zondag 17 april 2011

Foto´s Peru

Weinig, want het is hier te traag om veel te uploaden, maar een impressie van Peru!

https://picasaweb.google.com/106497553492877973071/Peru?authkey=Gv1sRgCMS56qyduuHHYA#

Groepsreizen: slapen in de bus, woestijn, op hoogte én in hotels!

Hallo allemaal!

Vanuit een zonnig Arequipa mijn allerlaatste blog vanaf locatie. Nog maar 2,5 week en ik ga geen tijd meer vrijmaken om jullie met verhalen te vermaken: disculpa! Het is pas een week geleden dat ik een laatste blog plaatste, maar dat lijkt echt eeuwen geleden. Met het groepsreizen is het tempo opgevoerd, doe ik op 1 dag veel meer dingen en lijkt één dag wel een week te duren, zoveel indrukken doe ik op. Een korte bloemlezing van de week.

Allereerst begon het zondag erg vroeg met de briefing van de rondreis van Oasis. Dat het een Britse organisatie is, merkte je niet meteen. De groep bestaat uit een oudere Noor (nogal een karakteristiek figuur, beetje de sukkel van de groep zullen we maar zeggen), twee Deenses van eind twintig, een Oostenrijkse van 24, een Brit van 22, een Britse moeder en dochter en dus twee Hollanders, Lisa en ik. Reisgids is Jesus, uit Arequipa, die tot nu toe erg goed bevalt. Na de briefing (iedereen blijkt een andere tour te hebben, sommigen gaan door tot Puna of La Paz) blijkt dat ik de klassieke Inca-trail loop met de Brit Chris en Deensen Maiken en Louise. Zij gaan daarna ook mee naar de Peruaanse Amazone. Jesus neemt ons daarna mee voor een rondwandeling door het oude centrum van Lima, verder doen Lisa en ik niet zoveel. Gelukkig hebben we nog wel een mooi verhaal, want we worden vakkundig opgelicht. Dat dat nog gebeurt na 3 maanden in Zuid-Amerika.

We besluiten te gaan eten bij een pizzeria vlakbij het Plaza de Armas. We betalen met een briefje van 50 sol en lopen weg. Nu wordt elk briefje vakkundig gecheckt (in Peru zijn nogal wat valse soles en dollars in omloop), maar dit briefje was vers uit de geldautomaat, dus ongetwijfeld niet vals. We worden teruggeroepen door de kerel van het restaurant met het bericht dat het een vals briefje is en dat hij een ander wil. Ik weet meteen dat we in een klassieke truc zijn gestonken: de ¨beste¨ man heeft het briefje omgewisseld met een valse en wij staan voor een voldongen feit. We kunnen niet bewijzen dat het ons briefje niet is, dus besluiten eieren voor ons geld te kiezen en dan maar 50 sol (12,50 euro) te verliezen. Hevig chagrijnig dat dit ons gebeurd was, terwijl ik wist dat e dit kon verwachten, en met een onbehagelijk gevoel gaan we weer terug naar het hotel en besluiten maar binnen te blijven. Waar toeristen zijn, probeert iedereen van je te profiteren en daar wordt ik nu na 3,5 maand wel eens moe van.

De volgende morgen zijn we nog vrij en gaan we naar het Monasterio San Fransisco, waar we een rondleiding hebben door de verschillende zalen en catacomben. Met name de bibliotheek lijkt zo weggehaald te zijn uit Harry Potter: eeuwenoude boeken, rollen, vol stof en een overheersende lucht van oude boeken. Verder is het historisch centrum van Lima is niet heel erg bijzonder, dus gaan we niet veel verder meer doen. Om 1 uur pakken we de bus (gewoon, openbaar vervoer, het is immers een budget-reis) richting Paracas, waar we om een uur of half 6 zijn. Een werkelijk treurig plaatsje, bestaand uit hotels, restaurants en enorm stinkende visfabrieken. Hier gaan we naar een visrestaurant om te eten. Ik besluit de Peruaanse ceviche (rauwe vis in limoensaus) aan mij voorbij te laten gaan (ik kan proeven van reisgenoten en heb geen spijt). ´s Avonds is iedereen moe, dus snel naar bed want de volgende dag gaat de wekker al om 6 uur!

