zaterdag 26 februari 2011

Playa!

Hola chicos!

Na een dikke week weer een nieuw verhaaltje, voor mijn gevoel is er afgelopen week heel erg veel gebeurd.

Bij het schrijven van het vorige bericht zat ik nog in Puerto Quito, inmiddels zit ik in het Salou / Lloret / Chersonissos van Ecuador: Montanita. Hoe ik daar gekomen ben, zal ik nu zo kort en bondig mogelijk (en dat lukt me vast niet) proberen te vertellen!

Zaterdag 21 februari ben ik samen met Lisa vanuit Puerto Quito naar Mindo gegaan, ietsje dichterbij Quito in het nevelwoud. Daar zouden we meeten met Mette die vanuit Quito kwam. Rond een uur of 2 installeerden we ons in het tot nu toe beste " value-for-money" hostel wat ik heb gehad hier, Casa de Cecilia. Privekamer voor 6 dollar per persoon, dichtbij het dorpje, heerlijke warme douche en lekkere hangmatten. Aangezien Mette nogal moe was, die zaterdag weinig meer gedaan behalve wat door het dorpje heen lopen en kijken wat er te doen viel.

De activiteit van zondag werd paardrijden, of all things. Je moet alles eens in je leven hebben gedaan. Mette wilde het heel graag en wij waren de beroerdste niet, dus ook wij gingen mee. Ik ben er wel achter: tenzij het moet, anders bij voorkeur niet nog een keer. Alleen als het paard rustig loopt, vond ik het te doen, maar erg comfortabel is het niet. 's Middags konden we eigenlijk niet zoveel meer doen, dus hebben we vooral gechilld. Mette is aan het eind van de dag weggegaan, Lisa en ik besloten nog 1 nachtje in Casa de Cecilia te blijven en maandag verder te trekken, richten de kust van het noorden, Atacamas. Van daaruit wilden we dan verder de kust afzakken richting het zuiden.

Het oorspronkelijke idee was de bus vanuit Mindo naar Los Bancos (de grotere marktplaats in de buurt) te pakken en vandaaruit verder te reizen richting Esmeraldas en Atacames. Aangekomen in Los Bancos kwamen we bij de pinautomaat (hoe kan het ook anders in Los Bancos, de banken) in gesprek met een Brit die in de buurt woonde. Hij vertelde dat ons je vanaf Atacames maar een klein stukje naar het zuiden kan reizen, maar dat door problemen met de weg je op n gegeven moment niet verder kan, terug moet via Esmeraldas en Santo Domingo om weer aan de kust te komen. Een reis van 14 uur! We wisten snel ons plan te wijzigen, konden weer in de bus naar Santo Domingo stappen (die was nog aan het wachten) en besloten zuidelijker naar de kust te gaan. Drie uur later stapten we daar dan ook uit. Lonely Planet was niet bepaald positief over deze grote stad (200.000 inwoners) en omdat het al best laat was om nog verder te reizen, besloten we dat we moesten overnachten in Santo " SinGringo" (zonder gringo = toeristen), want er was werkelijk geen enkele andere westerse toerist te bekennen in het rommelige en shabby centrum van SD. Daar een hotel gepakt en geprobeerd een restuarant te vinden, om zo vroeg mogelijk te eten. Dat viel nog niet mee. In het centurm van SD kun je van alles kopen: doktersbedden, rolstoelen, motormaaiers, maar een fatsoenlijk restaurantje ho maar. Uiteindelijk bij een Chinees terecht gekomen, waar twee enorm onnozele kerels maar nauwelijks snapten wat vegetarisch is. Geen vlees, geen kip, geen vis, geen garnalen, kan dat? Ze vonden het in ieder geval erg grappig. De avond doorgebracht met het bijwerken van dagboekjes en tv kijken, waar op een muziekzender eens in de zoveel tijd oude (ong uit 2000 denk ik) beelden van dancevideos met het tmf-logo voorbij kwamen. Erg bijzonder, maar in Ecuador jatten ze alles (gebrande dvd's worden gewoon in winkels verkocht), dus erg verbaasd was ik niet.

