom het weer doet, bereiden we ons voor om het feest in te gaan. Ik ben zo naïef om te denken dat ik niet Off (de lokale deet) hoef te smeren op mijn voeten omdat ik schoenen draag, maar daar betaal ik de volgende dag de rekening voor. Mijn voeten zitten onder de rode bultjes van waarschijnlijk zandvlooien. Het ziet er nogal vervelend uit, maar behalve wat jeuk is het niets.
We slapen op zondag uit tot een uur of twaalf, al worden Miranda en ik wel vroeg wakker van het lawaai in de keuken, waar wij boven slapen. Ze beginnen om half acht al met het bakken van vlees, vis en eieren, want de Ecuadoriaan houdt blijkbaar wel van een stevig ontbijt. Wij moeten ons best doen om überhaupt ergens een normaal ontbijt te vinden en als het na vier pogingen eindelijk lukt is het al half twee. Na het ontbijt bellen Redmar en ik met onze jarige vader en Lisa en Miranda gaan alvast naar het strand. Als wij later aansluiten blijkt Canoa bijzonder populair tijdens carnaval, het strand ziet zwart van de mensen. De zee en het strand hebben er onder te lijden, overal ligt plastic en ander vuil en ook in de zee drijft hier en daar wel wat. Het voelt niet echt prettig, maar het water is wel zo verkoelend dat je er toch in gaat. We houden het vol tot zonsondergang, waarna we ons voorbereiden op de échte start van het carnaval. We eten samen met Mette en Inge die hier met een groep Ecuadorianen in de buurt zitten. Als we rond half elf het strand oplopen waar de DJ de dag ervoor nog tot in de late uurtjes het feest in stand hield, valt het op dat de muziek af en toe wegvalt. Een mannetje op het podium brabbelt wat in het Spaans en Redmar weet de naam van de president te ontdekken. Het lijkt erop dat hij niet wil dat het feest langer doorgaat, maar de Ecuadorianen hebben daar geen boodschap aan. Tot onze hilariteit wordt er gewoon één van de vele kleine auto´s met veel te grote luidsprekers het strand opgereden en wordt rondom de auto het feest voortgezet. Wij zoeken ons heil desondanks ergens anders, maar ook in de lokale club klopt de politie aan om het stop te zetten. Maar als wij net binnen zijn, begint de eigenaar de deuren te barricaderen en de ramen te sluiten. Hij sluit de politie gewoon buiten! De locals binnen vinden het prachtig en feesten uitbundig door. Uiteindelijk wordt het ons iets té uitbundig en gaan we toch maar weg.
Het schema maandag komt erg overeen met dat van zondag. We staan wel iets eerder op, en ontbijten (wederom tussen de stroomstoringen door, dit keer door de heftige regen in de ochtend) bij het hotel. We ploffen nu ook niet neer bij de eerste de beste vrije strandtent, maar lopen een minuut of 10 door en zowaar is het strand rustig en schoon. We genieten van een dagje strand en zee. ´s Avonds tijdens het eten valt opeens de stroom voor langere tijd uit en moeten we bij kaarslicht eten. Het is eigenlijk wel prettig, want alle strandtentjes draaien hun eigen muziek en proberen elkaar te overtreffen in volume. Dat er op elke straathoek auto´s met luidsprekers staan helpt ook niet mee. Door de stroomstoring kunnen we elkaar tenminste verstaan en trilt het bestek niet meer mee op de beats. We eten rustig en gaan daarna naar de enige strandtent die een generator heeft aangeslingerd. Ik wordt bewonderd om mijn lengte door een Ecuadoriaans stel en we krijgen een weinig subtiel lesje biologie van een handvol meisjes en één jongen. De manier waarop hij met hun danst laat weinig aan de verbeelding over en trekt letterlijk vier rijen joelende locals aan. Op een gegeven moment gaat het ons iets té ver en gaan we door naar de DJ op het strand die nu gewoon weer mag draaien. Om een uur of half twee houden we het voorgezien. In het hotel treffen Miranda en ik echter mieren in onze kamer aan. De ontzettende aardige mensen van het hotel doen hun uiterste best om ze te verdrijven, maar hun spray stinkt zo erg dat we de ventilator van de andere kamer installeren om frisse lucht te krijgen. Als ik dan vervolgens ook nog per ongeluk de badkamerdeur in het slot laat vallen, zonder dat hij van de buitenkant open kan, is de chaos compleet. Het mannetje van het hotel probeert zelfs met een mes de deur open te krijgen, maar we moeten wachten tot de ochtend zodat een kind door het raam kan klimmen en van binnenuit de deur kan openen.