Vandaag een hele volle dag, met liefst 3 verschillende activiteiten. We beginnen met een vaartocht rond de Islas Ballestas, ook wel de ¨Poor mens Galapagos¨ genoemd en de enige reden dat je naar Paracas zou willen gaan. In een bootje vol toeristen varen we in 2 uur rond de eilanden met zeeleeuwen, pinguins en 1000en (wat zeg ik, 10.000en) Jan-van-Genten en aalscholvers. Iets te kort naar mijn smaak, maar wel vermakelijk. Daarna gaan we naar een pisco-proeverij. Pisco is de nationale drank, een soort cognac en gemaakt van druiven. Na een inspiratieloze rondleiding gaan we pisco proeven, het leukste gedeelte. Gezien de verzengende hitte en het niet misselijke alcoholpercentage (38%) knalt dat er aardig snel in. Misschien moet ik ook minder de drankgewoonte van de Zuid-Amerikanen overnemen. arriba, abajo, al centro, al dentro! (hand naar boven, naar beneden, naar het midden, naar binnen!)

We komen rond het middaguur aan in Huacachina, gringo-hoofdstad van Peru. Huacachina is een natuurlijke oase, iets ten westen van Ica, midden tussen de metershoge zandduinen (ook hier krijg ik weer enorme Namibië-flashbacks). Het bestaat volledig uit wat restuarants, hostels en meer van dat soort. Na de lunch hier gaan we met z´n allen in een grote sandbuggy, waarmee we door de zandduinen gaan crossen. Heel erg gaaf, net of je in een constante achtbaan zit. De chauffeur duikt af en toe bijna verticale duinen af en met name de Deenses gillen dat het een lieve lust is. Bij 4 duinen stoppen we om met een sandboard de duinen af te duiken. Niet zoals snowboarden, maar op je buik en het gaat retesnel. Ik duik enkele keren iets te snel de duinen af en dat levert mij aardige blauwe plekken en pijnlijke ribben op. Ik kwak een paar keer zo hard op mijn bord, dat alle lucht uit me geslagen wordt en ik houdt daar nog dagen last van. Dessalniettemin, bijzonder gaaf om te doen!

Na een mooie zonsondergang in de duinen komen we aan bij onze slaapplaats voor vannacht. Er is inmiddels een vuurtje gemaakt, het eten staat al klaar en de muziek schalt uit de boxen: we slapen vanavond midden in de woestijn, onder de sterrenhemel! Na een heerlijke barbeque en de nodige ¨Piscola¨(Pisco met cola), een salsa-les van Jesus, een vleugje lokale muziek van de gidsen, rollen van de duinen en in mijn geval keihard op mijn gezicht vallen, wikkelen we ons in de slaapzakken en vallen op het harde zand in slaap. Helaas slaap ik nauwelijks, maar de ervaring is wel erg gaaf.

Gewekt door de zon en nog stijf van het harde zand, gaan we vroeg weer naar Huacachina voor het ontbijt. Snel een douche nemen, om te proberen het zand uit haar, neus, oor en andere lichaamsdelen te wassen. We moeten om half 9 de bus naar Nazca, zo´n 2,5 uur zuidelijk, pakken en na een redelijk saaie busrit (veel meer dan gecultiveerde landbouwgrond en dorre woestenij is het hier niet) komen we in Nazca aan, waar we niet slapen maar wel een hotel tot onze beschikking hebben. Nazca is vooral beroemd vanwege misterieuze lijnen die her en der verspreid door de rotswoestijn liggen en dé manier om ze te zien is een vlucht. Dat is echter verschrikkelijk duur (alles bij elkaar meer dan 100 euro voor een half uurtje) en ik ga dat niet doen. Met de rest van de groep gaan we naar een uitzichtpunt, waar we 3 verschillende figuren (¨Hagedis¨, ¨Handen¨ en ¨Boom¨) goed kunnen zien. De verzengende hitte in Nazca vraagt om een duik in het zwembad van het hotel, wat we bij terugkomst ook doen. In de namiddag bezoeken we Chauchilla Cemetery, een enorme begraafplaats met tientallen mummies. Zoals gezegd, geen hotelovernachting, want we pakken de nachtbus naar Arequipa. Die is behoorlijk luxe en slapen gaat redelijk. Ik ben moe, maar niet kapot als we om 7 uur in Arequipa, Jesus´ hometown aankomen. Snel naar het hotel voor het ontbijt!

