Aangezien het uploaden van de foto´s ellenlang duurt, een kleine selectie van de 400+ foto´s uit het regenwoud.
Kijk en, hopelijk, geniet.
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
maandag 28 maart 2011
zondag 27 maart 2011
Quito, Jungle en Baños
Omdat het mijn laatste week is in Ecuador (ik vlieg aankomende zaterdag terug), neem ik even Redmar's blog over en vertel jullie alles over de afgelopen negen dagen. Met verhalen over ziek zijn in Quito, de jungle en Baños.
Redmar's vorige verhaal eindigde met het bericht dat we op vrijdag 18 maart naar het oude centrum van Quito zouden gaan en zaterdag naar Cotapaxi. Helaas pakte dat allemaal iets anders uit.
Vrijdag's waren Redmar en ik beide een beetje ziekjes. Naar mate de dag vorderde, dat wil zeggen nadat Redmar een verhaal had geschreven en we de zaterdag-trip naar Cotapaxi hebben geregeld en betaald, voelde ik me slechter en slechter en werd het wc-bezoek alsmaar frequenter. Het bezoek aan het oude centrum van Quito blijft bij een bezoek aan de Basilica, waar we een aardig uitzicht hebben over Quito. De stad zelf is niet echt een plaatje, en aangezien ik me steeds slechter voel pakken we snel een taxi terug. In het hostel duik ik mijn bed in, Redmar gaat het één en ander kopen en nog even internetten. Ik slaap wat, maar ben vooral veel op de wc te vinden. We eten in het hostel, en ondanks dat ik helemaal leeg ben krijg ik niks naar binnen. We besluiten dat Cotapaxi niets gaat worden, op bijna 5000m hoogte lopen na 30x de wc gezien te hebben is niet bepaald verstandig. Zonde van het geld, maar het is niet anders.
Als we op zaterdag wakker worden, voel ik me een stuk beter, hoewel compleet leeg. Redmar voelt zich nu eigenlijk minder dan mij, dus het aflasten van Cotapaxi was verstandig. We doen de hele dag bijzonder rustig aan en gaan in de middag met Mette naar het oude centrum. We bekijken het presidentieel paleis, hoewel we er niet helemaal in mogen, en drinken wat op La Ronda (een klein redelijk gezellig straatje). Terug in Mariscal drinken we bij Mette thee en werpt Redmar zich op als DJ. Vele Spaanstalige hitjes passeren de revue. We eten bij een vegatarisch restaurant, waar Redmar lyrisch over is, maar ik krijg het nog niet echt weg. We slapen redelijk vroeg, want morgen pakken we de bus naar Lago Agrio om naar de jungle te gaan.
We ontbijten zondags in het hostel en denken ruim de tijd te hebben om de bus naar Lago Agrio te pakken. Maar met het Ecuadoriaanse tempo duurt het tot 5 voor 9 voordat ik mijn ontbijt heb, terwijl we om half 10 al de bus moeten pakken. Uiteindelijk zijn we nog steeds ruim op tijd, zoals we van vader en moeder geleerd hebben. De busreis duurt zo'n acht uur en gaat via Papallacta, waar we nog hopen een Condor vanuit de bus te kunnen zien. Helaas zien we niks, dus vermaken we ons met een spaans-overgesproken über-cliche (gevangenen worden met American Football op het rechte pad gebracht, hoe Amerikaans) film met The Rock en Xzibit. Rond vijf uur komen we aan in Lago Agrio, waar we ons hotel opzoeken. Het hotel is best aardig en voordat we gaan slapen kijken we Meet The Parents (zowaar in het Engels). Morgen worden we rond 9 uur opgepikt om naar Jamu Lodge in Cuyabeno National Park te gaan.
Na een schammel ontbijt worden we iets voor negenen opgewacht door Henry, onze gids in Cuyabeno. Tot onze verbazing doet hij dat in het Nederlands; hij heeft vijf jaar in Nederland gestudeerd. In het busje wat ons naar het park gaat brengen ontmoeten we een jong Canadees stel, Rhys (17) en Sheanna (18, die officieel Rhys´ voogd is, omdat hij te jong is om alleen te mogen reizen in Ecuador, en een vijftal Ecuadorianen. De busreis kost ons zo´n twee uur en bij de Cuyabeno-brug eten we een boxed lunch (droge pasta met twee gehaktballen). We stappen in een gemotoriseerde kano, die ons naar de lodge gaat brengen. De tocht over de rivier is onze eerste kans om échte Amazone-soorten te zien. Tijdens de bijna drie-uur durende boottocht valt het aantal vogels ons een beetje tegen, maar zien we wel doodshoofdaapjes, capucijn-aapjes en monk saki monkies en als hoogtepunt rivierdolfijnen. In de middag gaan we richting Laguna Grande, waar we weer dolfijnen zien, om te gaan zwemmen. Bij het avondeten krijgen we nog tips voor reizen in Ecuador van de Ecuadorianen. Henry laat ons nog een Rainbow Tree Boa zien, die onder een trap bij de lodge slaapt. We trekken ons vervolgens niet al te laat terug naar onze kamer, die we delen met de Canadezen, want het programma lijkt vrij intensief.
De volgende ochtend ontbijten we om acht uur met een soort cake-achtig brood en vertrekken we wederom naar de Lagune, nu om een wandeling te maken. Henry houdt ons een wandeling van 3 tot 4 uur voor, maar na krap 2 uur zijn we alweer bij de boot. Tijdens de wandeling verteld Henry vooral over planten en hun functies, want veel wildlife zien we niet (op een vierde apensoort na). Warm en zweterig van de wandeling nemen de Ecuadorianen een duik in de lagune, maar Redmar en ik zijn zo stom geweest om de zwembroek te vergeten. Terug bij de lodge krijgen we zo´n 3 uur vrije tijd, die nog niet zomaar te vullen blijkt. Er is om de lodge heen bar weinig wildlife te zien en er zijn ook geen feeders voor kolibries, waar wij op hoopten. Dus we lezen, schrijven en slapen een beetje terwijl we in de hangmatten liggen. Rond vier uur gaan we weer terug naar de Lagune om dit keer piranha te vissen. We zijn nogal ongelukkig, we vangen precies nul vissen, ondanks ons oneindige optimisme. Aansluitend gaan we op zoek naar kaaimannen in het donker, maar ook hier hebben we weinig succes. Het water staat zo hoog dat de kaaimannen zich terugtrekken tussen de bomen die onder water staan. Meer dan een paar ogen zien we niet. Bij de lodge moet Redmar noodgedwongen een gesprek aangaan met de ´s middags aangekomen RTL-Nederlanders. We ergeren ons dood aan de ´Ah!-nederlanders-gezellig´-instelling, wij willen eigenlijk niet met deze oer-hollanders praten. Als Redmar weet te ontsnappen spelen we een potje kaarten met Rhys en ontdekken we een wolfspin bij onze badkamers. Er lopen opeens overal spinnen rond de lodge, want we zien ook nog een grote tarantula en vogelspin. Rhys, die een behoorlijke angst heeft voor spinnen, heeft niet zijn beste nacht.
Woensdag´s hebben we een lange dag op het programma staan, we blijven tot in de namiddag weg. We gaan ´s ochtends met een mooie boottocht en wandeling naar een shaman. We zien onderweg ara´s, waar Redmar en ik op hoopte, al zien we ze alleen vliegen. Tijdens de wandeling vinden we een Amazon Tree Boa, die zich bijzonder mooi laat fotograferen. Redmar weet Nat. Geo-waardig materiaal te schieten. We eten bij de shaman´s hut een boxed lunch en moeten even wachten tot de ceremonie kan beginnen. Dat blijkt, zoals wij al hadden gedacht, een poppekast. Henry en één van de Ecuadorianen laten zich ´reinigen´ met een soort berenklauw, waardoor hun rug compleet bedekt is met vreemde zweren. Wij passen ervoor, hoewel het geen pijn schijnt te doen, en stappen weer in de boot om naar een dorp te gaan. We gaan daar casave maken, een soort pannekoek van yuca. Bij aankomst worden we opeens gevolgd door een kleine wolaap, genaamd Nacho, die in het dorp geadopteerd is. Het aapje verveelt niet snel en beklimt iedereen. Terwijl de Shiona-vrouw druk yuca´s uit de grond trekt en klaar maakt, heeft de groep vooral aandacht voor Nacho. We helpen nog wel bij het schaven van de yuca, maar het is moeilijk om niet de aandacht op het aapje te focussen. Alleen als Henry een (gewonde) anaconda vind, verleggen we de aandacht even. We proeven van het brood, wat vooral droog is maar niet verkeerd smaakt, en keren terug naar de lodge. Daar proberen we vanaf de steiger nog eens piranha´s te vangen, maar die vangen we niet. Tot mijn eigen verbazing ben ik de enige die wat weet te vangen, een 30cm lange meerval. ´s Avonds maken we een nachtwandeling, waar we verschillende boomkikkers vinden en verder vooral veel insecten zien.
Op donderdag vertrekken de Ecuadorianen en hebben wij met de Canadezen een extra dag in het programma. We gaan met een kajak en een kano naar een lagune waar geen gemotoriseerde boten mogen komen. Het is compleet anders dan de Laguna Grande, waar altijd wel een andere boot te vinden is. Onderweg daar naartoe blijkt onze kano lek te zijn, dus ik wissel mijn roeispaan in voor een flesje om te hozen, terwijl Henry de boot repareert met wat rottend hout. De oplossing werkt, maar omdat hij ook de lunch vergeten is (het was niet zijn gelukkigste dag) keren we alweer terug naar de lodge. Die is echter nog zo´n dikke 3 uur pedelen en we verbranden als gekken. Onze armen en benen zijn bij terugkomst vuurrood. ´s Middags is ons programma flexibel, en we besluiten om nog een keer piranha te vissen. We weten niet of we geluk hebben of dat het de flinke regenbui is, maar we hebben dit keer succes. Iedereen vangt tenminste één piranha. We proberen ook weer opnieuw kaaimannen te vinden, maar wederom zonder succes.
Op vrijdag staan we om zes uur op om met de kano stroomafwaarts naar vogels te zoeken. We vinden onder andere toekans en zien ara´s vliegen, dus wat ons betreft was het een geslaagd tochtje. Na het ontbijt vertrekken we, samen met de RTL-nederlanders, weer naar de brug om terug te gaan naar Lago Agrio. Onderweg zien we onze vierde slangensoort, een ratsnake, en eenmaal bij de brug eten we een boxed lunch. We moeten even wachten op het busje, die wat vertraging heeft opgelopen, en vertrekken rond half twee richting Lago Agrio. Daar aangekomen internetten we en eten Chinees met de Canadezen die met ons meereizen met de nachtbus. We pakken om half acht de bus richting Puyo, wat bijzonder oncomfortabel blijkt te zijn. De bus is krap, stopt in het begin vaak en we moeten er ook nog even uit voor een militaire controle (die heel soepel verloopt). We slapen zo nu en dan een beetje, maar echt fris komen we om drie uur niet uit de bus in Puyo. Daar nemen we afscheid van de Canadezen, die daar blijven, terwijl Redmar en ik de bus pakken om half 4 naar Baños. Daar komen we rond vijf uur in de ochtend aan en gelukkig laten ze ons het hostel gewoon binnen. We vallen direct in slaap, we zijn toch al bijna 24 uur op.