Dinsdag pakten we de bus naar Pedernales, waar we onze eerste zee konden zien. Daarna de hobbelige busrit van 2 uur naar Canoa, een echt surfplaatsje. De kust is echt enorm warm, 35 graden en meer, en Canoa was al erg vol. Uiteindelijk een hostel gevonden na aanraden van twee Nederlandse meiden, Ezli en Milou, die we in Quito al eens tegen waren gekomen. Zo klein is Ecuador dan weer! De middag vooral met hen gepraat en genoten van een ijskoude Club (het lokale bier wat wel te drinken is) en 's avonds bleek er weinig fiesta in Canoa te zijn, waardoor we maar besloten vroeg te gaan slapen en de volgende dag door te reizen naar Bahia de Caraquez.

Woensdag eerst gezwommen in de zee en daarna geprobeerd een hotel te vinden voor carnaval. Mette en Inge vieren dat hier met mensen uit Quito, Jelger wilde graag carnaval gaan vieren en wonder boven wonder vonden we nog een 4 persoons appartementje, waar we voor 20 dollar pp carnaval konden gaan vieren. Na dat geregeld te hebben de bus gepakt naar San Vicente, vanwaar we met een bootje de zee overstaken naar Bahia de Caraquez, wat eruit zag als een willekeurige Spaanse badplaats met vooral veel hoge appartementengebouwen. Hier heb ik ceviche geprobeerd (schaaldieren gekookt in limoen) wat geen succes was. Ook hier was savonds weinig te beleven en bovendien waren we zo moe, dat we om 8 uur al in slaap vielen.

De volgende dag zijn we 's ochtends naar het museum van Bahia geweest, over de lokale prespaanse culturen. Dat was gratis, met Spaanse rondleiding en dus een goede training voor ons Spaans. Daarna pakten we de bus richting Portoviejo, van daar de bus naar Jipijapa (spreek je uit als Hippiehappa) en daarna de bus naar Puerto Lopez, een beetje shabby vissersplaats waarvandaan tochten gaan naar "poor-persons Galapagos" , Isla de la Plata. Een tour a 32 dollar voor de volgende dag geregeld, gegeten in Whale Cafe, wat erg goed was en ook hier geen fiesta, dus vroeg naar bed na een uitgebreid gesprek (en Spaanse training) met een Chileens stel. Erg grappig dat die de -s niet uitspreken, waardoor je uitspraken krijgt als " buena dia"  en " ma o meno" (mas o menos = min of meer).

Vroeg opgestaan, ontbeten in Whale Cafe en vervolgens dachten we naar Isla de la Plata te kunnen gaan. De tour was echter afgelast, we waren de enige belangstellenden. Vol chagrijn (bied die tour dan niet aan of waarschuw ons in ieder geval!) met twee zwerfhonden achter ons aan snel " gevlucht"  naar Whale Cafe, waar we de honden konden afschudden en plannen konden maken. Wachten tot morgen of toch maar eerder naar het Salou van Ecuador, Montanita? De keuze viel op het tweede, ons laten afzetten voor een busritje van 1 uurtje en op het heetst van de dag aangekomen in Montanita. Voordeel: gezien de drukte haddenwe nu in ieder geval tijd zat een goed en betaalbaar hostel te vinden. Dat was snel gevonden (25 dollar voor 2 personen per nacht is in Montanita heel betaalbaar) en daarna een verfrissende duik in de  zee genomen. Van alle inspanning gutste het zweet van mijn voorhoofd. s Avonds eindelijk weer eens flink kunnen feesten, we stonden immers al 2,5 week droog!