In Arequipa zitten we in een enorm hotelcomplex, La Casa de mi Abuela (het huis van mijn oma), met zwembad, ontbijtbuffet en flinke tuin. We mogen na het ontbijt even bijkomen, voordat we een rondleiding van Jesus door de stad krijgen. Arequipa is een erg charmante en fraaie stad, met fraaie koloniale gebouwen. We proeven het lokale ijsje (Queso Helado) en gaan daarna naar de lokale markt. Altijd leuk om de enorme variëteit aan fruit, kleding, vlees en andere dingen te zien. Jesus laat ons wat verschillende vruchten proeven, die soms ook nog lekker zijn! Na de rondleiding gaan we vooral uitrusten, ´s avonds eten we in een restaurant met ¨comida tipica¨, lokale gerechten. Veel gaan de cuy (cavia) proberen, ik houdt het bij de gevulde hete pepers. Met mijn grote bek zeg ik dat die wel extra scherp mogen, de toeristensmaak is vast te flauw. Nou, ik zal het weten. Al na 1 hap is al mijn smaak uit mijn mond verdwenen en ik eet nauwelijks meer, zo heet is het. De Inca Kola kan dat helaas niet blussen!

Inmiddels is het vrijdag en we staan vroeg op om naar Colca Canyon, de op 1 na diepste canyon ter wereld te gaan. Onze groep wordt aangevuld met een ouder Frans stel. De rit gaat eerst door het nationale park Salinas y Aguada Blanca, waar we de wilde Vicuñas (kleinere lamas) van heel dichtbij zien en een fraai overzicht krijgen van de hoge pampas van de Andes hier, de altiplano. We passeren 4900 meter, omringd door besneeuwde vulkaantoppen en dalen dan af in de Colca-vallei, tot een hoogte van 3600 meter waar we in ons prachtige hotel installeren. Het hotel is gebouwd in een soort traditionele stijl, met een prachtig uitzicht op de vallei. We storten ons op het lunchbuffet, wat uitstekend is en mogelijkheid geeft tot het proeven van alpaca (heerlijk!), quinua (graansoort) en meer. In de namiddag maken we een wandeling, maar de Franse dame is zo ongelovelijk traag en slecht ter been, dat de wandeling veel langer duurt dan gepland. Na de wandeling gaan we naar de termale baden, waar we heerlijk relaxen in kokend heeft water. ´s Avonds hebben we weer een ontbijtbuffet, maar de groep dunt sterk uit. De een na de ander heeft hevig last van de hoogte, Lisa en ik daarentegen niet. Dan merk je dat je toch wat meer geaclimatiseerd bent. Er moet soms zelfs zuurstof aan te pas komen!

Zaterdags gaat de wekker heel erg vroeg, want om half 6 staat het ontbijt al klaar. We vertrekken in het prille licht richting de grootste attractie van de canyon, Cruz del Condor. We lopen eerst een stukje langs het ravijn en al na 5 minuten ontdek ik de eerste condor beneden in het ravijn. We lopen rustig door en krijgen later een prachtige show van enkele condors die op enkele meters boven de aanwezige toeristen vliegen. En toeristisch is het, we staan met zeker 250 a 500 mensen naar de vogels te gluren. Grappig dat ook de niet vogelliefhebbers gefascineerd staan te klikken. Na de show rijden we langzaam terug naar onze lunchplaats, waarna we weer terugrijden naar Arequipa. Via enkele stops, waaronder op 4900 meter hoogte, zijn we weer in Arequipa, waar we opgewacht worden door Jesus met de magische woorden: ¨Ik heb niet zulk goed nieuws voor de Inca Trail¨. Gelukkig blijkt het nieuws mee te vallen (geen mudslides, aardbevingen of afgelastingen): we moeten een nacht langer in Aguas Calientes blijven, omdat er geen treintickets terug zijn. Dat is geen probleem, ik zag het al in duigen vallen! ´s Avonds proeven we wat van het nachtleven van Arequipa, maar om 12 uur gaat bij mij het lichtje uit en gaan we weer terug. De lange dag heeft zich gewroken!