Ook de dinsdag spenderen we aan het strand, nadat ´s ochtends onze badkamer weer open is gemaakt. Canoa is ondertussen leeggestroomd en in de avond is ook op weinig plekken meer feest. Wij beperken ons ook tot een potje kaarten, omdat we de volgende dag nog een bus moeten vinden terug naar Quito. Dat blijkt de volgende dag nog een behoorlijke opgave. Hoewel ons is verteld dat er elk uur een bus komt en wij al om half acht met ons goeie gedrag klaarstaan duurt het nog twee uur voordat we een bus vinden. In Pedernales vinden we vrij vlot een bus naar Quito, al moeten we ook daar een uur op wachten. Uiteindelijk komen we pas tegen achten aan in het hostel, waar we een broodnodige pasta eten. ´s Avonds moet ik Ladies Night in de kroeg Bungalow Six meemaken, maar heel Ecuador is blut en brak van carnaval, dus erg druk is het niet. Ik ga rond een uur of één terug naar het hostel om een beetje bij te slapen, Redmar en Lisa maken het iets later.
Vandaag (Donderdag) staan we op tijd op om de tickets voor de Galapagos te halen en naar Mindo te gaan, maar het loopt allemaal net iets anders. De tickets laten nog steeds op zich wachten en Redmar en ik regelen dus onze jungle-trip alvast. Als het goed is liggen onze tickets rond half twee klaar en kunnen we dan eindelijk naar Mindo. Daar willen we in het nevelwoud vooral vogels zien en van de natuur genieten. Vanaf zondag zullen we dat gaan doen op de Galapagos.
Groetjes,
Redmar en Jelger
zaterdag 26 februari 2011
Playa!
Hola chicos!
Na een dikke week weer een nieuw verhaaltje, voor mijn gevoel is er afgelopen week heel erg veel gebeurd.
Bij het schrijven van het vorige bericht zat ik nog in Puerto Quito, inmiddels zit ik in het Salou / Lloret / Chersonissos van Ecuador: Montanita. Hoe ik daar gekomen ben, zal ik nu zo kort en bondig mogelijk (en dat lukt me vast niet) proberen te vertellen!
Zaterdag 21 februari ben ik samen met Lisa vanuit Puerto Quito naar Mindo gegaan, ietsje dichterbij Quito in het nevelwoud. Daar zouden we meeten met Mette die vanuit Quito kwam. Rond een uur of 2 installeerden we ons in het tot nu toe beste " value-for-money" hostel wat ik heb gehad hier, Casa de Cecilia. Privekamer voor 6 dollar per persoon, dichtbij het dorpje, heerlijke warme douche en lekkere hangmatten. Aangezien Mette nogal moe was, die zaterdag weinig meer gedaan behalve wat door het dorpje heen lopen en kijken wat er te doen viel.
De activiteit van zondag werd paardrijden, of all things. Je moet alles eens in je leven hebben gedaan. Mette wilde het heel graag en wij waren de beroerdste niet, dus ook wij gingen mee. Ik ben er wel achter: tenzij het moet, anders bij voorkeur niet nog een keer. Alleen als het paard rustig loopt, vond ik het te doen, maar erg comfortabel is het niet. 's Middags konden we eigenlijk niet zoveel meer doen, dus hebben we vooral gechilld. Mette is aan het eind van de dag weggegaan, Lisa en ik besloten nog 1 nachtje in Casa de Cecilia te blijven en maandag verder te trekken, richten de kust van het noorden, Atacamas. Van daaruit wilden we dan verder de kust afzakken richting het zuiden.