Inmiddels zijn we dan rond, morgen vertrekken we naar Cuenca. Koeler en geen kust, daar hebben we wel weer even zin in. Vrijdag gaan we Jelger ophalen omdaarna meteen door te gaan naar Canoa, om samen met Mette, Inge en Jimmy carnaval te gaan vieren en lekker te ontspannen aan de kust. Nieuwe foto's heb ik op het net gezet, dus voor wat beelden ter illustratie, kijk hier: https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA


Hasta luego!

vrijdag 18 februari 2011

No more cloudforest / No mas bosque nublado

Hola chicos!

Wellicht hadden jullie nu een wildenthousiaste update verwacht vanuit het nevelwoud van Reservas Las Gralarias, maar niets is minder waar. Ik ben inmiddels weer op een vertrouwde plek, Puerto Quito, waar een deel van mijn ex-klasgenoten lessen volgen. Al met al heb ik het een week volgehouden in de bossen, maar ik heb me zelden ergens zo ¨out of place¨ gevoeld. Dat is een wijze les voor mijzelf, over mijzelf maar een smet op mijn ervaringen tot nu toe.

Laat ik beginnen met een korte samenvatting van mijn laatste dagen in Quito. Dat betekende uitgebreid genieten van de laatste avonden stappen en de lokale muziek, die je steeds meer gaat waarderen als je hier bent (al is de muziek op mijn iPod ook wel erg fijn). Dinsdag betekende dat een avondje NoBarQ met een groep van 10-12 mensen, maar de avond begon met karaoke. Hoe kan het toch dat iets wat zo sullig is in Nederland daarbuiten zo populair is? Ik kan me herrineren dat Yfke vertelde dat als ze in China uitgingen, dat altijd naar karaoke-tenten was. Ook in Ecuador is dat erg populair en het lokale cultureel centrum bied op dinsdag ¨karaoke con banda¨aan. Dat wil zoveel zeggen als een live-band (drummer, bassist en gitarist) en veelal rock-nummers. Dat beviel mij sowieso al wel en het was een bijzonder gezicht om die mannen vol overgave op het podium ¨Smells Like Teen Spirit¨ mee te horen bleren in Spanglish (Engels met een enorm Spaanse uitspraak). Henry, die op school werkt, zong vol overgave de Spaanstalige rockklassieker ¨Entre dos Tierras¨ van Heroes de Silencio mee en kreeg van het publiek een prachtige score. Zie het nummer hier: http://www.youtube.com/watch?v=xrvJ_DerH_0

Woensdag was mijn afscheidsetentje in het uitstekende vegetarisch restaurant in de Mariscal, El Maple. Grote porties, uitstekende kwaliteit en niet te duur (tussen de 6 en 8 dollar voor een maaltijd). Daarna naar Ladies Night in de ultieme gringo-tent Bungalow6, wat zoveel betekent als dat het drinken gratis is voor alle dames tot 22 uur en dat de heren boven mogen wachten, tot ze na 10en weer losgelaten kunnen worden en naar beneden mogen. Jimmy en ik wahtten boven braaf tot we ook los mochten en het werd nog een leuk, geslaagd laatste avondje met een iets kleiner groepje dan gister. De vorige avond had zijn tol geëist, vermoed ik.
Voor de liefhebbers, een impressie van de hits hier:
http://www.youtube.com/watch?v=ma-whEy_Hwg
http://www.youtube.com/watch?v=MqNJvHYqKFY
 http://www.youtube.com/watch?v=8M9mmRWAV6A (yo no quiero agua, yo quiero bebida = ik wil geen water, ik wil drinken)
http://www.youtube.com/watch?v=9fVF8nsQf-8
http://www.youtube.com/watch?v=oq45ImUGSFY