Vandaag zijn we ´s ochtends hier in Arequipa naar het doolhof van het Monasterio Santa Catalina geweest, een prachtig klooster. Vanavond gaan we met de nachtbus naar Cuzco en dinsdag ga ik aan de Incatrail beginnen. Vrijdag ga ik dan de magie van Machu Pichu bewonderen. Maandags vertrek ik naar de Peruaanse Amazone, donderdag ben ik terug in Lima om met een vogelgids nog 2 dagen in de Andes door te brengen. Inmiddels is het dan zaterdag, 30 april, Koniginnedag en vlieg ik de volgende dag al terug. Gelukkig heb ik gehoord dat mijn teamgenoten het kampioenschap 7 mei kunnen gaan vieren, dus ik zal daar bij kunnen zijn. Na ruin 3 maanden begint Nederland wel weer te trekken.

Volgende bericht is vanuit Nederland of Houston, ik hoop nog wat foto´s te kunnen uploaden!

chau!

zondag 10 april 2011

Lange busreizen, ruines en Peru!

Hallo allemaal!

Ik liet jullie achter vorige week bij mijn laatste middag in Quito. Erg nuttig heb ik me toen niet kunnen maken en geestelijk was ik al begonnen met de uittocht: nachtbus naar Guayaquil, dagbus naar Lima daarvandaan etc.etc. Terug in het hostel kwam ik onze Australische kamergenoot Caleb tegen, die tegelijk met mij de nachtbus ging nemen naar Guayaquil. Lekker makkelijk, bovendien ook gezelliger om samen zoveel uur in de bus door te brengen. Na de nodige biertjes in het hostel (daar slaap je goed op in de nachtbus, hoopte ik), vertrokken we naar de busterminal waar onze bus om kwart over 11 vertrok. De busrit naar Guayaquil zou ongeveer 8 uur moeten duren, maar al om 6 uur ´s ochtends waren we er. Je kan ook nooit aan van Ecuadoriaanse tijden: zeggen ze kort, is het lang, zeggen ze lang, is het kort. Erg onvoordelig, ik had maar 1 uurtje geslapen en er waren nog 5,5 uur te doden voordat mijn bus naar Lima zou vertrekken.

Om de dag goed te beginnen, besloten Caleb en ik bij een grote bekende hamburgerketen (ons wel bekend in NL) te gaan ontbijten. Hoewel een beetje ongewoon (Caleb was er duidelijk meer aan gewend, ook gezien zijn meer dan indrukwekkende fysiek), smaakte het prima. Als je bedenkt dat Ecuadorianen het liefst ontbijten met rijst, aardappelen, platanos en kip of vis, dan is dit ook nog best te doen. Na het voedzame maal hebben we geprobeerd een ticket te vinden voor Caleb, die naar de noord-Peruaanse badplaats Mancora wilde. Uiteindelijk kon hij met met mijn bus mee, dus dat betekende in ieder geval nog tot vroeg in de avond reisgezelschap en dat was goed te gebruiken, als je bedenkt dat ik zeker 29 uur in de bus zou moeten zitten.

Om half 12 vertrok de bus, die aanzienlijk comfortabeler was dan de bussen die ik in Ecuador gewend was, richting het zuiden. Omdat ik er vroeg bij was, had ik een plaatsje met royale beenruimte en tijdens de reis waren drie maaltijden inbegrepen (die overigens bestonden uit, jawel, rijst met kip!). Met een echte stewardess, die heel timide vroeg of alles wel goed was, en redelijk nieuwe films wist ik me aardig te vermaken. Daarnaast bleek de stoel praktisch horizontaal te kunnen, wat er voor zorgde dat ik van 10 tot 6 eigenlijk nonstop kon slapen. Rond 5 uur waren we na een flinke file bij de grens aangekomen, waar de grensformaliteiten bij mij snel gingen, maar de bus lang moest wachten vanwege een groep Colombianen in de bus, die iets heviger gecheckt worden. Peru binnenkomen ging zo mogelijk nog eenvoudiger. Iets van het land zien bleef helaas onmogelijk tot de volgende morgen, omdat het al donker was. Toen ik rond 6en weer wakker was (Caleb was inmiddels vertrokken), zag ik vooral heel veel zand. De kust van Peru is erg droog en deed me erg denken aan Namibië: aan de ene kant zee, dan strand, dan zand en landinwaarts kale, rotsige woestijnbergen. Niet bijzonder inspirerend en de reis moest nog zeker 650 kilometer zuidelijk doorgaan (even voor het idee, de afstand Guayaquil - Lima is zeker 1750 km, net zoiets als Barcelona naar Kopenhagen!). Uiteindelijk kwam ik om 4 uur in Lima aan en was ik om half 5 in het hostel, waar Lisa al een reservering had gemaakt en mij hier weer van reisgezelschap kon voorzien.

