donderdag 10 maart 2011

Cuenca, Carnaval en ook Jelger in Ecuador!

Hola chicos!

Dit blog zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel gaat nog over het ¨pre-Jelger-tijdperk¨, oftewel een stuk waarin Jelger nog niet aangekomen is. Het tweede deel (post-Jelger) bestaat uit een verhaal van Jelgers hand, want het is na zoveel lange verhalen van mij ook wel eens leuk om weer een newbie te horen die net in Ecuador is aangekomen!

Na mijn laatste blog zijn we op zondag met werkelijk de meest relaxte bus tot nu toe vanuit Montañita naar Guayaquil gegaan. Op vrijdag hadden we de kaartjes al gekocht en dat bleek geen overbodige luxe: alle bussen naar Guayaquil waren uitverkocht, gelukkig zaten wij in de bus met airco, relaxte stoelen en een leuke, gloednieuwe film. Aangekomen in Guayaquil (de grootste stad van Ecuador en één met een nogal slechte reputatie) zo snel mogelijk een bus gepakt naar Cuenca. Tijdens de busrit kreeg ik helemaal nostalgische gevoelens van alle rijstvelden die rondom Guayaquil liggen, compleet met grote groepen reigers en ibissen. Het deed me enorm denken aan Zuid-Frankrijk, de Camargue, toch nog altijd een van mijn favoriete plekjes van de wereld. Al snel doken we de bergen in, stegen van zeeniveau binnen 1,5 uur naar ruim 3600 meter en daalden daarna weer wat af, om rond half 6 in Cuenca aan te komen. Snel een taxi gepakt naar ons hostel, waar Lisa en ik een ander ¨gringo-koppel¨ te snel afwaren en de allerlaatste tweepersoonskamer inpikten. Danku roekeloze taxi-chauffeur!

De volgende dag hebben we besteed aan het prachtige, relaxte Cuenca met zijn vele musea. Wat ten opzichte van Quito meteen al opvalt: de relaxte sfeer. Je voelt je totaal niet onveilig, de straten zijn schoon, de mensen mooi en het centrum niet al te groot en gezellig met vele koloniale gebouwen. Ook gedurende onze busritten die door buitenwijken van Cuenca kwamen, konden we weinig shabby wijken ontdekken. Cuenca is een aristocratische stad, met universiteiten, musea en vele charmante koloniale huisjes. Het heeft nog sporen van de Incas, die we konden zien bij de ruines van Tomepampa, die overigens vooral bestonden uit rijtjes stenen fundamenten. Niet bijster spectaculair, maar wel interessant, zo ook het bijbehorende museum met onder andere ¨shrunken heads¨ (gedroogde mensenhoofden ter grote van een vuist) van de Shuar, een stam uit de Amazone die op die manier afgehakte koppen van vijanden bewaarden.

Later die middag, na een tijd door de straatjes van Cuenca te hebben geslenterd, besloten we alsnog een ander museum in te duiken. Dit leek echter meer een depot dan een  museum. Werkelijk alles was uitgestald, wat betekende dat er tientallen vitrines waren met 100en, zo niet 1000en potjes en ander keramiek, 100en pijlpunten / vishaken / bijlen / figuurtjes / sieraden (doorhalen wat niet van toepassing is) en meer van dat soort. Op zich best interessant, maar nu erg onoverzichtelijk, helemaal gezien de summiere informatie. Om dit af te leren ben ik daarna naar de kapper gegaan om mijn coupe weer wat te korten. De kapster begreep helaas niet dat ¨dos y media centimetros¨ de lengte van mijn haar moest zijn, want het is er helemaal afgegaan. Met verse, gemillimeterde militairencoupe, die wel weer even moest wennen, ga ik nu als een soort hooligan door het land.

Dinsdag zijn we naar de grootste Inka-ruines van Ecuador gegaan, aangezien dat best dichtbij was (2 uur met de bus heen, 2 uur met de bus terug, dat noem je in Nederland ver weg!). De ruines waren niet bijster spectaculair, maar wel leuk om gezien te hebben en de omgeving maakte wederom nostalgische gevoelens los, door de vele weilanden met vaak zwart-witte koeien. Bij de ruines was het erg rustig, het is te hopen dat in het hoogseizoen daar wat meer toeristen rondscharrelen, anders kan het misschien ook wel met de eer strijken van minst bezochte Inka-ruine.