Donderdag was het echt mijn laatste dag, uitgeslapen en om kwart voor 3 taxi gepakt naar het noordelijke busstation Carcelen, van waar ik een bus pakte naar het dorpje Nanegalito, ongeveer een dik uur westelijk van Quito. Daar bracht taxichauffeur Jesus Paz (Jezus Vrede, wat een naam) mij naar Reservas Las Gralarias, ongeveer 45 minuten de bergen in, ver afgelegen van elke andere bewoning. Daar ontmoette ik Tim, een agestudeerde Britse bioloog, die een half jaar stage loopt in het reservaat. Niet lang daarna ontmoette ik Karl, de kikkeronderzoeker uit de VS: Om me er meteen maar bij te geven, ben ik die avond met hen ´s nachts op zoek gegaan naar kikkers. Dat was behalve nat, glad en best een pittige wandeling ook best leuk, want behalve veel kikkers vonden we ook een slang (waar ik bijna mijn hoofd tegen stootte) en zorgde een gordeldier voor lichte paniek, omdat we dachten dat de pumas ons nu echt zouden gaan grijpen. Tegen middernacht terug, volgende dag weer vroeg uit de veren.

Om mijn dagen in het reservaat te beschrijven, die bestonden globaal gezien uit het volgende:
1. 7 uur ontbijt, half 8 klaar voor vertrek
2. Wandeling met Tim, vaak om de wandelpaden te checken (zijn ze nog veilig, liggen er geen bomen op). Terug bij het reservaat rond een uur of half 1, 1 uur voor lunch.
3. Middagwandeling, van half 3 tot 6 meestal. Wandelpaden checken en ondertussen zoeken naar vogels, vlinders en al ander levend spul. 
 4. Avondeten om 7 uur, daarna meestal snel naar bed: uurtje of half 9 lag ik er in. 

Dit betekent dat ik elke dag zo´n 7-9 uur aan het wandelen was over gladde, stijle, modderige paadjes in een flinke pas, want Tim had duidelijk een betere conditie. Aangezien het in het nevelwoud zelden lang droog is, betekende het meestal ook 6 uur door de regen wandelen en aangezien het erg vochtig is, niks dat goed droogt. Vaak trok ik dan maar weer mijn zeiknatte en smerige sokken / broek / tshirt aan, want nat werd je toch wel. Vogels zoeken viel dan ook nog niet  mee (daar was ik immers voor aangenomen), want al snel werd mijn verrekijker zo vochtig dat ik niks meer zag en was het zicht door regen en mist gereduceerd tot niks. Desondanks ben ik wel in staat geweest enkele fraaie soorten te zien en heb ik daarmee directrice Jane ook weer blij gemaakt.

Wat me al snel opviel, was dat ik niet echt paste binnen de groep van 4 die we vormden in het reservaat. Ik miste de totale toewijding van Tim en Karl om zelfs als het keihard regende erop uit te gaan, Janes fanatisme om alles te weten wat er in het reservaat leefde en gebeurde begon me te irriteren en de gesprekken gingen maar over 1 ding: de natuur in het reservaat. Toen ik mijn aankoop ¨Anna Karenina¨ van Tolstoy wilde gaan lezen, kreeg ik zelfs verontwaardigde blikken: wil je niet verder studeren op GPS / vogelgeluiden / amfibieen etc.? Nee, ik vind ook andere dingen leuk, maar ik geloof niet dat die boodschap erg overkwam. Ik miste afwisseling, geouwehoer en gezelligheid. Na het eten vertrok Karl om kikkers te zoeken, Jane ging naar haar huis en Tim ging naar bed. Uit pure ellende ging ik dan ook vaak maar mee, want wat was hier anders te doen?


Al vrij snel kreeg ik grote twijfels of ik wel wilde blijven. Drie weken in dit oord, ik begon het steeds meer als een verschrikking te zien.  Drie weken regen, drie weken 8 uur per dag wandelen, drie weken alleen maar over natuur praten, drie weken lang met dezelfde mensen (de toeristen die zo nu en dan binnenkwamen waren van hetzelfde laken n pak, ook die praatten alleen maar over met name vogels), drie weken op een slechte matras, drie weken heel veel vieze kleren, drie weken lang hetzelfde. De druppel was een wandeling op dinsdag. 