De eerste dag vooral rustig aangedaan, want ik had nog wel wat in te halen van zo weinig slaap en 2,5 dag nonstop-reizen. We zaten in de hippe en luxe wijk Miraflores, waar het vooral opvalt dat richting de zee vrijwel altijd mist boven de zee en de boulevard hangt. Loop je weer wat verder van de zee af, schijnt de zon weer en is het weer lekker warm. We besloten de volgende dag weer naar het noorden te gaan, om de ruines rondom Trujillo, de 5e stad van Peru te gaan bezoeken.

´s Ochtendsvroeg de bus gepakt, lekker comfortabel en helemaal voorin tegen de panoramaruit. De extra beenruimte was geen overbodige luxe, want de busrit duurde uiteindelijk ruim 9 uur. Aangekomen in Trujillo, besloten we te verblijven in het kustplaatsje Huanchaco, wat naast Trujillo ligt. Hier waren betere en goedkopere hotels. Ook nu weer weinig gedaan, want na zo´n lange busreis waren we wel toe aan vroeg slapen.

Rondom Trujillo stikt het van de ruïnes, met name uit de pre-Incatijd (voor 1500) en op de eerste dag (als je het kwijt bent geraakt, donderdag 7 april) besloten we naar Chan Chan te gaan. Chan Chan was een stad van ongeveer 60.000 inwoners van de Chimu, een vissersvolk dat bekent stond om zijn goede architecten (geruchten gaan dat toen de Inca de Chimu versloegen, zij slaven hebben meegenomen die Machu Pichu hebben gebouwd). Van de ruïnes is weinig meer over dan lemen fundamenten, maar er is veel hersteld en dat ziet er niet altijd heel slecht uit. We hadden een gids, Eduardo, die uitgebreid overal de tijd voor nam, zeer interessante verhalen vertelde bij ruïnes, tekeningen en meer en bovendien heel langzaam en duidelijk Spaans sprak, zodat we weer even goed konden oefenen. Na de rondleiding wilden we een duik nemen in de zee, die door de koude golfstroom enorm koud is en na een uur of 3 stopt de zon met schijnen, al met al niet zo aantrekkelijk als het leek en hier zagen we dan ook vanaf. ´s Avonds aten we in een vegetarisch restaurant van een Nederlander (je vind ze ook overal!), maar s middags had Peru bewezen toch buiten Lima veel goedkoper te zijn dan Ecuador. Voor een lowsy 3 sol (0,75 cent) hadden we een enorm broodje omelet (¨hamburguesa vegetariana¨) met een drankje, het heerlijke plastieke Inca Kola. Kom er maar eens om!

Inmiddels was het alweer vrijdag en wilden we nog naar een andere ruine gaan in de buurt van Trujillo. Iets verder weg, maar een dure taxi nemen wilden we niet, dus besloten we met het lokale openbaar vervoer te gaan. Dat bestaat uit minibusjes van Aziatische huize, die volledig volgepropt zijn met bankjes en spullen. Dit resulteerde in een directe verbinding met de ruines, maar wel met 19 mensen samengepropt met zakken kip, rijst en ander gebeuren in een te klein busje. Kost ook niks, dat moet je er voor over hebben.