Woensdag besloten we een rustdag te houden en niet naar het paramo (hoog grasland) park Cajas te gaan, gezien we beide met nogal wat kwaaltjes te kampen hadden. Lees buikpijn, dunne ontlasting, verstuikte enkel en verkoudheid. Dit bleek een goede zet te zijn en we hebben die dag besteed door wat door Cuenca te slenteren, nog een museum te bezoeken en vast ons voor te bereiden op de volgende trip, want vrijdag moesten we weer in Quito zijn om Jelger op te halen.

Donderdag hebben we de bus gepakt naar Riobamba, 6 uur ten noorden van Cuenca omdat we geen zin hadden om meteen 10 of 12 uur in de bus te moeten zitten. Na een busrit die slingerde, klom en daalde door de Andes (waar je hier erg veel indigenas, ¨indianen¨) ziet kwamen we in Riobamba aan. De stad zelf is niet bijzonder lelijk, maar ook niet bijzonder mooi maar de omgeving maakt veel goed. De stad ligt in de schaduw van 3 vulkanen, waaronder Ecuadors hoogste berg/vulkaan Chimborazo en de actieve vulkaan Tungurahua. Vanuit de stad had je werkelijk prachtig uitzicht op de vulkanen, het blijft toch een machtig gezicht. In Riobamba overigens een van de lekkerste koffies van de reis gehad. In een land waar koffie vooral synoniem staat voor Néscafé oploskoffie (of een nog viezere goedkopere variant) omarm je alle vers gemalen filterkoffie met liefde (overigens heeft Riobamba ook de eer de allersmerigste koffie te serveren, bij het ontbijt van vrijdag).

Vrijdag de grote dag, want Jelger zou om ongeveer half 11 lokale tijd aankomen. Na een fout van mij waren we in eerste instantie totaal verkeerd uitgekomen, bij het andere busstation van Riobamba maar om 10 uur zaten we in de bus naar Quito. Nu duurt de rit Riobamba - Quito normaal gesproken 4 uur, maar onze chauffeur was on speed en binnen 3 uur stonden we op het busterminal van Quito-Zuid. Hier meteen kaartjes gekocht voor de bus naar Pedernales (vanwaar we naar Canoa wilden), aangezien de bussen met carnaval nogal chaotisch schijnen te zijn, maar zelfs een dag voor het echt begon was het al gekkenhuis op de terminal. Gelukkig was Pedernales niet populair en konden we ons snel weer bij onze vrienden in Quito voegen. Er viel veel bij te praten, te lachen en je zat meteen weer in de chaos van de grote stad. Om half 11 pakte ik een taxi naar het vliegveld, waar ik Jelger al snel aan zag komen (hij torent hier boven 99 procent van de mensen uit). Ik geef ook het stokje over en vanaf nu een verslag van Jelger!

Gracias, Hermano.

Zoals Redmar eerder schreef, rond 11 uur in Quito aangekomen, na 25 uur reizen. Mijn vrijdag begon al om 5.15 om richting Schiphol te gaan, wat je al niet moet doen om kwart over 11 te kunnen vliegen. Nadat Heit en ik op Schiphol nog even wat hadden gedronken met Silvia en Annelies, de security door en wachten op de vlucht. Uiteindelijk bijna 45 minuten later vertrokken om vrij onduidelijke redenen, maar dat mocht niet baten. Tijdens de vlucht heb ik goed gebruik gemaakt van het filmaanbod van de KLM. Oscar-winnaars The King´s Speech en Black Swan, Harry Potter 7 en Tangled gezien en tussendoor ook nog een aflevering van een handvol comedy-series. Zowaar had ik tussendoor ook nog tijd om een uurtje met het Nederlandse stel naast mij te praten, die richting Guatamala gingen, maar duidelijk niet vaak hadden gevlogen. Ik vond het niet zo erg om me met films af te sluiten van het bijna panische geraskaal van de vrouw.

Rond half vijf lokale tijd in Panama aangekomen, waar vier uur wachten een ware hel werd. Ik dacht wel een winkeltje met kranten, tijdschriften of zelfs maar iets van papier te vinden, maar dat was ijdele hoop. Na vier erg lange uren eindelijk in het vliegtuig richting Quito gestapt, waar ik naast een wat ouder Amerikaans stel zat. Zo conservatief als de pest, maar de man had wel mooie verhalen uit Idaho, dus de vlucht van twee uur kwamen we wel door. In Quito opgepikt door Redmar, die ik dan weer snel zag door zijn korte blonde haartjes en naar het hostel gegaan voor eindelijk wat slaap.