Zaterdag´s vinden we dat we wel uit mogen slapen, en we ontbijten (met heel lekker brood en salami) dus pas rond twaalf uur. We hebben eerst de was, die na 5 dagen jungle naar natte hond ruikt, weggebracht. Redmar stelt voor om een dag korter in Baños te blijven en vrijdags nogmaals te proberen om Cotapaxi op te gaan en na enige overdenking stem ik in. We wandelen ´s middags naar Bella Vista, waar we een goed uitzicht over Baños hebben. Het is een pittige klim, vooral omdat die heel stijl is, en we zijn behoorlijk moe als we terug zijn in het hostel. Toch gaan we direct door naar de markt om daar cuy (cavia) te proberen. De presentatie staat ons erg tegen (de beestjes worden geheel geroosterd), en het smaakt ons dan ook niet heel erg. Leuk om geprobeerd te hebben, maar het hoeft niet weer. We eten écht avondeten bij Casa Hood, wat erg gezellig en vooral ook van prima kwaliteit is. We zijn rond negen uur weer terug in het hostel, waar we toch maar vroeg gaan slapen. Helemaal hersteld zijn we nog niet van al het reizen van de vorige dag.
We staan vandaag wat vroeger op, ontbijten bij het hostel en huren twee fietsen (zes dollar voor een dag) om richting Puyo, een afstand van ongeveer 60km, te gaan fietsen. Rond half 10 vertrekken we en omdat het vooral berg af gaat, gaat het behoorlijk snel. We stoppen bij twee watervallen en lopen daar naar beneden. Dat is eigenlijk zwaarder dan het fietsen, omdat het zo stijl is, en we gebruiken het fietsen tussendoor om af te koelen. We fietsen uiteindelijk tot Rio Negro, ongeveer halverwege de trip, omdat het behoorlijk begint te regenen. We eten lunch in Rio Negro, hopend dat het opklaart, maar het lijkt in de gewenste richting alleen maar slechter te worden. We besluiten terug te gaan naar Baños, en terwijl we in een pick-up terugrijden (berg op fietsen zagen we niet zo zitten) klaart het opeens op. We maken er het beste van en gaan in Baños naar de lokale dierentuin. Die valt niet tegen; voor twee dollar zie je veel vogels en dieren die in Ecuador voorkomen in behoorlijke onderkomens. Er zijn veel locals, dus het werkt ook nog eens positief voor de bewustworden van de lokale bevolking. We fietsen terug naar hostel, laten onze spullen achter en brengen de fietsen terug.
Morgen (maandag) gaan we naar Cuenca reizen, via Ingapirca. In Cuenca willen we nog Cagas, een nationaal park bezoeken, en vervolgens in Quito willen we nog proberen Cotapaxi op te gaan. Tegen die tijd zit de reis in Ecuador er voor mij alweer op en vertrekt Redmar richting Peru.
Helaas dit keer geen foto´s, het uploaden werkt hier niet. Hopelijk lukt het ons om in Cuenca wat visueel materiaal van de afgelopen dagen te delen!
Groetjes,
Jelger en Redmar
Redmar's vorige verhaal eindigde met het bericht dat we op vrijdag 18 maart naar het oude centrum van Quito zouden gaan en zaterdag naar Cotapaxi. Helaas pakte dat allemaal iets anders uit.
Vrijdag's waren Redmar en ik beide een beetje ziekjes. Naar mate de dag vorderde, dat wil zeggen nadat Redmar een verhaal had geschreven en we de zaterdag-trip naar Cotapaxi hebben geregeld en betaald, voelde ik me slechter en slechter en werd het wc-bezoek alsmaar frequenter. Het bezoek aan het oude centrum van Quito blijft bij een bezoek aan de Basilica, waar we een aardig uitzicht hebben over Quito. De stad zelf is niet echt een plaatje, en aangezien ik me steeds slechter voel pakken we snel een taxi terug. In het hostel duik ik mijn bed in, Redmar gaat het één en ander kopen en nog even internetten. Ik slaap wat, maar ben vooral veel op de wc te vinden. We eten in het hostel, en ondanks dat ik helemaal leeg ben krijg ik niks naar binnen. We besluiten dat Cotapaxi niets gaat worden, op bijna 5000m hoogte lopen na 30x de wc gezien te hebben is niet bepaald verstandig. Zonde van het geld, maar het is niet anders.
Als we op zaterdag wakker worden, voel ik me een stuk beter, hoewel compleet leeg. Redmar voelt zich nu eigenlijk minder dan mij, dus het aflasten van Cotapaxi was verstandig. We doen de hele dag bijzonder rustig aan en gaan in de middag met Mette naar het oude centrum. We bekijken het presidentieel paleis, hoewel we er niet helemaal in mogen, en drinken wat op La Ronda (een klein redelijk gezellig straatje). Terug in Mariscal drinken we bij Mette thee en werpt Redmar zich op als DJ. Vele Spaanstalige hitjes passeren de revue. We eten bij een vegatarisch restaurant, waar Redmar lyrisch over is, maar ik krijg het nog niet echt weg. We slapen redelijk vroeg, want morgen pakken we de bus naar Lago Agrio om naar de jungle te gaan.
We ontbijten zondags in het hostel en denken ruim de tijd te hebben om de bus naar Lago Agrio te pakken. Maar met het Ecuadoriaanse tempo duurt het tot 5 voor 9 voordat ik mijn ontbijt heb, terwijl we om half 10 al de bus moeten pakken. Uiteindelijk zijn we nog steeds ruim op tijd, zoals we van vader en moeder geleerd hebben. De busreis duurt zo'n acht uur en gaat via Papallacta, waar we nog hopen een Condor vanuit de bus te kunnen zien. Helaas zien we niks, dus vermaken we ons met een spaans-overgesproken über-cliche (gevangenen worden met American Football op het rechte pad gebracht, hoe Amerikaans) film met The Rock en Xzibit. Rond vijf uur komen we aan in Lago Agrio, waar we ons hotel opzoeken. Het hotel is best aardig en voordat we gaan slapen kijken we Meet The Parents (zowaar in het Engels). Morgen worden we rond 9 uur opgepikt om naar Jamu Lodge in Cuyabeno National Park te gaan.
Na een schammel ontbijt worden we iets voor negenen opgewacht door Henry, onze gids in Cuyabeno. Tot onze verbazing doet hij dat in het Nederlands; hij heeft vijf jaar in Nederland gestudeerd. In het busje wat ons naar het park gaat brengen ontmoeten we een jong Canadees stel, Rhys (17) en Sheanna (18, die officieel Rhys´ voogd is, omdat hij te jong is om alleen te mogen reizen in Ecuador, en een vijftal Ecuadorianen. De busreis kost ons zo´n twee uur en bij de Cuyabeno-brug eten we een boxed lunch (droge pasta met twee gehaktballen). We stappen in een gemotoriseerde kano, die ons naar de lodge gaat brengen. De tocht over de rivier is onze eerste kans om échte Amazone-soorten te zien. Tijdens de bijna drie-uur durende boottocht valt het aantal vogels ons een beetje tegen, maar zien we wel doodshoofdaapjes, capucijn-aapjes en monk saki monkies en als hoogtepunt rivierdolfijnen. In de middag gaan we richting Laguna Grande, waar we weer dolfijnen zien, om te gaan zwemmen. Bij het avondeten krijgen we nog tips voor reizen in Ecuador van de Ecuadorianen. Henry laat ons nog een Rainbow Tree Boa zien, die onder een trap bij de lodge slaapt. We trekken ons vervolgens niet al te laat terug naar onze kamer, die we delen met de Canadezen, want het programma lijkt vrij intensief.
De volgende ochtend ontbijten we om acht uur met een soort cake-achtig brood en vertrekken we wederom naar de Lagune, nu om een wandeling te maken. Henry houdt ons een wandeling van 3 tot 4 uur voor, maar na krap 2 uur zijn we alweer bij de boot. Tijdens de wandeling verteld Henry vooral over planten en hun functies, want veel wildlife zien we niet (op een vierde apensoort na). Warm en zweterig van de wandeling nemen de Ecuadorianen een duik in de lagune, maar Redmar en ik zijn zo stom geweest om de zwembroek te vergeten. Terug bij de lodge krijgen we zo´n 3 uur vrije tijd, die nog niet zomaar te vullen blijkt. Er is om de lodge heen bar weinig wildlife te zien en er zijn ook geen feeders voor kolibries, waar wij op hoopten. Dus we lezen, schrijven en slapen een beetje terwijl we in de hangmatten liggen. Rond vier uur gaan we weer terug naar de Lagune om dit keer piranha te vissen. We zijn nogal ongelukkig, we vangen precies nul vissen, ondanks ons oneindige optimisme. Aansluitend gaan we op zoek naar kaaimannen in het donker, maar ook hier hebben we weinig succes. Het water staat zo hoog dat de kaaimannen zich terugtrekken tussen de bomen die onder water staan. Meer dan een paar ogen zien we niet. Bij de lodge moet Redmar noodgedwongen een gesprek aangaan met de ´s middags aangekomen RTL-Nederlanders. We ergeren ons dood aan de ´Ah!-nederlanders-gezellig´-instelling, wij willen eigenlijk niet met deze oer-hollanders praten. Als Redmar weet te ontsnappen spelen we een potje kaarten met Rhys en ontdekken we een wolfspin bij onze badkamers. Er lopen opeens overal spinnen rond de lodge, want we zien ook nog een grote tarantula en vogelspin. Rhys, die een behoorlijke angst heeft voor spinnen, heeft niet zijn beste nacht.