De volgende ruines (Huaca de la Luna) hebben een gloednieuw museum en dat was te zien. Prachtig, overzichtelijk en erg informatief. De ruïnes hier zijn nog ouder dan Chan Chan (rond 700 na Christus) en zijn relatief vrij gebleven van grafrovers. Doordat de Moche de tempels laag over laag bouwden, is het grootste gedeelte van de schilderingen met kleur nog intact gebleven. Dat levert prachtige, kleurrijke wanden op en ondanks de vele opgravingen die nog bezig zijn, kun je meteen al merken dat van de culturele historie in Peru meer bewaard gebleven is dan in Ecuador. Zelfs deze onbekende ruines doen Ingapirca, Ecuadors trots, er bij verbleken. Voor de nachtbus nog een stevige maaltijd (pasta, brood met kruidenboter en drankje voor 10 sol!) genomen en om 11 uur vertrokken we weer met de nachtbus richting Lima. Vanwede de komende verkiezingen zondag zat deze volledig volgepakt en met onze plaatsen achterin waren we niet bepaald goedbedeeld. Weinig geslapen (maar wel slapende benen en andere ledematen), warm en enorm veel lawaai van de motor. Gelukkig waren we om een christelijke tijd in Lima (half 9) en konden we vanaf daar rustig richting hostel, waar een verfrissende douche wachtte.

Om de dag toch nuttig te besteden besloten we ook gister naar ruïnes te gaan, nu midden in de wijk Miraflores, van de Lima-cultuur. Niet bijzonder, maar met gids was het leuk om over de Huaca Pucllana te wandelen. De nachtbus had me alleen een hevige migraine-aanval gegeven, waardoor de middag voornamelijk slapend is doorgebracht en na het eten snel het bed weer is opgezocht. Nu zitten we te wachten tot onze tour met Oasis Overland, die zo gaat beginnen met een briefing. Nog maar 3 weken en het zit er al weer op!

Chau!

zaterdag 2 april 2011

Exit Ecuador!

Het is gek, maar na bijna 3 maanden ga ik echt Ecuador verlaten. Vanochtend heb ik Jelger op het vliegtuig naar Amsterdam gezet en ben ik zelf, om de cirkel rond te maken, even naar Jardín Botanico geweest. Op mijn allereerste dag hier, ging ik daar ook heen en nu, op mijn laatste dag Quito, weer. Omdat ik nogal wat tijd heb te doden hier in Quito (en er eigenlijk weinig te doen is: al mijn vrienden hier zijn of al vertrokken of een weekendje weg), zal het een uitgebreid en vast een lang verhaal worden. Je bent gewaarschuwd....

Laat ik eerst beginnen met een verslag van de laatste week van Jelger en mij in Ecuador. Jelger was gebleven bij zondag, toen we besloten hadden de volgende dag Baños te verlaten. Zo geschiedde ook, maar helaas verliep de dag iets anders dan we hadden gedacht. We willen om 7:15 uur de directe (zo wordt ons verteld) bus vanuit Baños naar Cuenca nemen. We hopen dan nog via de Inca-ruines van Ingapirca te kunnen gaan. Helaas bleek het werkwoord ¨mentir¨(liegen) weer eens een Ecuadoriaans cultureel fenomeen te zijn. Dit was dus geen directe bus naar Cuenca, dit was niet een bus via de snellere route direct naar Riobamba maar via Ambato en hij was nog te laat ook. Hierdoor misten we in Riobamba onze ¨aansluiting¨, waardoor we pas om 11 uur uit Riobamba konden vertrekken. Even voor het idee: als het was geweest zoals ons verteld was, waren we al om kwart over 8 in Riobamba. Goed, onder het mom van cultuurverschillen zakten we achterover en besloten Ingapirca maar uit ons hoofd te zetten. Gelukkig maar, want de bus was verschrikkelijk traag en pas na 5en kwamen we in Cuenca aan. Gelukkig kan ik al eenvoudig reserveringen per telefoon maken in het Spaans, dus hoefden we ons over het hostel geen zorgen over te maken. In het hostel aangekomen bleken we aardig gaar, dus niet veel meer gedaan, in het hostel gegeten en vroeg naar bed.