Zaterdag begon, helaas, wederom vroeg. Lisa, die al langer met Redmar mee reist en ook mee naar de kust ging, Redmar en ik zitten rond een uur of 8 alweer in de taxi om naar de busterminal te gaan in Quito. Onderweg pikken we Miranda, die haar scriptie hier schrijft, op en iets voor negen staan we op een moderne, maar bomvolle busterminal. Redmar, Lisa en ik zijn al voorzien van kaartjes, maar Miranda hoopte die nog te kunnen regelen. Dat blijkt in eerste instantie ijdele hoop, het station is werkelijk overvol. Maar met een beetje Noord-Hollandse bluf komt ze uiteindelijk toch in de bus en rijden we richting de kust. Het eerste stuk, van vijf uur naar Pedernales, is erg bochtig en ik voel nu pas de hoogte en vermoeidheid toeslaan. De rijstijl van de Ecuadoriaanse chauffeurs en de verschrikkelijke uitlaatgassengeur rondom Quito helpen ook niet mee, en ik voel me het eerste stuk beroerd. Na een uur of twee rijden wordt het echter vlakker en nemen de bochten af, waardoor ik ook langzaam maar zeker wat bij kom.

We stappen over in de bus naar Canoa, waar we carnaval gaan vieren, wat nog eens twee uur in de bus betekend. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden en als we eindelijk aankomen zijn we maar wat blij om iets geschiktere kleding aan te doen. Omdat het al wat later op de dag is gaan we nog niet écht het strand op, maar blijft het bij een drankje bij een strandtent. Na het eten begint de stroom met enige regelmaat voor kortere periodes uit te vallen, waardoor we in het hotel ook niet mogen douchen. Ik vind het niet zo erg, want het bed ligt erg lekker en we powernappen tot ongeveer half elf. Als de stroom het weer doet, bereiden we ons voor om het feest in te gaan. Ik ben zo naïef om te denken dat ik niet Off (de lokale deet) hoef te smeren op mijn voeten omdat ik schoenen draag, maar daar betaal ik de volgende dag de rekening voor. Mijn voeten zitten onder de rode bultjes van waarschijnlijk zandvlooien. Het ziet er nogal vervelend uit, maar behalve wat jeuk is het niets.

We slapen op zondag uit tot een uur of twaalf, al worden Miranda en ik wel vroeg wakker van het lawaai in de keuken, waar wij boven slapen. Ze beginnen om half acht al met het bakken van vlees, vis en eieren, want de Ecuadoriaan houdt blijkbaar wel van een stevig ontbijt. Wij moeten ons best doen om überhaupt ergens een normaal ontbijt te vinden en als het na vier pogingen eindelijk lukt is het al half twee. Na het ontbijt bellen Redmar en ik met onze jarige vader en Lisa en Miranda gaan alvast naar het strand. Als wij later aansluiten blijkt Canoa bijzonder populair tijdens carnaval, het strand ziet zwart van de mensen. De zee en het strand hebben er onder te lijden, overal ligt plastic en ander vuil en ook in de zee drijft hier en daar wel wat. Het voelt niet echt prettig, maar het water is wel zo verkoelend dat je er toch in gaat. We houden het vol tot zonsondergang, waarna we ons voorbereiden op de échte start van het carnaval. We eten samen met Mette en Inge die hier met een groep Ecuadorianen in de buurt zitten. Als we rond half elf het strand oplopen waar de DJ de dag ervoor nog tot in de late uurtjes het feest in stand hield, valt het op dat de muziek af en toe wegvalt. Een mannetje op het podium brabbelt wat in het Spaans en Redmar weet de naam van de president te ontdekken. Het lijkt erop dat hij niet wil dat het feest langer doorgaat, maar de Ecuadorianen hebben daar geen boodschap aan. Tot onze hilariteit wordt er gewoon één van de vele kleine auto´s met veel te grote luidsprekers het strand opgereden en wordt rondom de auto het feest voortgezet. Wij zoeken ons heil desondanks ergens anders, maar ook in de lokale club klopt de politie aan om het stop te zetten. Maar als wij net binnen zijn, begint de eigenaar de deuren te barricaderen en de ramen te sluiten. Hij sluit de politie gewoon buiten! De locals binnen vinden het prachtig en feesten uitbundig door. Uiteindelijk wordt het ons iets té uitbundig en gaan we toch maar weg.