Jane, de directrice en eigenaresse, heeft nogal de neiging wat dictatorioaal te zijn en gelukkig heeft ze daar met overtuigd christen en ja-knikker Tim en de twee verlegen, onderdanige maar bijzonder aardige Ecuadoriaanse hulpjes Milton en Segundo goede onderdanen in. Alledrie waren van het adagium ¨If Jane says so, we´ll do so¨. In dit geval betekende dat het zoeken naar een pad tussen een bestaande trail en een ander huis, ergens anders in het reservaat. Volgens Jane was dat dichtbij, goed te wandelen en kon er dan een nieuwe trail gemaakt worden voor toeristen. Goed, wij vertrekken en komen rond 9 uur aan bij het punt waar we de bestaande trail moeten verlaten en op zoek moeten naar een nieuwe weg. Dat betekende het eerste stuk een helling afdalen met een hellingpercentage van zo´n 60%, glad en enorm begroeid. Hoewel Milton en Segundo ons voorgingen met machetes en zo de weg wat vrij maakten, ging het bijzonder langzaam en ging ik meer dan eens vol onderuit. Mijn safari-outfit (zandkleurig overhemd, zandkleurige broek) was al snel bijzonder bruin bevlekt en meermaals moesten de andere kerels mij uit een benaderde positie redden. Ik liep achteraan en over het algemeen betekende dat dat de beste plekken al weggegleden waren doordat de anderen eroverheen gegaan waren. Na dik 2 uur ploeteren kwamen we aan bij de laatste kloof, die beide Ecuadorianen niet voor niets ¨Canyon Loco¨(Gekke kloof) noemden: de wanden waren praktisch verticaal en waren bijzonder glad en zanderig. Door de regen is dat zand enorm los en glijd je constant weg. Ergens halverwege de helling kwam ik op een punt dat ik nog met mijn armen aan een boom hing, boven een helling van 10 meter. Zou de boom het begeven, lag ik 10 meter lager ergens op een boomstronk . Gelukkig waren Tim en Milton er om mij weer op een betere plek te hijssen, maar op dat moment vormde zich het idee: ik ga hier weg, dat mens is gek. Als ze denkt dat er een pad is, dan gaat ze dat toch lekker zelf zoeken? Ik loop hier risico te nemen en angsten uit te staan, terwijl ik 25 dollar per dag betaal? Doei! 


Gister (donderdag) heb ik besloten het te vertellen, maar de reactie van met name Jane was vol onbegrip en vol woede. Waarom zou ik deze hemel op aarde willen verlaten? Heel duidelijk:
1. Het regent hier altijd. Ik ga niet voor mijn plezier me zeiknat laten regenen, zeker niet als ik bezig ben met de reis van mijn leven.
2. Al mijn kleren waren vies. Jane´s regime was militair: eens in de 10 dagen wassen, je draagt je kleren dan maar nog een keer. Ik ben blij met mijn Arafat-sjaal, want ik was de enige die niet uitgebreid liep te snotteren. 
3. Altijd op laarzen lopen vinden mijn voeten niet leuk. Zowel mijn grote als kleine tenen waren gaan blaren en lopen deed me echt zeer. Als je dan 8 uur moet, is dat geen pretje.
4. Drie maaltijden per dag is best prima, maar als je mensen urenlang het bos in stuurt, mag je daar ook wel wat voor onderweg meegeven. Behalve regenwater uit de kraan konden we in de tussentijd niets krijgen: een gotspe als je 25 dollar per dag betaald. Daar kan je hier ergens anders je helemaal van ongans eten!
5. Altijd en alleen maar praten over vogels, kikkers en wat diens meer zij is niet alleen saai, maar het irriteert ook. Bestaat er niets anders in jullie wereld?
6. Buitensporige reacties op dingen die wij vergeten te vertellen van Jane maken het niet makkelijker om met plezier je werk te doen. Dat we vergeten te vertellen dat er op trail X een boom is omgevallen, hoeft niet te betekenen dat je meteen een woedeaanval krigjt?
7. Je vrijwilligers elk mogelijk contact via internet ontzeggen omdat dat afleidt is prehistorisch en rigide. Dat ik een smoes moest gebruiken om mijn ouders te mailen over mijn twijfels, zegt genoeg.
8. Ik miste alle leuke mensen uit Quito enorm. Ik miste afwisseling, geouwehoer, gezelligheid en mensne met wie ik een klik heb. Die had ik hier niet, om van gezelligheid maar te zwijgen. Ik heb gemerkt dat van alles ik nog het meest mensen om me heen gemist heb. Ik weet nu in ieder geval dat ik: nooit meer alleen naar een afgelegen plaats zonder contact met de buitenwereld ga.