Het oorspronkelijke idee was de bus vanuit Mindo naar Los Bancos (de grotere marktplaats in de buurt) te pakken en vandaaruit verder te reizen richting Esmeraldas en Atacames. Aangekomen in Los Bancos kwamen we bij de pinautomaat (hoe kan het ook anders in Los Bancos, de banken) in gesprek met een Brit die in de buurt woonde. Hij vertelde dat ons je vanaf Atacames maar een klein stukje naar het zuiden kan reizen, maar dat door problemen met de weg je op n gegeven moment niet verder kan, terug moet via Esmeraldas en Santo Domingo om weer aan de kust te komen. Een reis van 14 uur! We wisten snel ons plan te wijzigen, konden weer in de bus naar Santo Domingo stappen (die was nog aan het wachten) en besloten zuidelijker naar de kust te gaan. Drie uur later stapten we daar dan ook uit. Lonely Planet was niet bepaald positief over deze grote stad (200.000 inwoners) en omdat het al best laat was om nog verder te reizen, besloten we dat we moesten overnachten in Santo " SinGringo" (zonder gringo = toeristen), want er was werkelijk geen enkele andere westerse toerist te bekennen in het rommelige en shabby centrum van SD. Daar een hotel gepakt en geprobeerd een restuarant te vinden, om zo vroeg mogelijk te eten. Dat viel nog niet mee. In het centurm van SD kun je van alles kopen: doktersbedden, rolstoelen, motormaaiers, maar een fatsoenlijk restaurantje ho maar. Uiteindelijk bij een Chinees terecht gekomen, waar twee enorm onnozele kerels maar nauwelijks snapten wat vegetarisch is. Geen vlees, geen kip, geen vis, geen garnalen, kan dat? Ze vonden het in ieder geval erg grappig. De avond doorgebracht met het bijwerken van dagboekjes en tv kijken, waar op een muziekzender eens in de zoveel tijd oude (ong uit 2000 denk ik) beelden van dancevideos met het tmf-logo voorbij kwamen. Erg bijzonder, maar in Ecuador jatten ze alles (gebrande dvd's worden gewoon in winkels verkocht), dus erg verbaasd was ik niet.
Dinsdag pakten we de bus naar Pedernales, waar we onze eerste zee konden zien. Daarna de hobbelige busrit van 2 uur naar Canoa, een echt surfplaatsje. De kust is echt enorm warm, 35 graden en meer, en Canoa was al erg vol. Uiteindelijk een hostel gevonden na aanraden van twee Nederlandse meiden, Ezli en Milou, die we in Quito al eens tegen waren gekomen. Zo klein is Ecuador dan weer! De middag vooral met hen gepraat en genoten van een ijskoude Club (het lokale bier wat wel te drinken is) en 's avonds bleek er weinig fiesta in Canoa te zijn, waardoor we maar besloten vroeg te gaan slapen en de volgende dag door te reizen naar Bahia de Caraquez.
Woensdag eerst gezwommen in de zee en daarna geprobeerd een hotel te vinden voor carnaval. Mette en Inge vieren dat hier met mensen uit Quito, Jelger wilde graag carnaval gaan vieren en wonder boven wonder vonden we nog een 4 persoons appartementje, waar we voor 20 dollar pp carnaval konden gaan vieren. Na dat geregeld te hebben de bus gepakt naar San Vicente, vanwaar we met een bootje de zee overstaken naar Bahia de Caraquez, wat eruit zag als een willekeurige Spaanse badplaats met vooral veel hoge appartementengebouwen. Hier heb ik ceviche geprobeerd (schaaldieren gekookt in limoen) wat geen succes was. Ook hier was savonds weinig te beleven en bovendien waren we zo moe, dat we om 8 uur al in slaap vielen.
De volgende dag zijn we 's ochtends naar het museum van Bahia geweest, over de lokale prespaanse culturen. Dat was gratis, met Spaanse rondleiding en dus een goede training voor ons Spaans. Daarna pakten we de bus richting Portoviejo, van daar de bus naar Jipijapa (spreek je uit als Hippiehappa) en daarna de bus naar Puerto Lopez, een beetje shabby vissersplaats waarvandaan tochten gaan naar "poor-persons Galapagos" , Isla de la Plata. Een tour a 32 dollar voor de volgende dag geregeld, gegeten in Whale Cafe, wat erg goed was en ook hier geen fiesta, dus vroeg naar bed na een uitgebreid gesprek (en Spaanse training) met een Chileens stel. Erg grappig dat die de -s niet uitspreken, waardoor je uitspraken krijgt als " buena dia" en " ma o meno" (mas o menos = min of meer).
Vroeg opgestaan, ontbeten in Whale Cafe en vervolgens dachten we naar Isla de la Plata te kunnen gaan. De tour was echter afgelast, we waren de enige belangstellenden. Vol chagrijn (bied die tour dan niet aan of waarschuw ons in ieder geval!) met twee zwerfhonden achter ons aan snel " gevlucht" naar Whale Cafe, waar we de honden konden afschudden en plannen konden maken. Wachten tot morgen of toch maar eerder naar het Salou van Ecuador, Montanita? De keuze viel op het tweede, ons laten afzetten voor een busritje van 1 uurtje en op het heetst van de dag aangekomen in Montanita. Voordeel: gezien de drukte haddenwe nu in ieder geval tijd zat een goed en betaalbaar hostel te vinden. Dat was snel gevonden (25 dollar voor 2 personen per nacht is in Montanita heel betaalbaar) en daarna een verfrissende duik in de zee genomen. Van alle inspanning gutste het zweet van mijn voorhoofd. s Avonds eindelijk weer eens flink kunnen feesten, we stonden immers al 2,5 week droog!