Het schema maandag komt erg overeen met dat van zondag. We staan wel iets eerder op, en ontbijten (wederom tussen de stroomstoringen door, dit keer door de heftige regen in de ochtend) bij het hotel. We ploffen nu ook niet neer bij de eerste de beste vrije strandtent, maar lopen een minuut of 10 door en zowaar is het strand rustig en schoon. We genieten van een dagje strand en zee. ´s Avonds tijdens het eten valt opeens de stroom voor langere tijd uit en moeten we bij kaarslicht eten. Het is eigenlijk wel prettig, want alle strandtentjes draaien hun eigen muziek en proberen elkaar te overtreffen in volume. Dat er op elke straathoek auto´s met luidsprekers staan helpt ook niet mee. Door de stroomstoring kunnen we elkaar tenminste verstaan en trilt het bestek niet meer mee op de beats. We eten rustig en gaan daarna naar de enige strandtent die een generator heeft aangeslingerd. Ik wordt bewonderd om mijn lengte door een Ecuadoriaans stel en we krijgen een weinig subtiel lesje biologie van een handvol meisjes en één jongen. De manier waarop hij met hun danst laat weinig aan de verbeelding over en trekt letterlijk vier rijen joelende locals aan. Op een gegeven moment gaat het ons iets té ver en gaan we door naar de DJ op het strand die nu gewoon weer mag draaien. Om een uur of half twee houden we het voorgezien. In het hotel treffen Miranda en ik echter mieren in onze kamer aan. De ontzettende aardige mensen van het hotel doen hun uiterste best om ze te verdrijven, maar hun spray stinkt zo erg dat we de ventilator van de andere kamer installeren om frisse lucht te krijgen. Als ik dan vervolgens ook nog per ongeluk de badkamerdeur in het slot laat vallen, zonder dat hij van de buitenkant open kan, is de chaos compleet. Het mannetje van het hotel probeert zelfs met een mes de deur open te krijgen, maar we moeten wachten tot de ochtend zodat een kind door het raam kan klimmen en van binnenuit de deur kan openen.

Ook de dinsdag spenderen we aan het strand, nadat ´s ochtends onze badkamer weer open is gemaakt. Canoa is ondertussen leeggestroomd en in de avond is ook op weinig plekken meer feest. Wij beperken ons ook tot een potje kaarten, omdat we de volgende dag nog een bus moeten vinden terug naar Quito. Dat blijkt de volgende dag nog een behoorlijke opgave. Hoewel ons is verteld dat er elk uur een bus komt en wij al om half acht met ons goeie gedrag klaarstaan duurt het nog twee uur voordat we een bus vinden. In Pedernales vinden we vrij vlot een bus naar Quito, al moeten we ook daar een uur op wachten. Uiteindelijk komen we pas tegen achten aan in het hostel, waar we een broodnodige pasta eten. ´s Avonds moet ik Ladies Night in de kroeg Bungalow Six meemaken, maar heel Ecuador is blut en brak van carnaval, dus erg druk is het niet. Ik ga rond een uur of één terug naar het hostel om een beetje bij te slapen, Redmar en Lisa maken het iets later.

Vandaag (Donderdag) staan we op tijd op om de tickets voor de Galapagos te halen en naar Mindo te gaan, maar het loopt allemaal net iets anders. De tickets laten nog steeds op zich wachten en Redmar en ik regelen dus onze jungle-trip alvast. Als het goed is liggen onze tickets rond half twee klaar en kunnen we dan eindelijk naar Mindo. Daar willen we in het nevelwoud vooral vogels zien en van de natuur genieten. Vanaf zondag zullen we dat gaan doen op de Galapagos.

Groetjes,

Redmar en Jelger

2 opmerkingen:

  1. We zijn weer aardig op de hoogte. Vier kantjes heb ik uitgedraaid voor de vaste abonnementhouders (oma en oom Frans). Altijd leuk om te lezen wat jullie meemaken. Jelger had meteen de vuurdoop wat Zuid-Amerikaans feesten betreft. Af en toe bijkomen aan het strand was niet verkeerd.
    Jammer dat er geen beelden bij zitten van je nieuwe kapsel Redmar of wacht je tot het weer wat aangegroeid is?
    Nu echt even de dierenwereld in, denk aan Darwin, geniet ervan. Dit zie je allemaal niet zo snel weer.
    liefs,
    heit en mama

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Leuk hoor, een verhaal van de gebroeders Woudstra. Klinkt allemaal erg goed en mooi. Ik word er jaloers van :) Carnaval is hier toch maar een dood iets, hoewel ik mooie maskers met m'n klas heb gemaakt..;)
    Geniet er van met z'n 2-tjes en maak nog meer jaloersmakende verhalen :)
    xJeldau

    BeantwoordenVerwijderen