Woensdag´s hebben we een lange dag op het programma staan, we blijven tot in de namiddag weg. We gaan ´s ochtends met een mooie boottocht en wandeling naar een shaman. We zien onderweg ara´s, waar Redmar en ik op hoopte, al zien we ze alleen vliegen. Tijdens de wandeling vinden we een Amazon Tree Boa, die zich bijzonder mooi laat fotograferen. Redmar weet Nat. Geo-waardig materiaal te schieten. We eten bij de shaman´s hut een boxed lunch en moeten even wachten tot de ceremonie kan beginnen. Dat blijkt, zoals wij al hadden gedacht, een poppekast. Henry en één van de Ecuadorianen laten zich ´reinigen´ met een soort berenklauw, waardoor hun rug compleet bedekt is met vreemde zweren. Wij passen ervoor, hoewel het geen pijn schijnt te doen, en stappen weer in de boot om naar een dorp te gaan. We gaan daar casave maken, een soort pannekoek van yuca. Bij aankomst worden we opeens gevolgd door een kleine wolaap, genaamd Nacho, die in het dorp geadopteerd is. Het aapje verveelt niet snel en beklimt iedereen. Terwijl de Shiona-vrouw druk yuca´s uit de grond trekt en klaar maakt, heeft de groep vooral aandacht voor Nacho. We helpen nog wel bij het schaven van de yuca, maar het is moeilijk om niet de aandacht op het aapje te focussen. Alleen als Henry een (gewonde) anaconda vind, verleggen we de aandacht even. We proeven van het brood, wat vooral droog is maar niet verkeerd smaakt, en keren terug naar de lodge. Daar proberen we vanaf de steiger nog eens piranha´s te vangen, maar die vangen we niet. Tot mijn eigen verbazing ben ik de enige die wat weet te vangen, een 30cm lange meerval. ´s Avonds maken we een nachtwandeling, waar we verschillende boomkikkers vinden en verder vooral veel insecten zien.
Op donderdag vertrekken de Ecuadorianen en hebben wij met de Canadezen een extra dag in het programma. We gaan met een kajak en een kano naar een lagune waar geen gemotoriseerde boten mogen komen. Het is compleet anders dan de Laguna Grande, waar altijd wel een andere boot te vinden is. Onderweg daar naartoe blijkt onze kano lek te zijn, dus ik wissel mijn roeispaan in voor een flesje om te hozen, terwijl Henry de boot repareert met wat rottend hout. De oplossing werkt, maar omdat hij ook de lunch vergeten is (het was niet zijn gelukkigste dag) keren we alweer terug naar de lodge. Die is echter nog zo´n dikke 3 uur pedelen en we verbranden als gekken. Onze armen en benen zijn bij terugkomst vuurrood. ´s Middags is ons programma flexibel, en we besluiten om nog een keer piranha te vissen. We weten niet of we geluk hebben of dat het de flinke regenbui is, maar we hebben dit keer succes. Iedereen vangt tenminste één piranha. We proberen ook weer opnieuw kaaimannen te vinden, maar wederom zonder succes.
Op vrijdag staan we om zes uur op om met de kano stroomafwaarts naar vogels te zoeken. We vinden onder andere toekans en zien ara´s vliegen, dus wat ons betreft was het een geslaagd tochtje. Na het ontbijt vertrekken we, samen met de RTL-nederlanders, weer naar de brug om terug te gaan naar Lago Agrio. Onderweg zien we onze vierde slangensoort, een ratsnake, en eenmaal bij de brug eten we een boxed lunch. We moeten even wachten op het busje, die wat vertraging heeft opgelopen, en vertrekken rond half twee richting Lago Agrio. Daar aangekomen internetten we en eten Chinees met de Canadezen die met ons meereizen met de nachtbus. We pakken om half acht de bus richting Puyo, wat bijzonder oncomfortabel blijkt te zijn. De bus is krap, stopt in het begin vaak en we moeten er ook nog even uit voor een militaire controle (die heel soepel verloopt). We slapen zo nu en dan een beetje, maar echt fris komen we om drie uur niet uit de bus in Puyo. Daar nemen we afscheid van de Canadezen, die daar blijven, terwijl Redmar en ik de bus pakken om half 4 naar Baños. Daar komen we rond vijf uur in de ochtend aan en gelukkig laten ze ons het hostel gewoon binnen. We vallen direct in slaap, we zijn toch al bijna 24 uur op.
Zaterdag´s vinden we dat we wel uit mogen slapen, en we ontbijten (met heel lekker brood en salami) dus pas rond twaalf uur. We hebben eerst de was, die na 5 dagen jungle naar natte hond ruikt, weggebracht. Redmar stelt voor om een dag korter in Baños te blijven en vrijdags nogmaals te proberen om Cotapaxi op te gaan en na enige overdenking stem ik in. We wandelen ´s middags naar Bella Vista, waar we een goed uitzicht over Baños hebben. Het is een pittige klim, vooral omdat die heel stijl is, en we zijn behoorlijk moe als we terug zijn in het hostel. Toch gaan we direct door naar de markt om daar cuy (cavia) te proberen. De presentatie staat ons erg tegen (de beestjes worden geheel geroosterd), en het smaakt ons dan ook niet heel erg. Leuk om geprobeerd te hebben, maar het hoeft niet weer. We eten écht avondeten bij Casa Hood, wat erg gezellig en vooral ook van prima kwaliteit is. We zijn rond negen uur weer terug in het hostel, waar we toch maar vroeg gaan slapen. Helemaal hersteld zijn we nog niet van al het reizen van de vorige dag.
We staan vandaag wat vroeger op, ontbijten bij het hostel en huren twee fietsen (zes dollar voor een dag) om richting Puyo, een afstand van ongeveer 60km, te gaan fietsen. Rond half 10 vertrekken we en omdat het vooral berg af gaat, gaat het behoorlijk snel. We stoppen bij twee watervallen en lopen daar naar beneden. Dat is eigenlijk zwaarder dan het fietsen, omdat het zo stijl is, en we gebruiken het fietsen tussendoor om af te koelen. We fietsen uiteindelijk tot Rio Negro, ongeveer halverwege de trip, omdat het behoorlijk begint te regenen. We eten lunch in Rio Negro, hopend dat het opklaart, maar het lijkt in de gewenste richting alleen maar slechter te worden. We besluiten terug te gaan naar Baños, en terwijl we in een pick-up terugrijden (berg op fietsen zagen we niet zo zitten) klaart het opeens op. We maken er het beste van en gaan in Baños naar de lokale dierentuin. Die valt niet tegen; voor twee dollar zie je veel vogels en dieren die in Ecuador voorkomen in behoorlijke onderkomens. Er zijn veel locals, dus het werkt ook nog eens positief voor de bewustworden van de lokale bevolking. We fietsen terug naar hostel, laten onze spullen achter en brengen de fietsen terug.
Morgen (maandag) gaan we naar Cuenca reizen, via Ingapirca. In Cuenca willen we nog Cagas, een nationaal park bezoeken, en vervolgens in Quito willen we nog proberen Cotapaxi op te gaan. Tegen die tijd zit de reis in Ecuador er voor mij alweer op en vertrekt Redmar richting Peru.
Helaas dit keer geen foto´s, het uploaden werkt hier niet. Hopelijk lukt het ons om in Cuenca wat visueel materiaal van de afgelopen dagen te delen!
Groetjes,
Jelger en Redmar
vrijdag 18 maart 2011
Nieuwe foto´s!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Ik heb nog wat foto´s geüpload van Mindo, Ingapirca en Cuenca!
Ik heb nog wat foto´s geüpload van Mindo, Ingapirca en Cuenca!
Mindo en Galapagos
Hola vrienden, familie en andere verwanten!
Vers terug van de Galapagos na een week weer een nieuw verhaal. Het lijkt eeuwen geleden, want we hebben in die week echt heel veel gedaan. Laat ik beginnen waar Jelger zijn verhaal eindigde, vorige week donderdag, wachtend op tickets voor de Galapagos.
Na die donderdag flink aan het lijntje gehouden te zijn (Ecuadorianen kunnen geen nee zeggen en zeggen daarom dat alles snel geregeld gaat worden), vertrokken we aan het eind van de middag toch maar naar Mindo vertrokken, waar we tegen de avond aankwamen. Telefonisch geregeld dat we de volgende dag naar ¨Paz de las Aves¨(Vrede van de vogels), een natuurreservaat, konden gaan. Wel erg vroeg: 5 uur zouden we door Jesus (een oude bekende voor mij) opgehaald worden om ´s ochtendsvroeg de balts van de Cock-of-the-Rock te kunnen zien.
Die vrijdag slenterden we om 5 uur op het pleintje in Mindo, stapten in de pickup en waren rond kwart voor 6 op de plek van bestemming. Daar aangekomen bleken we samen met een heel stel oude Amerikanen de wandeling te gaan maken, die in het donker begon. Rond kwart over 6 waren we bij de plek en konden, hoewel ver weg, de Cock-of-the-Rocks behoorlijk goed zien. Daarna nog een rondje gemaakt over het terrein, waar Angel Paz (de eigenaar en gids) door middel van fluiten en roepen in staat is om de hele schuwe Antpitta´s te voorschijn te laten komen. Tegen 11 waren we klaar, na ook daar ontbijt te hebben gehad. Helaas sloeg ons wel de schrik om t hart: het nieuws van de tsunami in Japan. De eerste berichten waren dat alle mensen van de Galapagos geëvacueerd zouden worden, gelukkig viel dat nogal mee bij latere check op het internet. Even dachten we dat onze hele Galapagostrip niet meer door zou gaan en, aangezien het een natuurramp betreft, we naar ons geld konden fluiten. Gelukkig bleek dit allemaal wat mee te vallen. Terug in Mindo uitgerust en ´s middags nog een wandeling gemaakt door de bossen. ´s Avonds kwamen we een jong Canadees stel tegen, waarmee we afspraken de volgende morgen naar toekans te gaan zoeken.
Weer vroeg op, nu om 6 uur afgesproken en uiteindelijk waren we tot 11 uur in touw. Eerst vogels gezocht langs de weg, maar nadat we een lokale gids tegenkwamen, konden we onze eerste toekans zien. Als een documentaire van David Attenborough, 4 of 5 enorme grote vogels roepend bovenin een kale boom. Een prachtig gezicht! Daarna konden we zelfs nog 3 andere soorten toekans bijschrijven en konden we voldaan terugkeren naar het hostel. Om 2 uur de bus terug gepakt naar Quito, waar we snel meetten met Mette, die onze tickets zou hebben. Die vertelde ons dat ze die niet had, maar dat alles goed zou komen als we naar het vliegveld zouden gaan. Daar vertrouwden we op en terecht, naar later bleek.
Zondag 13 maart waren we al rond half 8 op t vliegveld, waar iemand klaar stond om ons te helpen met de tickets. Om 9 uur vlogen we voor het eerste deel van de vlucht naar Guayaquil. Door het prachtige heldere weer en onze plek links in het vliegtuig hadden we fantastisch uitzicht op de Andes, met de hoogste vulkanen van Ecuador zonder enig wolkje. Echt een betoverend gezicht. In Guayaquil bleven we wel erg lang aan de grond, moesten het vliegtuig uit en met enige vertraging (uurtje) vertrokken we naar San Cristobal, het vliegveld op het meest oostelijke eiland van de Galapagos. Benieuwd wie onze bootgenoten zouden zijn!