Inmiddels zijn we dan rond, morgen vertrekken we naar Cuenca. Koeler en geen kust, daar hebben we wel weer even zin in. Vrijdag gaan we Jelger ophalen omdaarna meteen door te gaan naar Canoa, om samen met Mette, Inge en Jimmy carnaval te gaan vieren en lekker te ontspannen aan de kust. Nieuwe foto's heb ik op het net gezet, dus voor wat beelden ter illustratie, kijk hier: https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA
Hasta luego!
Na een dikke week weer een nieuw verhaaltje, voor mijn gevoel is er afgelopen week heel erg veel gebeurd.
Bij het schrijven van het vorige bericht zat ik nog in Puerto Quito, inmiddels zit ik in het Salou / Lloret / Chersonissos van Ecuador: Montanita. Hoe ik daar gekomen ben, zal ik nu zo kort en bondig mogelijk (en dat lukt me vast niet) proberen te vertellen!
Zaterdag 21 februari ben ik samen met Lisa vanuit Puerto Quito naar Mindo gegaan, ietsje dichterbij Quito in het nevelwoud. Daar zouden we meeten met Mette die vanuit Quito kwam. Rond een uur of 2 installeerden we ons in het tot nu toe beste " value-for-money" hostel wat ik heb gehad hier, Casa de Cecilia. Privekamer voor 6 dollar per persoon, dichtbij het dorpje, heerlijke warme douche en lekkere hangmatten. Aangezien Mette nogal moe was, die zaterdag weinig meer gedaan behalve wat door het dorpje heen lopen en kijken wat er te doen viel.
De activiteit van zondag werd paardrijden, of all things. Je moet alles eens in je leven hebben gedaan. Mette wilde het heel graag en wij waren de beroerdste niet, dus ook wij gingen mee. Ik ben er wel achter: tenzij het moet, anders bij voorkeur niet nog een keer. Alleen als het paard rustig loopt, vond ik het te doen, maar erg comfortabel is het niet. 's Middags konden we eigenlijk niet zoveel meer doen, dus hebben we vooral gechilld. Mette is aan het eind van de dag weggegaan, Lisa en ik besloten nog 1 nachtje in Casa de Cecilia te blijven en maandag verder te trekken, richten de kust van het noorden, Atacamas. Van daaruit wilden we dan verder de kust afzakken richting het zuiden.
Het oorspronkelijke idee was de bus vanuit Mindo naar Los Bancos (de grotere marktplaats in de buurt) te pakken en vandaaruit verder te reizen richting Esmeraldas en Atacames. Aangekomen in Los Bancos kwamen we bij de pinautomaat (hoe kan het ook anders in Los Bancos, de banken) in gesprek met een Brit die in de buurt woonde. Hij vertelde dat ons je vanaf Atacames maar een klein stukje naar het zuiden kan reizen, maar dat door problemen met de weg je op n gegeven moment niet verder kan, terug moet via Esmeraldas en Santo Domingo om weer aan de kust te komen. Een reis van 14 uur! We wisten snel ons plan te wijzigen, konden weer in de bus naar Santo Domingo stappen (die was nog aan het wachten) en besloten zuidelijker naar de kust te gaan. Drie uur later stapten we daar dan ook uit. Lonely Planet was niet bepaald positief over deze grote stad (200.000 inwoners) en omdat het al best laat was om nog verder te reizen, besloten we dat we moesten overnachten in Santo " SinGringo" (zonder gringo = toeristen), want er was werkelijk geen enkele andere westerse toerist te bekennen in het rommelige en shabby centrum van SD. Daar een hotel gepakt en geprobeerd een restuarant te vinden, om zo vroeg mogelijk te eten. Dat viel nog niet mee. In het centurm van SD kun je van alles kopen: doktersbedden, rolstoelen, motormaaiers, maar een fatsoenlijk restaurantje ho maar. Uiteindelijk bij een Chinees terecht gekomen, waar twee enorm onnozele kerels maar nauwelijks snapten wat vegetarisch is. Geen vlees, geen kip, geen vis, geen garnalen, kan dat? Ze vonden het in ieder geval erg grappig. De avond doorgebracht met het bijwerken van dagboekjes en tv kijken, waar op een muziekzender eens in de zoveel tijd oude (ong uit 2000 denk ik) beelden van dancevideos met het tmf-logo voorbij kwamen. Erg bijzonder, maar in Ecuador jatten ze alles (gebrande dvd's worden gewoon in winkels verkocht), dus erg verbaasd was ik niet.