 Desondanks heb ik in de week mooie vogels gezien, prachtig landschap gezien enb was het lang niet altijd heel erg (de wandelingen met Tim waren over het algemeen best leuk en het was bijzonder leuk om Spaans tepraten met Segundo en Milton, die toch maar verbaasd waren dat zo´n gringo zo goed Spaans sprak), maar ik heb me zelden in mijn 23 levensjaren zo ongelukkig gevoeld ergens. Toen ik donderdag besloot te vertrekken, de wandeling van een uur de berg af deed en de bus naar Puerto Quito pakte, voelde ik een last van mijn schouders vallen. Zodra ik mijn bekenden uit Quito weer zag, voelde ik dat het weer goed zat en was ik voor het eerst in een dikke week weer echt blij. Ik heb weer energie om verder te reizen. Zaterdag ga ik met Lisa en Mette naar Mindo, terug naar het bos. Dat zal nu anders zijn, maar waarschijnlijk ga ik vooral gezelschap houden. Daarna ga ik met Lisa rondreizen, waarheen weet ik nog niet precies. Ik heb opeens veel meer tijd om dingen de doen, dus wie weet wat er gaat volgen. Ik heb er in ieder geval weer heel veel zin in en dat heb ik een week lang gemist!

groetjes aan iedereen en tot een volgend verhaal!

dinsdag 8 februari 2011

Een nieuw Ecuadoriaans epistel

Hola padres, familia, parentes, amigos, amigas y otros!

Na lange tijd weer een nieuwe update van mij. Ik heb het eigenlijk veel te druk met allerlei leuke dingen, op zich een goed teken maar ik kan nu weer wat tijd voor jullie vrijmaken. De laatste keer dat ik schreef was ik van plan  naar Otavalo te gaan en zou mijn volgende week de laatste les zijn. Inmiddels is dat al voorbij en heb ik dat allemaal achter de rug. Ik ga bij het begin starten en hoop dat ik het kort en bondig houd. Zoals jullie al gemerkt hebben valt dat nog niet mee, dus ik verwacht weer een lang verhaal.

Vrijdag 29 januari ben ik na de les met Lisa naar Otavalo gegaan, een busrit van een dikke twee uur. Otavalo staat bekend om zijn markten en wij wilden op zaterdag de beestenmarkt meemaken. Twee andere meiden van school zouden met hun tour ook naar Otavalo gaan, een andere groep van 5 andere schoolgenoten zouden ietsje later na ons gaan. In Otavalo bleek ons gewilde hostel niet meer te bestaan, liepen we de groep van 5 tegen het lijf en kwamen we uiteindelijk met z´n 9en in hetzelfde hostel terecht. Daarna zijn we met 9 + reisleidster gaan eten in een enorm toeristenrestaurant, waar de helft van de kaart niet aanwezig was, cola serveren 45 minuten duurde en het eten ook lang op zich liet wachten. Met 5 van de 9 nog een biertje gedaan in een bar, maar Otavalo is vergeleken met Quito ´s  avonds echt supersaai. Het bier moest zelfs speciaal uit de lokale Albert Heijn gehaald worden, dus na 1 biertje hielden we het voor gezien.