Aangekomen op de Galapagos, moesten we eerst door de nodige checks en werden opgewacht door gids Miguel. Daar ontmoetten we onze reisgenoten, Duitse Anna van 18 en een Amerikaanse familie van zes personen. In de haven de eerste blik op onze boot geworpen (een catamaran) en na de lunch gingen we zo snel mogelijk varen, richting Islas Lobos (de eilanden van de zeeleeuwen), onze eerste stop van vandaag.
Aan land op Islas Lobos kregen we meteen ¨close views¨ van Blue-footed Boobies, zeeleguanen en fregatvogels. Gelukkig waren we net op tijd om de mannetjes fregatvogels te zien met een opgeblazen keelzak, die er dan uitziet als een vuurrode ballon. Geloof het of niet, maar als je een vrouwtje fregatvogel bent, vind je dat woest aantrekkelijk. Vanaf de wal konden we al de zeeleeuwen zien spelen, waarna we terug gingen naar de boot om onze snorkelsets te pakken.
Aangezien zowel Jelger en ik nog nooit hadden gesnorkeld, resulteerde dat eerst wel in vele slokken ingeslikt zeewater en enige ademnood, maar na een tijdje begonnen we het wat onder de knie te krijgen. Erg apart om bewust door je mond te gaan ademen. De eerste keer snorkelen leverde meteen veel roggen, zwemmende zeeleeuwen en prachtige vissen op. Inmiddels was het al wat laat geworden, gingen we weer aan boord voor het uitstekende diner met verse zeevis. We hadden inmiddels al door dat onze reisgenoten erg gezellig waren en dat we daar prima mee op konden schieten. ´s Avonds begon de boot met de oversteek naar het volgende eiland, Española. In onze knusse kamer (Jelger en ik deelden een tweepersoonsbed, erg romantisch) wiegde het schomelen van de boot ons snel in slaap.
Ontbijt was vroeg, maar al om 6 uur waren we door het licht in de cabine wakker geworden. Na het ontbijt aan land gegaan op Española, waar we over de zeeleeuwen heen moesten stappen. Verder genoten van de vele bijzondere vogels, waaronder de Galapagosbuizerd, Galapagosduif, Boobies en de Tropicbird. Erg bijzonder dat je echt heel erg dichtbij kan komen, aanrakan mag niet maar is goed mogelijk als je wilt! Ik hoop dat de foto´s die indruk wat ondersteunen.
´s Middags voeren we een stuk verder op het eiland, naar het parelwitte strand van Gardner Bay. Hier snorkelden we vanaf de boot naar het vaste land. Tijdens het snorkelen zag gids Miguel een haai (die wij niet zagen, verstopt onder een steen), maar we zagen wel zeeschildpadden, roggen en prachtige tropische vissen. Op het strand kon je lekker relaxen tussen de zeeleeuwen, waarna we weer terugsnorkelden naar de boot. Een paar frisse duiken vanaf de boot en we begonnen weer aan de volgende overtocht, naar Floreana.
Een lange overtocht later, veel relaxen op het dek van de boot op zoek naar dolfijnen, een heerlijke maaltijd en een goede nacht slapen, werden we wakker voor de kust van Floreana. We zouden hier naar de beroemde Post Office gaan, waar je een brief kan achter laten, die een andere reiziger voor je mee moet nemen naar en overhandigen. Zie je zelf een brief van iemand die niet te ver van je woont, wordt je aangemoedigd die mee te nemen en te overhandigen. Jelger liet zijn label van de tas achter, nu afwachten wanneer hij die weer terugziet!
Post Office Bay is verder een goede plek om de zeldzame Galapagospinguins te zien. Vanaf het rubberbootje hadden we al 1 zien duiken, vanaf de wal zagen we een stuk of 3 in het water spelen maar gelukkig was er 1 zo vriendelijk om op een rots uitgebreid te poseren voor de fotografen. Een prachtig gezicht! Daarna weer snorkelen langs de rotsen, met als hoogtepunt een zeeschildpad die heel rustig waterplanten aan het eten was, met Jelger links en Redmar rechts een meter er naast. Echt een heel gaaf, bovendien zwom hij of zij zo rustig dat we eenvoudig met haar mee konden zwemmen. Terug op de boot geluncht en op naar ¨Corono del Diabl¨(Duivelskroon), een ingeklapte vulkaan, waar we in de krater zouden gaan snorkelen.
´s Middags eerst aan land geweest om te wandelen naar een strand, waar zeker 10 zeeschildpadden op enkele meters uit de kust aan het fourageren en paren waren. Dit trok de aandacht van een ongeveer 3, 4 meter grote Galapagoshaai, die tussen de zeeschildpadden door zwom. Zo dichtbij waar we zouden gaan snorkelen, gaf dat iedereen toch wel een beetje zenuwen. Na het strand met het bootje naar Corona del Diablo, waar de stroming zo sterk was dat flipperen niet eens nodig was. Eenmaal in rustiger water waren we getuige van een Witpuntrifhaai van ongeveer 1,5 meter die op enkele meters langs ons zwom. Verder prachtig snorkelen, met prachtige vissen en een fraaie omgeving. Door de stroming vrij snel gestopt en begonnen aan de lange overtocht naar Santa Cruz, ons laatste eiland.
Al dagen waren we bezig met de zee afspeuren naar dolfijnen of walvissen en nu, op onze laatste boottocht was het raak. Al ver zagen we af en toe dolfijnen boven het water springen, maar dat was kinderspel met wat een kwartier later zou gebeuren. We zaten middenin een grote groep (zeker 100) Grienden, een kleine walvissoort van ongeveer 4,5-5 meter. Ze waren overal, vlak voor / naast / links / rechts / achter / onder de boot. Een kers op de taart, net als ons laatste avondeten aan boord: spaghetti met gamba´s.
Inmiddels was het woensdag en werden we wakker in de haven van Puerto Ayora, de grootste stad van de Galapagos. Vanaf daar pakten we een bus naar de hooglanden, om dé soort van de Galapagos te zien: de enorme landschildpadden. Aangekomen in het reservaat zat er al gelijk 1 in een poel op ons te wachten, later ¨struikelden¨we over de schildpadden (zeker 8 a 10), waaronder het bijzondere gezicht van de paring. Stel je voor, een vrouw ligt onderop, weegt 90 kilo maar mag wel een mannetje dragen van liefst 500 kilo. Tel daarbij op dat het mannetje loeit als een koe en je krijgt een bizar gezicht. Voor de grote groepen toeristen waren we al weer weg, zijn nog door een gang van enkele 100en meters gelopen, uitgegraven door een lavastroom. Net een natuurlijke mijnschacht.
´s Middags zijn we overgegaan naar het hotel in de haven, samen met de Amerikanen. Anna zou de tour nog verder maken tot zondag, gelukkig kreeg ze nog wat gezelschap van 2 Duitse meisjes. Met de hele club zijn we naar het Darwin Research Centre gegaan, waar schildpadden en leguanen gekweekt worden. Hier zagen we de beroemde Lonesome George, de enige nog overgebleven schildpad van de ondersoort van het eiland Pinga, landleguanen en nog meer schildpadden. ´s Avonds hadden we met de Amerikanen ons laatste diner op de Galapagos, de volgende morgen zouden we naar het vliegveld gebracht worden en zou het hele avontuur er op zitten.
Donderdag na het ontbijt werden om 9 uur Ecuadoriaanse tijd (dat wil zeggen, 10 uur) door twee pickups opgehaald en overgebracht naar het vliegveld. Gelukkig wisten we de tijd te doden met een potje Wizzard, een leuk kaartspelletje dat de Amerikanen ons geleerd hadden. Om 1 uur, zelfs voor 1 uur vertrok ons vliegtuig, praktisch leeg: van de 150 stoelen waren er maximaal 20 bezet. Een surrealistisch gezicht en als trootst hebben we geholpen om de crew van de overtollige voedselvoorraden af te helpen (lees meerdere toetjes en broodjes). Om 4 uur waren we weer in Quito en spoedden ons naar ons hostel, na afscheid te hebben genomen van de Amerikanen. Allebei moe en een beetje ziekjes, maar het komt vast wel weer goed!
Vandaag gaan we naar het oude centrum van Quito, morgen naar vulkaan Cotopaxi en zondag vertrekken we naar de jungle, waar we tot vrijdag blijven. Check de foto´s, na de jungle vast een nieuwe update!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Tot horens en het allerbeste vanuit Ecuador!
Redmar en Jelger
Vers terug van de Galapagos na een week weer een nieuw verhaal. Het lijkt eeuwen geleden, want we hebben in die week echt heel veel gedaan. Laat ik beginnen waar Jelger zijn verhaal eindigde, vorige week donderdag, wachtend op tickets voor de Galapagos.
Na die donderdag flink aan het lijntje gehouden te zijn (Ecuadorianen kunnen geen nee zeggen en zeggen daarom dat alles snel geregeld gaat worden), vertrokken we aan het eind van de middag toch maar naar Mindo vertrokken, waar we tegen de avond aankwamen. Telefonisch geregeld dat we de volgende dag naar ¨Paz de las Aves¨(Vrede van de vogels), een natuurreservaat, konden gaan. Wel erg vroeg: 5 uur zouden we door Jesus (een oude bekende voor mij) opgehaald worden om ´s ochtendsvroeg de balts van de Cock-of-the-Rock te kunnen zien.
Die vrijdag slenterden we om 5 uur op het pleintje in Mindo, stapten in de pickup en waren rond kwart voor 6 op de plek van bestemming. Daar aangekomen bleken we samen met een heel stel oude Amerikanen de wandeling te gaan maken, die in het donker begon. Rond kwart over 6 waren we bij de plek en konden, hoewel ver weg, de Cock-of-the-Rocks behoorlijk goed zien. Daarna nog een rondje gemaakt over het terrein, waar Angel Paz (de eigenaar en gids) door middel van fluiten en roepen in staat is om de hele schuwe Antpitta´s te voorschijn te laten komen. Tegen 11 waren we klaar, na ook daar ontbijt te hebben gehad. Helaas sloeg ons wel de schrik om t hart: het nieuws van de tsunami in Japan. De eerste berichten waren dat alle mensen van de Galapagos geëvacueerd zouden worden, gelukkig viel dat nogal mee bij latere check op het internet. Even dachten we dat onze hele Galapagostrip niet meer door zou gaan en, aangezien het een natuurramp betreft, we naar ons geld konden fluiten. Gelukkig bleek dit allemaal wat mee te vallen. Terug in Mindo uitgerust en ´s middags nog een wandeling gemaakt door de bossen. ´s Avonds kwamen we een jong Canadees stel tegen, waarmee we afspraken de volgende morgen naar toekans te gaan zoeken.