Dinsdag pakten we de bus naar Pedernales, waar we onze eerste zee konden zien. Daarna de hobbelige busrit van 2 uur naar Canoa, een echt surfplaatsje. De kust is echt enorm warm, 35 graden en meer, en Canoa was al erg vol. Uiteindelijk een hostel gevonden na aanraden van twee Nederlandse meiden, Ezli en Milou, die we in Quito al eens tegen waren gekomen. Zo klein is Ecuador dan weer! De middag vooral met hen gepraat en genoten van een ijskoude Club (het lokale bier wat wel te drinken is) en 's avonds bleek er weinig fiesta in Canoa te zijn, waardoor we maar besloten vroeg te gaan slapen en de volgende dag door te reizen naar Bahia de Caraquez.
Woensdag eerst gezwommen in de zee en daarna geprobeerd een hotel te vinden voor carnaval. Mette en Inge vieren dat hier met mensen uit Quito, Jelger wilde graag carnaval gaan vieren en wonder boven wonder vonden we nog een 4 persoons appartementje, waar we voor 20 dollar pp carnaval konden gaan vieren. Na dat geregeld te hebben de bus gepakt naar San Vicente, vanwaar we met een bootje de zee overstaken naar Bahia de Caraquez, wat eruit zag als een willekeurige Spaanse badplaats met vooral veel hoge appartementengebouwen. Hier heb ik ceviche geprobeerd (schaaldieren gekookt in limoen) wat geen succes was. Ook hier was savonds weinig te beleven en bovendien waren we zo moe, dat we om 8 uur al in slaap vielen.
De volgende dag zijn we 's ochtends naar het museum van Bahia geweest, over de lokale prespaanse culturen. Dat was gratis, met Spaanse rondleiding en dus een goede training voor ons Spaans. Daarna pakten we de bus richting Portoviejo, van daar de bus naar Jipijapa (spreek je uit als Hippiehappa) en daarna de bus naar Puerto Lopez, een beetje shabby vissersplaats waarvandaan tochten gaan naar "poor-persons Galapagos" , Isla de la Plata. Een tour a 32 dollar voor de volgende dag geregeld, gegeten in Whale Cafe, wat erg goed was en ook hier geen fiesta, dus vroeg naar bed na een uitgebreid gesprek (en Spaanse training) met een Chileens stel. Erg grappig dat die de -s niet uitspreken, waardoor je uitspraken krijgt als " buena dia" en " ma o meno" (mas o menos = min of meer).
Vroeg opgestaan, ontbeten in Whale Cafe en vervolgens dachten we naar Isla de la Plata te kunnen gaan. De tour was echter afgelast, we waren de enige belangstellenden. Vol chagrijn (bied die tour dan niet aan of waarschuw ons in ieder geval!) met twee zwerfhonden achter ons aan snel " gevlucht" naar Whale Cafe, waar we de honden konden afschudden en plannen konden maken. Wachten tot morgen of toch maar eerder naar het Salou van Ecuador, Montanita? De keuze viel op het tweede, ons laten afzetten voor een busritje van 1 uurtje en op het heetst van de dag aangekomen in Montanita. Voordeel: gezien de drukte haddenwe nu in ieder geval tijd zat een goed en betaalbaar hostel te vinden. Dat was snel gevonden (25 dollar voor 2 personen per nacht is in Montanita heel betaalbaar) en daarna een verfrissende duik in de zee genomen. Van alle inspanning gutste het zweet van mijn voorhoofd. s Avonds eindelijk weer eens flink kunnen feesten, we stonden immers al 2,5 week droog!
Inmiddels zijn we dan rond, morgen vertrekken we naar Cuenca. Koeler en geen kust, daar hebben we wel weer even zin in. Vrijdag gaan we Jelger ophalen omdaarna meteen door te gaan naar Canoa, om samen met Mette, Inge en Jimmy carnaval te gaan vieren en lekker te ontspannen aan de kust. Nieuwe foto's heb ik op het net gezet, dus voor wat beelden ter illustratie, kijk hier: https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA
Hasta luego!
Abonneren op:
Posts (Atom)