In Otavalo komen de indigenas (inheemse bevolking) op zaterdag samen voor de beestenmarkt. Een leuk schouwspel met verrassend weinig lama´s, maar verder veel varkens, koeien, kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, katten, honden en natuurlijk cavia´s, die hier als een delicatesse gelden. Na een dik half uur hadden we het hier wel gezien, de lucht van stront, gekookte ingewanden en gefrituurde varkenskop gecombineerd met miezerregen en togen we naar de grote markt in het centrum van Otavalo, met vooral heel veel toersitentroep. Lisa en ik spekten de pot van de Otavaleños met slechts $4,50, maar anderen uit onze groep kochten voor vele tientallen dollars aan broeken, tassen en andere prullaria. Om 11 uur hadden we het wel gezien en besloten we de bus terug te pakken. In Quito kon ik me installeren in mijn nieuwe ionderkomen voor de komende 1,5 week , het studentenhuis naast mijn Spaanse school. Hier zitten veel van mijn klasgenoten en schoolgenoten en na een week in het onrustige hostel een hele verademing. Om de vitamines aan te vullen even fruit gekocht, wat hier echt spotgoedkoop is en in de blender van het hostel een overheerlijke verse smoothie gemaakt.

Zondag weer heel vroeg uit de veren, want ik zou met een Amerikaan die ik kende via internet naar het natuurpark Yanacocha, op ongeveer een uurtje rijden van Quito op de flank van Volcan Pinchincha. Het ligt nogal hoog, rond de 3300-3500 meter en bestaat voornamelijk uit nevelwoud. Het was een bijzonder leuke morgen, vanaf 8 uur tot een uur of 2 daar rond gehangen. Ik kon hiermee vast oefenen met het vogelen in het nevelwoud, wat ik straks 3 weken lang moet gaan doen. Aan het einde van de walking trail waren enkele hummingbird feeders, bakjes met zoete vloeistof waar veel kolibries op af komen. Hier zat een van de meest bizarre kolibries ter wereld de Zwaardsnavel. Het is de enige vogel ter wereld met een snavel langer dan zijn lichaam, waardoor hij om in balans te kunnen blijven, zijn snavel altijd in een hoek van 60 graden omhoog houden. Doet hij dit niet, dan zou hij van de tak vallen. Op de terugweg lokte de gids nog een hele schuwe soort, de Tawny Antpitta (Nederlandse naam weet ik niet) uit de bosjes. Op slechts een meter afstand liepen de vogels voor ons langs: mijn zoom was zelfs teveel voor deze vogel.

Maandag begon mijn laatste week van Spaanse lessen, in een klas met Lisa en Mette, die bij het reisbureau van school gaat stagelopen en hier nog 5 maanden zit. Ons niveau is aardig gelijk en voor mij was het ondanks een week herhaling (ik heb de verleden tijd al in week 2 gedaan) misschien wel mijn meest leerzame week. We vormden een gemotiveerd drietal en docent Santiago maakte ruimte voor soms interessante, soms langdradige en ongeloofwaardige verhandelingen over Ecuador, samenzweringen en politiek.

De hele week bestond smorgens uit Spaanse les en smiddags ben ik met Lisa en Ricardo (die inmiddels weer teruggekeerd was naar Quito, van zijn reisprogramma snap ik niets) naar Museo de Banco Central (dinsdag), het presidentieel paleis (woensdag) en kijken s avonds in de filmzaal Spaanse films. Eerst proberen we het zonder ondertiteling, maar het accent uit Spanje is echt niet te volgen: snel, met andere tonen en slechte uitspraak. De volgende dag keken we een Mexicaanse film met Engelse ondertiteling, dat ging al een stuk beter. Je moet wat willen als je Spaans wilt verbeteren.