Weer vroeg op, nu om 6 uur afgesproken en uiteindelijk waren we tot 11 uur in touw. Eerst vogels gezocht langs de weg, maar nadat we een lokale gids tegenkwamen, konden we onze eerste toekans zien. Als een documentaire van David Attenborough, 4 of 5 enorme grote vogels roepend bovenin een kale boom. Een prachtig gezicht! Daarna konden we zelfs nog 3 andere soorten toekans bijschrijven en konden we voldaan terugkeren naar het hostel. Om 2 uur de bus terug gepakt naar Quito, waar we snel meetten met Mette, die onze tickets zou hebben. Die vertelde ons dat ze die niet had, maar dat alles goed zou komen als we naar het vliegveld zouden gaan. Daar vertrouwden we op en terecht, naar later bleek.
Zondag 13 maart waren we al rond half 8 op t vliegveld, waar iemand klaar stond om ons te helpen met de tickets. Om 9 uur vlogen we voor het eerste deel van de vlucht naar Guayaquil. Door het prachtige heldere weer en onze plek links in het vliegtuig hadden we fantastisch uitzicht op de Andes, met de hoogste vulkanen van Ecuador zonder enig wolkje. Echt een betoverend gezicht. In Guayaquil bleven we wel erg lang aan de grond, moesten het vliegtuig uit en met enige vertraging (uurtje) vertrokken we naar San Cristobal, het vliegveld op het meest oostelijke eiland van de Galapagos. Benieuwd wie onze bootgenoten zouden zijn!
Aangekomen op de Galapagos, moesten we eerst door de nodige checks en werden opgewacht door gids Miguel. Daar ontmoetten we onze reisgenoten, Duitse Anna van 18 en een Amerikaanse familie van zes personen. In de haven de eerste blik op onze boot geworpen (een catamaran) en na de lunch gingen we zo snel mogelijk varen, richting Islas Lobos (de eilanden van de zeeleeuwen), onze eerste stop van vandaag.
Aan land op Islas Lobos kregen we meteen ¨close views¨ van Blue-footed Boobies, zeeleguanen en fregatvogels. Gelukkig waren we net op tijd om de mannetjes fregatvogels te zien met een opgeblazen keelzak, die er dan uitziet als een vuurrode ballon. Geloof het of niet, maar als je een vrouwtje fregatvogel bent, vind je dat woest aantrekkelijk. Vanaf de wal konden we al de zeeleeuwen zien spelen, waarna we terug gingen naar de boot om onze snorkelsets te pakken.
Aangezien zowel Jelger en ik nog nooit hadden gesnorkeld, resulteerde dat eerst wel in vele slokken ingeslikt zeewater en enige ademnood, maar na een tijdje begonnen we het wat onder de knie te krijgen. Erg apart om bewust door je mond te gaan ademen. De eerste keer snorkelen leverde meteen veel roggen, zwemmende zeeleeuwen en prachtige vissen op. Inmiddels was het al wat laat geworden, gingen we weer aan boord voor het uitstekende diner met verse zeevis. We hadden inmiddels al door dat onze reisgenoten erg gezellig waren en dat we daar prima mee op konden schieten. ´s Avonds begon de boot met de oversteek naar het volgende eiland, Española. In onze knusse kamer (Jelger en ik deelden een tweepersoonsbed, erg romantisch) wiegde het schomelen van de boot ons snel in slaap.
Ontbijt was vroeg, maar al om 6 uur waren we door het licht in de cabine wakker geworden. Na het ontbijt aan land gegaan op Española, waar we over de zeeleeuwen heen moesten stappen. Verder genoten van de vele bijzondere vogels, waaronder de Galapagosbuizerd, Galapagosduif, Boobies en de Tropicbird. Erg bijzonder dat je echt heel erg dichtbij kan komen, aanrakan mag niet maar is goed mogelijk als je wilt! Ik hoop dat de foto´s die indruk wat ondersteunen.
´s Middags voeren we een stuk verder op het eiland, naar het parelwitte strand van Gardner Bay. Hier snorkelden we vanaf de boot naar het vaste land. Tijdens het snorkelen zag gids Miguel een haai (die wij niet zagen, verstopt onder een steen), maar we zagen wel zeeschildpadden, roggen en prachtige tropische vissen. Op het strand kon je lekker relaxen tussen de zeeleeuwen, waarna we weer terugsnorkelden naar de boot. Een paar frisse duiken vanaf de boot en we begonnen weer aan de volgende overtocht, naar Floreana.
Een lange overtocht later, veel relaxen op het dek van de boot op zoek naar dolfijnen, een heerlijke maaltijd en een goede nacht slapen, werden we wakker voor de kust van Floreana. We zouden hier naar de beroemde Post Office gaan, waar je een brief kan achter laten, die een andere reiziger voor je mee moet nemen naar en overhandigen. Zie je zelf een brief van iemand die niet te ver van je woont, wordt je aangemoedigd die mee te nemen en te overhandigen. Jelger liet zijn label van de tas achter, nu afwachten wanneer hij die weer terugziet!
Post Office Bay is verder een goede plek om de zeldzame Galapagospinguins te zien. Vanaf het rubberbootje hadden we al 1 zien duiken, vanaf de wal zagen we een stuk of 3 in het water spelen maar gelukkig was er 1 zo vriendelijk om op een rots uitgebreid te poseren voor de fotografen. Een prachtig gezicht! Daarna weer snorkelen langs de rotsen, met als hoogtepunt een zeeschildpad die heel rustig waterplanten aan het eten was, met Jelger links en Redmar rechts een meter er naast. Echt een heel gaaf, bovendien zwom hij of zij zo rustig dat we eenvoudig met haar mee konden zwemmen. Terug op de boot geluncht en op naar ¨Corono del Diabl¨(Duivelskroon), een ingeklapte vulkaan, waar we in de krater zouden gaan snorkelen.
´s Middags eerst aan land geweest om te wandelen naar een strand, waar zeker 10 zeeschildpadden op enkele meters uit de kust aan het fourageren en paren waren. Dit trok de aandacht van een ongeveer 3, 4 meter grote Galapagoshaai, die tussen de zeeschildpadden door zwom. Zo dichtbij waar we zouden gaan snorkelen, gaf dat iedereen toch wel een beetje zenuwen. Na het strand met het bootje naar Corona del Diablo, waar de stroming zo sterk was dat flipperen niet eens nodig was. Eenmaal in rustiger water waren we getuige van een Witpuntrifhaai van ongeveer 1,5 meter die op enkele meters langs ons zwom. Verder prachtig snorkelen, met prachtige vissen en een fraaie omgeving. Door de stroming vrij snel gestopt en begonnen aan de lange overtocht naar Santa Cruz, ons laatste eiland.
Al dagen waren we bezig met de zee afspeuren naar dolfijnen of walvissen en nu, op onze laatste boottocht was het raak. Al ver zagen we af en toe dolfijnen boven het water springen, maar dat was kinderspel met wat een kwartier later zou gebeuren. We zaten middenin een grote groep (zeker 100) Grienden, een kleine walvissoort van ongeveer 4,5-5 meter. Ze waren overal, vlak voor / naast / links / rechts / achter / onder de boot. Een kers op de taart, net als ons laatste avondeten aan boord: spaghetti met gamba´s.
Inmiddels was het woensdag en werden we wakker in de haven van Puerto Ayora, de grootste stad van de Galapagos. Vanaf daar pakten we een bus naar de hooglanden, om dé soort van de Galapagos te zien: de enorme landschildpadden. Aangekomen in het reservaat zat er al gelijk 1 in een poel op ons te wachten, later ¨struikelden¨we over de schildpadden (zeker 8 a 10), waaronder het bijzondere gezicht van de paring. Stel je voor, een vrouw ligt onderop, weegt 90 kilo maar mag wel een mannetje dragen van liefst 500 kilo. Tel daarbij op dat het mannetje loeit als een koe en je krijgt een bizar gezicht. Voor de grote groepen toeristen waren we al weer weg, zijn nog door een gang van enkele 100en meters gelopen, uitgegraven door een lavastroom. Net een natuurlijke mijnschacht.
´s Middags zijn we overgegaan naar het hotel in de haven, samen met de Amerikanen. Anna zou de tour nog verder maken tot zondag, gelukkig kreeg ze nog wat gezelschap van 2 Duitse meisjes. Met de hele club zijn we naar het Darwin Research Centre gegaan, waar schildpadden en leguanen gekweekt worden. Hier zagen we de beroemde Lonesome George, de enige nog overgebleven schildpad van de ondersoort van het eiland Pinga, landleguanen en nog meer schildpadden. ´s Avonds hadden we met de Amerikanen ons laatste diner op de Galapagos, de volgende morgen zouden we naar het vliegveld gebracht worden en zou het hele avontuur er op zitten.
Donderdag na het ontbijt werden om 9 uur Ecuadoriaanse tijd (dat wil zeggen, 10 uur) door twee pickups opgehaald en overgebracht naar het vliegveld. Gelukkig wisten we de tijd te doden met een potje Wizzard, een leuk kaartspelletje dat de Amerikanen ons geleerd hadden. Om 1 uur, zelfs voor 1 uur vertrok ons vliegtuig, praktisch leeg: van de 150 stoelen waren er maximaal 20 bezet. Een surrealistisch gezicht en als trootst hebben we geholpen om de crew van de overtollige voedselvoorraden af te helpen (lees meerdere toetjes en broodjes). Om 4 uur waren we weer in Quito en spoedden ons naar ons hostel, na afscheid te hebben genomen van de Amerikanen. Allebei moe en een beetje ziekjes, maar het komt vast wel weer goed!
Vandaag gaan we naar het oude centrum van Quito, morgen naar vulkaan Cotopaxi en zondag vertrekken we naar de jungle, waar we tot vrijdag blijven. Check de foto´s, na de jungle vast een nieuwe update!
https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Redmarinecuador?authkey=Gv1sRgCIrFz93NmMrjJA#
Tot horens en het allerbeste vanuit Ecuador!
Redmar en Jelger
donderdag 10 maart 2011
Cuenca, Carnaval en ook Jelger in Ecuador!
Hola chicos!
Dit blog zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel gaat nog over het ¨pre-Jelger-tijdperk¨, oftewel een stuk waarin Jelger nog niet aangekomen is. Het tweede deel (post-Jelger) bestaat uit een verhaal van Jelgers hand, want het is na zoveel lange verhalen van mij ook wel eens leuk om weer een newbie te horen die net in Ecuador is aangekomen!
Na mijn laatste blog zijn we op zondag met werkelijk de meest relaxte bus tot nu toe vanuit Montañita naar Guayaquil gegaan. Op vrijdag hadden we de kaartjes al gekocht en dat bleek geen overbodige luxe: alle bussen naar Guayaquil waren uitverkocht, gelukkig zaten wij in de bus met airco, relaxte stoelen en een leuke, gloednieuwe film. Aangekomen in Guayaquil (de grootste stad van Ecuador en één met een nogal slechte reputatie) zo snel mogelijk een bus gepakt naar Cuenca. Tijdens de busrit kreeg ik helemaal nostalgische gevoelens van alle rijstvelden die rondom Guayaquil liggen, compleet met grote groepen reigers en ibissen. Het deed me enorm denken aan Zuid-Frankrijk, de Camargue, toch nog altijd een van mijn favoriete plekjes van de wereld. Al snel doken we de bergen in, stegen van zeeniveau binnen 1,5 uur naar ruim 3600 meter en daalden daarna weer wat af, om rond half 6 in Cuenca aan te komen. Snel een taxi gepakt naar ons hostel, waar Lisa en ik een ander ¨gringo-koppel¨ te snel afwaren en de allerlaatste tweepersoonskamer inpikten. Danku roekeloze taxi-chauffeur!
De volgende dag hebben we besteed aan het prachtige, relaxte Cuenca met zijn vele musea. Wat ten opzichte van Quito meteen al opvalt: de relaxte sfeer. Je voelt je totaal niet onveilig, de straten zijn schoon, de mensen mooi en het centrum niet al te groot en gezellig met vele koloniale gebouwen. Ook gedurende onze busritten die door buitenwijken van Cuenca kwamen, konden we weinig shabby wijken ontdekken. Cuenca is een aristocratische stad, met universiteiten, musea en vele charmante koloniale huisjes. Het heeft nog sporen van de Incas, die we konden zien bij de ruines van Tomepampa, die overigens vooral bestonden uit rijtjes stenen fundamenten. Niet bijster spectaculair, maar wel interessant, zo ook het bijbehorende museum met onder andere ¨shrunken heads¨ (gedroogde mensenhoofden ter grote van een vuist) van de Shuar, een stam uit de Amazone die op die manier afgehakte koppen van vijanden bewaarden.
Later die middag, na een tijd door de straatjes van Cuenca te hebben geslenterd, besloten we alsnog een ander museum in te duiken. Dit leek echter meer een depot dan een museum. Werkelijk alles was uitgestald, wat betekende dat er tientallen vitrines waren met 100en, zo niet 1000en potjes en ander keramiek, 100en pijlpunten / vishaken / bijlen / figuurtjes / sieraden (doorhalen wat niet van toepassing is) en meer van dat soort. Op zich best interessant, maar nu erg onoverzichtelijk, helemaal gezien de summiere informatie. Om dit af te leren ben ik daarna naar de kapper gegaan om mijn coupe weer wat te korten. De kapster begreep helaas niet dat ¨dos y media centimetros¨ de lengte van mijn haar moest zijn, want het is er helemaal afgegaan. Met verse, gemillimeterde militairencoupe, die wel weer even moest wennen, ga ik nu als een soort hooligan door het land.
Dinsdag zijn we naar de grootste Inka-ruines van Ecuador gegaan, aangezien dat best dichtbij was (2 uur met de bus heen, 2 uur met de bus terug, dat noem je in Nederland ver weg!). De ruines waren niet bijster spectaculair, maar wel leuk om gezien te hebben en de omgeving maakte wederom nostalgische gevoelens los, door de vele weilanden met vaak zwart-witte koeien. Bij de ruines was het erg rustig, het is te hopen dat in het hoogseizoen daar wat meer toeristen rondscharrelen, anders kan het misschien ook wel met de eer strijken van minst bezochte Inka-ruine.
Woensdag besloten we een rustdag te houden en niet naar het paramo (hoog grasland) park Cajas te gaan, gezien we beide met nogal wat kwaaltjes te kampen hadden. Lees buikpijn, dunne ontlasting, verstuikte enkel en verkoudheid. Dit bleek een goede zet te zijn en we hebben die dag besteed door wat door Cuenca te slenteren, nog een museum te bezoeken en vast ons voor te bereiden op de volgende trip, want vrijdag moesten we weer in Quito zijn om Jelger op te halen.
Donderdag hebben we de bus gepakt naar Riobamba, 6 uur ten noorden van Cuenca omdat we geen zin hadden om meteen 10 of 12 uur in de bus te moeten zitten. Na een busrit die slingerde, klom en daalde door de Andes (waar je hier erg veel indigenas, ¨indianen¨) ziet kwamen we in Riobamba aan. De stad zelf is niet bijzonder lelijk, maar ook niet bijzonder mooi maar de omgeving maakt veel goed. De stad ligt in de schaduw van 3 vulkanen, waaronder Ecuadors hoogste berg/vulkaan Chimborazo en de actieve vulkaan Tungurahua. Vanuit de stad had je werkelijk prachtig uitzicht op de vulkanen, het blijft toch een machtig gezicht. In Riobamba overigens een van de lekkerste koffies van de reis gehad. In een land waar koffie vooral synoniem staat voor Néscafé oploskoffie (of een nog viezere goedkopere variant) omarm je alle vers gemalen filterkoffie met liefde (overigens heeft Riobamba ook de eer de allersmerigste koffie te serveren, bij het ontbijt van vrijdag).
Vrijdag de grote dag, want Jelger zou om ongeveer half 11 lokale tijd aankomen. Na een fout van mij waren we in eerste instantie totaal verkeerd uitgekomen, bij het andere busstation van Riobamba maar om 10 uur zaten we in de bus naar Quito. Nu duurt de rit Riobamba - Quito normaal gesproken 4 uur, maar onze chauffeur was on speed en binnen 3 uur stonden we op het busterminal van Quito-Zuid. Hier meteen kaartjes gekocht voor de bus naar Pedernales (vanwaar we naar Canoa wilden), aangezien de bussen met carnaval nogal chaotisch schijnen te zijn, maar zelfs een dag voor het echt begon was het al gekkenhuis op de terminal. Gelukkig was Pedernales niet populair en konden we ons snel weer bij onze vrienden in Quito voegen. Er viel veel bij te praten, te lachen en je zat meteen weer in de chaos van de grote stad. Om half 11 pakte ik een taxi naar het vliegveld, waar ik Jelger al snel aan zag komen (hij torent hier boven 99 procent van de mensen uit). Ik geef ook het stokje over en vanaf nu een verslag van Jelger!
Gracias, Hermano.
Zoals Redmar eerder schreef, rond 11 uur in Quito aangekomen, na 25 uur reizen. Mijn vrijdag begon al om 5.15 om richting Schiphol te gaan, wat je al niet moet doen om kwart over 11 te kunnen vliegen. Nadat Heit en ik op Schiphol nog even wat hadden gedronken met Silvia en Annelies, de security door en wachten op de vlucht. Uiteindelijk bijna 45 minuten later vertrokken om vrij onduidelijke redenen, maar dat mocht niet baten. Tijdens de vlucht heb ik goed gebruik gemaakt van het filmaanbod van de KLM. Oscar-winnaars The King´s Speech en Black Swan, Harry Potter 7 en Tangled gezien en tussendoor ook nog een aflevering van een handvol comedy-series. Zowaar had ik tussendoor ook nog tijd om een uurtje met het Nederlandse stel naast mij te praten, die richting Guatamala gingen, maar duidelijk niet vaak hadden gevlogen. Ik vond het niet zo erg om me met films af te sluiten van het bijna panische geraskaal van de vrouw.
Rond half vijf lokale tijd in Panama aangekomen, waar vier uur wachten een ware hel werd. Ik dacht wel een winkeltje met kranten, tijdschriften of zelfs maar iets van papier te vinden, maar dat was ijdele hoop. Na vier erg lange uren eindelijk in het vliegtuig richting Quito gestapt, waar ik naast een wat ouder Amerikaans stel zat. Zo conservatief als de pest, maar de man had wel mooie verhalen uit Idaho, dus de vlucht van twee uur kwamen we wel door. In Quito opgepikt door Redmar, die ik dan weer snel zag door zijn korte blonde haartjes en naar het hostel gegaan voor eindelijk wat slaap.
Zaterdag begon, helaas, wederom vroeg. Lisa, die al langer met Redmar mee reist en ook mee naar de kust ging, Redmar en ik zitten rond een uur of 8 alweer in de taxi om naar de busterminal te gaan in Quito. Onderweg pikken we Miranda, die haar scriptie hier schrijft, op en iets voor negen staan we op een moderne, maar bomvolle busterminal. Redmar, Lisa en ik zijn al voorzien van kaartjes, maar Miranda hoopte die nog te kunnen regelen. Dat blijkt in eerste instantie ijdele hoop, het station is werkelijk overvol. Maar met een beetje Noord-Hollandse bluf komt ze uiteindelijk toch in de bus en rijden we richting de kust. Het eerste stuk, van vijf uur naar Pedernales, is erg bochtig en ik voel nu pas de hoogte en vermoeidheid toeslaan. De rijstijl van de Ecuadoriaanse chauffeurs en de verschrikkelijke uitlaatgassengeur rondom Quito helpen ook niet mee, en ik voel me het eerste stuk beroerd. Na een uur of twee rijden wordt het echter vlakker en nemen de bochten af, waardoor ik ook langzaam maar zeker wat bij kom.
We stappen over in de bus naar Canoa, waar we carnaval gaan vieren, wat nog eens twee uur in de bus betekend. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en als we eindelijk aankomen zijn we maar wat blij om iets geschiktere kleding aan te doen. Omdat het al wat later op de dag is gaan we nog niet écht het strand op, maar blijft het bij een drankje bij een strandtent. Na het eten begint de stroom met enige regelmaat voor kortere periodes uit te vallen, waardoor we in het hotel ook niet mogen douchen. Ik vind het niet zo erg, want het bed ligt erg lekker en we powernappen tot ongeveer half elf. Als de stroom het weer doet, bereiden we ons voor om het feest in te gaan. Ik ben zo naïef om te denken dat ik niet Off (de lokale deet) hoef te smeren op mijn voeten omdat ik schoenen draag, maar daar betaal ik de volgende dag de rekening voor. Mijn voeten zitten onder de rode bultjes van waarschijnlijk zandvlooien. Het ziet er nogal vervelend uit, maar behalve wat jeuk is het niets.