Woensdag zijn we met een grote groep uit eten gegaan, ter ere van Lisa´s verjaardag. Een gemengd gezelschap van Ecuador, Nederland, Zwitserland, Denemarken, Spanje, Duitsland en Zweden bij een erg lekker vegetarisch restaurant. Daarna keihard gaan stappen, wat resulteerde in een enorme katerige les de volgende dag. Gelukkig houden ze op school rekening mee dat iedereen op donderdag brak is, nu gingen we naar het museum van de Ecuadoriaanse schildertrots Guayasamin. Erg fraai en met een kater nog net te doen. ´s Middags wat bijgeslapen om energie te krijgen voor een volgende avond stappen, die eindigde in een hele shabby afterparty. Onze vrienden Ricardo en Deen Mads werden diezelfde avond ook beroofd, wat maar weer aangaf dat het best gevaarlijk is hier. Ook vrijdag een nogal duffe les en ´smiddags met Lisa en de Poolse Maria (Mette zou later na haar werk komen) de bus gepakt naar Baños, zo´n 3,5 uur rijden.

In Baños regelden we een kamer voor 4 personen voor slechts 6,50 per nacht. Baños is een klein stadje onder een grote actieve vulkaan, waar je vooral heel veel outdooractiviteiten kan doen. Op zaterdag beslotenw we een mountainbike te huren voor 5 dollar en langs de vele watervallen te gaan fietsen. Erg lekker, even wat actiefs en het ging grotendeels naar beneden, dat fietste ook eenvoudig. Na 25 km kwamen we bijd e laatste waterval, waarbij we de vallei inliepen om dichtbij de waterval te kunnen komen. Terug niet fietsend, maar met fiets en al in een pickup terug naar Baños. Daar smiddags nog wat gerelaxd in de termale baden, die opgewarmd worden door vulkanische bronnen. ´s Avonds heerlijk gegeten in Casa Hood, een echt backpackers restaurant, die eigenlijk ook zo in de Negen Straatjes in Amsterdam zou kunnen zitten.

Zondag stond in het teken van canyoning: abseilen en afdalen van watervallen, een combinatie van klimmen en abseilen. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou doen, maar het was ondanks het koude water, het lange wachten tussen de watervallen (we gingen 1 voor 1 en moesten telkens op de gids wachten) en beginnende blaren op mijn handen erg tof en helemaal niet eng. Zolang je horizontaal op de wand blijft staan, is het eigenlijk een soort van naar beneden waggelen. Rond 3 uur waren we weer terug in Baños, waarna we na de lunch weer de bus terugpakten naar Quito. Dit keer was de buschauffeur een ware maniak: inhalen in bochten, bumperkleven, bochten in een veel te hoge versnelling etc. Gelukkig bereikten we Quito heelhuids en konden we geheel afgemat weer in ons bedje in het studentenhuis gaan slapen.

Deze week staat nu in het teken van voorbereiden: ik ga de Galapagos voor mij en Jelger boeken, laarzen, een nieuwe mobiel en nog meer kopen en donderdag ga ik richting Mindo. Op dit moment moet de zin daarvoor nog komen, maar als ik er ben is het vast goed. Ik vertrouw er op dat ik alleen maar leuke herrineringen ga hebben aan mijn tijd en vrienden in Quito en ik hoop een groot deel later in mijn reis nog eens te zien.

Iedereen hartelijk dank voor het lezen, groeten aan iedereen en alvast bedankt voor eventuele reacties! Sorry to say, maar nog steeds mis ik Nederland totaal niet, al zou ik best zin hebben in bruin brood met kaas en een glas karnemelk. Als dat het ergste is, ga ik gewoon nog 3 hele leuke maanden tegemoet en de maand met Jelger kan niet anders dan fantastisch worden!

besos / chau

Redmar

ps. Foto´s hier:  https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#