We slapen op zondag uit tot een uur of twaalf, al worden Miranda en ik wel vroeg wakker van het lawaai in de keuken, waar wij boven slapen. Ze beginnen om half acht al met het bakken van vlees, vis en eieren, want de Ecuadoriaan houdt blijkbaar wel van een stevig ontbijt. Wij moeten ons best doen om überhaupt ergens een normaal ontbijt te vinden en als het na vier pogingen eindelijk lukt is het al half twee. Na het ontbijt bellen Redmar en ik met onze jarige vader en Lisa en Miranda gaan alvast naar het strand. Als wij later aansluiten blijkt Canoa bijzonder populair tijdens carnaval, het strand ziet zwart van de mensen. De zee en het strand hebben er onder te lijden, overal ligt plastic en ander vuil en ook in de zee drijft hier en daar wel wat. Het voelt niet echt prettig, maar het water is wel zo verkoelend dat je er toch in gaat. We houden het vol tot zonsondergang, waarna we ons voorbereiden op de échte start van het carnaval. We eten samen met Mette en Inge die hier met een groep Ecuadorianen in de buurt zitten. Als we rond half elf het strand oplopen waar de DJ de dag ervoor nog tot in de late uurtjes het feest in stand hield, valt het op dat de muziek af en toe wegvalt. Een mannetje op het podium brabbelt wat in het Spaans en Redmar weet de naam van de president te ontdekken. Het lijkt erop dat hij niet wil dat het feest langer doorgaat, maar de Ecuadorianen hebben daar geen boodschap aan. Tot onze hilariteit wordt er gewoon één van de vele kleine auto´s met veel te grote luidsprekers het strand opgereden en wordt rondom de auto het feest voortgezet. Wij zoeken ons heil desondanks ergens anders, maar ook in de lokale club klopt de politie aan om het stop te zetten. Maar als wij net binnen zijn, begint de eigenaar de deuren te barricaderen en de ramen te sluiten. Hij sluit de politie gewoon buiten! De locals binnen vinden het prachtig en feesten uitbundig door. Uiteindelijk wordt het ons iets té uitbundig en gaan we toch maar weg.
Het schema maandag komt erg overeen met dat van zondag. We staan wel iets eerder op, en ontbijten (wederom tussen de stroomstoringen door, dit keer door de heftige regen in de ochtend) bij het hotel. We ploffen nu ook niet neer bij de eerste de beste vrije strandtent, maar lopen een minuut of 10 door en zowaar is het strand rustig en schoon. We genieten van een dagje strand en zee. ´s Avonds tijdens het eten valt opeens de stroom voor langere tijd uit en moeten we bij kaarslicht eten. Het is eigenlijk wel prettig, want alle strandtentjes draaien hun eigen muziek en proberen elkaar te overtreffen in volume. Dat er op elke straathoek auto´s met luidsprekers staan helpt ook niet mee. Door de stroomstoring kunnen we elkaar tenminste verstaan en trilt het bestek niet meer mee op de beats. We eten rustig en gaan daarna naar de enige strandtent die een generator heeft aangeslingerd. Ik wordt bewonderd om mijn lengte door een Ecuadoriaans stel en we krijgen een weinig subtiel lesje biologie van een handvol meisjes en één jongen. De manier waarop hij met hun danst laat weinig aan de verbeelding over en trekt letterlijk vier rijen joelende locals aan. Op een gegeven moment gaat het ons iets té ver en gaan we door naar de DJ op het strand die nu gewoon weer mag draaien. Om een uur of half twee houden we het voorgezien. In het hotel treffen Miranda en ik echter mieren in onze kamer aan. De ontzettende aardige mensen van het hotel doen hun uiterste best om ze te verdrijven, maar hun spray stinkt zo erg dat we de ventilator van de andere kamer installeren om frisse lucht te krijgen. Als ik dan vervolgens ook nog per ongeluk de badkamerdeur in het slot laat vallen, zonder dat hij van de buitenkant open kan, is de chaos compleet. Het mannetje van het hotel probeert zelfs met een mes de deur open te krijgen, maar we moeten wachten tot de ochtend zodat een kind door het raam kan klimmen en van binnenuit de deur kan openen.
Ook de dinsdag spenderen we aan het strand, nadat ´s ochtends onze badkamer weer open is gemaakt. Canoa is ondertussen leeggestroomd en in de avond is ook op weinig plekken meer feest. Wij beperken ons ook tot een potje kaarten, omdat we de volgende dag nog een bus moeten vinden terug naar Quito. Dat blijkt de volgende dag nog een behoorlijke opgave. Hoewel ons is verteld dat er elk uur een bus komt en wij al om half acht met ons goeie gedrag klaarstaan duurt het nog twee uur voordat we een bus vinden. In Pedernales vinden we vrij vlot een bus naar Quito, al moeten we ook daar een uur op wachten. Uiteindelijk komen we pas tegen achten aan in het hostel, waar we een broodnodige pasta eten. ´s Avonds moet ik Ladies Night in de kroeg Bungalow Six meemaken, maar heel Ecuador is blut en brak van carnaval, dus erg druk is het niet. Ik ga rond een uur of één terug naar het hostel om een beetje bij te slapen, Redmar en Lisa maken het iets later.
Vandaag (Donderdag) staan we op tijd op om de tickets voor de Galapagos te halen en naar Mindo te gaan, maar het loopt allemaal net iets anders. De tickets laten nog steeds op zich wachten en Redmar en ik regelen dus onze jungle-trip alvast. Als het goed is liggen onze tickets rond half twee klaar en kunnen we dan eindelijk naar Mindo. Daar willen we in het nevelwoud vooral vogels zien en van de natuur genieten. Vanaf zondag zullen we dat gaan doen op de Galapagos.
Groetjes,
Redmar en Jelger
Dit blog zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel gaat nog over het ¨pre-Jelger-tijdperk¨, oftewel een stuk waarin Jelger nog niet aangekomen is. Het tweede deel (post-Jelger) bestaat uit een verhaal van Jelgers hand, want het is na zoveel lange verhalen van mij ook wel eens leuk om weer een newbie te horen die net in Ecuador is aangekomen!
Na mijn laatste blog zijn we op zondag met werkelijk de meest relaxte bus tot nu toe vanuit Montañita naar Guayaquil gegaan. Op vrijdag hadden we de kaartjes al gekocht en dat bleek geen overbodige luxe: alle bussen naar Guayaquil waren uitverkocht, gelukkig zaten wij in de bus met airco, relaxte stoelen en een leuke, gloednieuwe film. Aangekomen in Guayaquil (de grootste stad van Ecuador en één met een nogal slechte reputatie) zo snel mogelijk een bus gepakt naar Cuenca. Tijdens de busrit kreeg ik helemaal nostalgische gevoelens van alle rijstvelden die rondom Guayaquil liggen, compleet met grote groepen reigers en ibissen. Het deed me enorm denken aan Zuid-Frankrijk, de Camargue, toch nog altijd een van mijn favoriete plekjes van de wereld. Al snel doken we de bergen in, stegen van zeeniveau binnen 1,5 uur naar ruim 3600 meter en daalden daarna weer wat af, om rond half 6 in Cuenca aan te komen. Snel een taxi gepakt naar ons hostel, waar Lisa en ik een ander ¨gringo-koppel¨ te snel afwaren en de allerlaatste tweepersoonskamer inpikten. Danku roekeloze taxi-chauffeur!
De volgende dag hebben we besteed aan het prachtige, relaxte Cuenca met zijn vele musea. Wat ten opzichte van Quito meteen al opvalt: de relaxte sfeer. Je voelt je totaal niet onveilig, de straten zijn schoon, de mensen mooi en het centrum niet al te groot en gezellig met vele koloniale gebouwen. Ook gedurende onze busritten die door buitenwijken van Cuenca kwamen, konden we weinig shabby wijken ontdekken. Cuenca is een aristocratische stad, met universiteiten, musea en vele charmante koloniale huisjes. Het heeft nog sporen van de Incas, die we konden zien bij de ruines van Tomepampa, die overigens vooral bestonden uit rijtjes stenen fundamenten. Niet bijster spectaculair, maar wel interessant, zo ook het bijbehorende museum met onder andere ¨shrunken heads¨ (gedroogde mensenhoofden ter grote van een vuist) van de Shuar, een stam uit de Amazone die op die manier afgehakte koppen van vijanden bewaarden.
Later die middag, na een tijd door de straatjes van Cuenca te hebben geslenterd, besloten we alsnog een ander museum in te duiken. Dit leek echter meer een depot dan een museum. Werkelijk alles was uitgestald, wat betekende dat er tientallen vitrines waren met 100en, zo niet 1000en potjes en ander keramiek, 100en pijlpunten / vishaken / bijlen / figuurtjes / sieraden (doorhalen wat niet van toepassing is) en meer van dat soort. Op zich best interessant, maar nu erg onoverzichtelijk, helemaal gezien de summiere informatie. Om dit af te leren ben ik daarna naar de kapper gegaan om mijn coupe weer wat te korten. De kapster begreep helaas niet dat ¨dos y media centimetros¨ de lengte van mijn haar moest zijn, want het is er helemaal afgegaan. Met verse, gemillimeterde militairencoupe, die wel weer even moest wennen, ga ik nu als een soort hooligan door het land.
Dinsdag zijn we naar de grootste Inka-ruines van Ecuador gegaan, aangezien dat best dichtbij was (2 uur met de bus heen, 2 uur met de bus terug, dat noem je in Nederland ver weg!). De ruines waren niet bijster spectaculair, maar wel leuk om gezien te hebben en de omgeving maakte wederom nostalgische gevoelens los, door de vele weilanden met vaak zwart-witte koeien. Bij de ruines was het erg rustig, het is te hopen dat in het hoogseizoen daar wat meer toeristen rondscharrelen, anders kan het misschien ook wel met de eer strijken van minst bezochte Inka-ruine.
Woensdag besloten we een rustdag te houden en niet naar het paramo (hoog grasland) park Cajas te gaan, gezien we beide met nogal wat kwaaltjes te kampen hadden. Lees buikpijn, dunne ontlasting, verstuikte enkel en verkoudheid. Dit bleek een goede zet te zijn en we hebben die dag besteed door wat door Cuenca te slenteren, nog een museum te bezoeken en vast ons voor te bereiden op de volgende trip, want vrijdag moesten we weer in Quito zijn om Jelger op te halen.
Donderdag hebben we de bus gepakt naar Riobamba, 6 uur ten noorden van Cuenca omdat we geen zin hadden om meteen 10 of 12 uur in de bus te moeten zitten. Na een busrit die slingerde, klom en daalde door de Andes (waar je hier erg veel indigenas, ¨indianen¨) ziet kwamen we in Riobamba aan. De stad zelf is niet bijzonder lelijk, maar ook niet bijzonder mooi maar de omgeving maakt veel goed. De stad ligt in de schaduw van 3 vulkanen, waaronder Ecuadors hoogste berg/vulkaan Chimborazo en de actieve vulkaan Tungurahua. Vanuit de stad had je werkelijk prachtig uitzicht op de vulkanen, het blijft toch een machtig gezicht. In Riobamba overigens een van de lekkerste koffies van de reis gehad. In een land waar koffie vooral synoniem staat voor Néscafé oploskoffie (of een nog viezere goedkopere variant) omarm je alle vers gemalen filterkoffie met liefde (overigens heeft Riobamba ook de eer de allersmerigste koffie te serveren, bij het ontbijt van vrijdag).
Vrijdag de grote dag, want Jelger zou om ongeveer half 11 lokale tijd aankomen. Na een fout van mij waren we in eerste instantie totaal verkeerd uitgekomen, bij het andere busstation van Riobamba maar om 10 uur zaten we in de bus naar Quito. Nu duurt de rit Riobamba - Quito normaal gesproken 4 uur, maar onze chauffeur was on speed en binnen 3 uur stonden we op het busterminal van Quito-Zuid. Hier meteen kaartjes gekocht voor de bus naar Pedernales (vanwaar we naar Canoa wilden), aangezien de bussen met carnaval nogal chaotisch schijnen te zijn, maar zelfs een dag voor het echt begon was het al gekkenhuis op de terminal. Gelukkig was Pedernales niet populair en konden we ons snel weer bij onze vrienden in Quito voegen. Er viel veel bij te praten, te lachen en je zat meteen weer in de chaos van de grote stad. Om half 11 pakte ik een taxi naar het vliegveld, waar ik Jelger al snel aan zag komen (hij torent hier boven 99 procent van de mensen uit). Ik geef ook het stokje over en vanaf nu een verslag van Jelger!
Gracias, Hermano.
Zoals Redmar eerder schreef, rond 11 uur in Quito aangekomen, na 25 uur reizen. Mijn vrijdag begon al om 5.15 om richting Schiphol te gaan, wat je al niet moet doen om kwart over 11 te kunnen vliegen. Nadat Heit en ik op Schiphol nog even wat hadden gedronken met Silvia en Annelies, de security door en wachten op de vlucht. Uiteindelijk bijna 45 minuten later vertrokken om vrij onduidelijke redenen, maar dat mocht niet baten. Tijdens de vlucht heb ik goed gebruik gemaakt van het filmaanbod van de KLM. Oscar-winnaars The King´s Speech en Black Swan, Harry Potter 7 en Tangled gezien en tussendoor ook nog een aflevering van een handvol comedy-series. Zowaar had ik tussendoor ook nog tijd om een uurtje met het Nederlandse stel naast mij te praten, die richting Guatamala gingen, maar duidelijk niet vaak hadden gevlogen. Ik vond het niet zo erg om me met films af te sluiten van het bijna panische geraskaal van de vrouw.
Rond half vijf lokale tijd in Panama aangekomen, waar vier uur wachten een ware hel werd. Ik dacht wel een winkeltje met kranten, tijdschriften of zelfs maar iets van papier te vinden, maar dat was ijdele hoop. Na vier erg lange uren eindelijk in het vliegtuig richting Quito gestapt, waar ik naast een wat ouder Amerikaans stel zat. Zo conservatief als de pest, maar de man had wel mooie verhalen uit Idaho, dus de vlucht van twee uur kwamen we wel door. In Quito opgepikt door Redmar, die ik dan weer snel zag door zijn korte blonde haartjes en naar het hostel gegaan voor eindelijk wat slaap.
Zaterdag begon, helaas, wederom vroeg. Lisa, die al langer met Redmar mee reist en ook mee naar de kust ging, Redmar en ik zitten rond een uur of 8 alweer in de taxi om naar de busterminal te gaan in Quito. Onderweg pikken we Miranda, die haar scriptie hier schrijft, op en iets voor negen staan we op een moderne, maar bomvolle busterminal. Redmar, Lisa en ik zijn al voorzien van kaartjes, maar Miranda hoopte die nog te kunnen regelen. Dat blijkt in eerste instantie ijdele hoop, het station is werkelijk overvol. Maar met een beetje Noord-Hollandse bluf komt ze uiteindelijk toch in de bus en rijden we richting de kust. Het eerste stuk, van vijf uur naar Pedernales, is erg bochtig en ik voel nu pas de hoogte en vermoeidheid toeslaan. De rijstijl van de Ecuadoriaanse chauffeurs en de verschrikkelijke uitlaatgassengeur rondom Quito helpen ook niet mee, en ik voel me het eerste stuk beroerd. Na een uur of twee rijden wordt het echter vlakker en nemen de bochten af, waardoor ik ook langzaam maar zeker wat bij kom.
We stappen over in de bus naar Canoa, waar we carnaval gaan vieren, wat nog eens twee uur in de bus betekend. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en als we eindelijk aankomen zijn we maar wat blij om iets geschiktere kleding aan te doen. Omdat het al wat later op de dag is gaan we nog niet écht het strand op, maar blijft het bij een drankje bij een strandtent. Na het eten begint de stroom met enige regelmaat voor kortere periodes uit te vallen, waardoor we in het hotel ook niet mogen douchen. Ik vind het niet zo erg, want het bed ligt erg lekker en we powernappen tot ongeveer half elf. Als de stroom het weer doet, bereiden we ons voor om het feest in te gaan. Ik ben zo naïef om te denken dat ik niet Off (de lokale deet) hoef te smeren op mijn voeten omdat ik schoenen draag, maar daar betaal ik de volgende dag de rekening voor. Mijn voeten zitten onder de rode bultjes van waarschijnlijk zandvlooien. Het ziet er nogal vervelend uit, maar behalve wat jeuk is het niets.
We slapen op zondag uit tot een uur of twaalf, al worden Miranda en ik wel vroeg wakker van het lawaai in de keuken, waar wij boven slapen. Ze beginnen om half acht al met het bakken van vlees, vis en eieren, want de Ecuadoriaan houdt blijkbaar wel van een stevig ontbijt. Wij moeten ons best doen om überhaupt ergens een normaal ontbijt te vinden en als het na vier pogingen eindelijk lukt is het al half twee. Na het ontbijt bellen Redmar en ik met onze jarige vader en Lisa en Miranda gaan alvast naar het strand. Als wij later aansluiten blijkt Canoa bijzonder populair tijdens carnaval, het strand ziet zwart van de mensen. De zee en het strand hebben er onder te lijden, overal ligt plastic en ander vuil en ook in de zee drijft hier en daar wel wat. Het voelt niet echt prettig, maar het water is wel zo verkoelend dat je er toch in gaat. We houden het vol tot zonsondergang, waarna we ons voorbereiden op de échte start van het carnaval. We eten samen met Mette en Inge die hier met een groep Ecuadorianen in de buurt zitten. Als we rond half elf het strand oplopen waar de DJ de dag ervoor nog tot in de late uurtjes het feest in stand hield, valt het op dat de muziek af en toe wegvalt. Een mannetje op het podium brabbelt wat in het Spaans en Redmar weet de naam van de president te ontdekken. Het lijkt erop dat hij niet wil dat het feest langer doorgaat, maar de Ecuadorianen hebben daar geen boodschap aan. Tot onze hilariteit wordt er gewoon één van de vele kleine auto´s met veel te grote luidsprekers het strand opgereden en wordt rondom de auto het feest voortgezet. Wij zoeken ons heil desondanks ergens anders, maar ook in de lokale club klopt de politie aan om het stop te zetten. Maar als wij net binnen zijn, begint de eigenaar de deuren te barricaderen en de ramen te sluiten. Hij sluit de politie gewoon buiten! De locals binnen vinden het prachtig en feesten uitbundig door. Uiteindelijk wordt het ons iets té uitbundig en gaan we toch maar weg.
Het schema maandag komt erg overeen met dat van zondag. We staan wel iets eerder op, en ontbijten (wederom tussen de stroomstoringen door, dit keer door de heftige regen in de ochtend) bij het hotel. We ploffen nu ook niet neer bij de eerste de beste vrije strandtent, maar lopen een minuut of 10 door en zowaar is het strand rustig en schoon. We genieten van een dagje strand en zee. ´s Avonds tijdens het eten valt opeens de stroom voor langere tijd uit en moeten we bij kaarslicht eten. Het is eigenlijk wel prettig, want alle strandtentjes draaien hun eigen muziek en proberen elkaar te overtreffen in volume. Dat er op elke straathoek auto´s met luidsprekers staan helpt ook niet mee. Door de stroomstoring kunnen we elkaar tenminste verstaan en trilt het bestek niet meer mee op de beats. We eten rustig en gaan daarna naar de enige strandtent die een generator heeft aangeslingerd. Ik wordt bewonderd om mijn lengte door een Ecuadoriaans stel en we krijgen een weinig subtiel lesje biologie van een handvol meisjes en één jongen. De manier waarop hij met hun danst laat weinig aan de verbeelding over en trekt letterlijk vier rijen joelende locals aan. Op een gegeven moment gaat het ons iets té ver en gaan we door naar de DJ op het strand die nu gewoon weer mag draaien. Om een uur of half twee houden we het voorgezien. In het hotel treffen Miranda en ik echter mieren in onze kamer aan. De ontzettende aardige mensen van het hotel doen hun uiterste best om ze te verdrijven, maar hun spray stinkt zo erg dat we de ventilator van de andere kamer installeren om frisse lucht te krijgen. Als ik dan vervolgens ook nog per ongeluk de badkamerdeur in het slot laat vallen, zonder dat hij van de buitenkant open kan, is de chaos compleet. Het mannetje van het hotel probeert zelfs met een mes de deur open te krijgen, maar we moeten wachten tot de ochtend zodat een kind door het raam kan klimmen en van binnenuit de deur kan openen.
Ook de dinsdag spenderen we aan het strand, nadat ´s ochtends onze badkamer weer open is gemaakt. Canoa is ondertussen leeggestroomd en in de avond is ook op weinig plekken meer feest. Wij beperken ons ook tot een potje kaarten, omdat we de volgende dag nog een bus moeten vinden terug naar Quito. Dat blijkt de volgende dag nog een behoorlijke opgave. Hoewel ons is verteld dat er elk uur een bus komt en wij al om half acht met ons goeie gedrag klaarstaan duurt het nog twee uur voordat we een bus vinden. In Pedernales vinden we vrij vlot een bus naar Quito, al moeten we ook daar een uur op wachten. Uiteindelijk komen we pas tegen achten aan in het hostel, waar we een broodnodige pasta eten. ´s Avonds moet ik Ladies Night in de kroeg Bungalow Six meemaken, maar heel Ecuador is blut en brak van carnaval, dus erg druk is het niet. Ik ga rond een uur of één terug naar het hostel om een beetje bij te slapen, Redmar en Lisa maken het iets later.
Vandaag (Donderdag) staan we op tijd op om de tickets voor de Galapagos te halen en naar Mindo te gaan, maar het loopt allemaal net iets anders. De tickets laten nog steeds op zich wachten en Redmar en ik regelen dus onze jungle-trip alvast. Als het goed is liggen onze tickets rond half twee klaar en kunnen we dan eindelijk naar Mindo. Daar willen we in het nevelwoud vooral vogels zien en van de natuur genieten. Vanaf zondag zullen we dat gaan doen op de Galapagos.
Groetjes,
Redmar en Jelger
Abonneren op:
Posts (Atom)