Om toch maar eens te breken met het eeuwige vroeg opstaan (onze wekker staat bijna standaard op een uur of half 7), een beetje uitgeslapen en vandaag een dagje Cuenca gepland. Eerst maar naar het Museo Pumapungo, met verschrikkelijk lelijke religieuze kunst, stoffige munten en bankbiljetten en fraaie beelden van alle delen van Ecuador, met als hoogtepunt ¨shrunken heads¨ van de Shuar uit de Amazone. Buiten het museum liggen de ruines (lees: fundamenten) van de Inca-stad Tomebamba, die we daarna bezoeken. We treffen het, want we lopen tussen drie verschillende schoolklassen, die ons meteen weer laten merken hoe bijzonder je wel niet bent met blond haar (ik) of bijna 1,90 in een land waar de gemiddelde man niet boven de 1,70 uitkomt (Jelger). Geroezemoes als we langslopen en een schoolklas met kids van rond de 12 proberen hun Engels op ons uit: ¨Hé mister!¨en meer van dat. Als ik in het Spaans vraag ¨No puedes hablar mas Inglés?¨ (Kun je niet meer Engels spreken?), maak ik indruk, staan ze met de mond vol tanden en lopen wij lachend weg. De andere groepen zijn pubers van rond de 15-16, waar telkens een golf van opwinding door de groep gaat als we langslopen. De puberjongens lopen spontaan wat stoerder en de meiden zijn, wonderwel, nogal onder de indruk. Op een gegeven moment beginnen de meiden zelfs foto´s van ons te maken, zonder onze goedkeuring, maar niet lang daarna komt een begeleider naar ons toe en vraagt of we met de meiden op de foto willen. Goed, ijdel als we zijn en verguld met zoveel aandacht, gaan wij met de een na de ander op de foto. Je voelt je wel een enorme attractie, maar het is wel weer een leuk verhaal om te vertellen op feesten en partijen.

Na het museum komen we tot rust in het historische centrum van Cuenca. Eerst lunchen we bij Govinda´s, waar je echt een uitstekende set lunch (almuerzo) voor 2,25 dollar kan krijgen: soep, rijst met groente (een ware luxe) en een jugo of yoghurt. Daarna alle kerken, pleintjes en andere bezienswaardigheden van Cuenca bekeken en een tour naar Cajas geboekt. ´s Avonds Mexicaans gegeten en weer vroeg naar bed, want al dat vroeg opstaan breekt ons toch steeds weer op en de volgende dag zou het weer vroeg vertrekken zijn!

Om kwart over 8 worden we door gids Gustavo (aangeraden door Lisa vanwege zijn enorme natuurkennis en na ons verzoek op de groep gezet) en de rest van de groep (2 Zwitsers, een Britse, een Zweedse, een Duitse en twee Australiërs) opgehaald en 45 minuten later staan we in het lage gedeelte (ongeveer 3000 meter boven zeeniveau) van het nationale park Cajas. Hier maken we een wandeling rond een meertje, door prachtig nevelwoud, met leuke vogels en interessante verhalen van Gustavo. Na 1,5 uur vertrekken we naar het hogere gedeelte, eerst naar het hoogste punt op zo´n 4200 meter hoogte. Het hoge gedeelte bestaat uit páramo: grasland met meertjes, met her en der kleine bosjes. Het is het beste te vergelijken met een soort toendra, heide en Zwitserse bergen. Echt een prachtig, sprookjesachtig landschap wat je sterk doet denken aan bijvoorbeeld ¨Lord of the Rings¨. Op zo´n 3850 meter een wandeling van rond de 2,5 uur gemaakt en, het was inmiddels een uur of 2, op naar de lunch: vers gevangen forel met heerlijke gefrituurde yuca, met aardappelsoep vooral. Perfect geregeld, uitstekende gids en een prachtige dag. Een van mijn hoogtepunten in Ecuador!

Terug in Cuenca begint het grote wachten. We hebben een nachtbus naar Quito om kwart voor 10, dus we kaarten, lezen en eten nog in het hostel (we komen Wilson van de groep uit de jungle nog tegen, waar we een tijd mee praten) en pakken dan de taxi naar de terminal. De busmaatschappij was ons aangeraden door Wilson als zeer betrouwbaar en we zien waarom. Alle passagiers worden om security-redenen gefilmd, er zijn 3 ipv één assistent en de bus is erg comfortabel. Een uur na vertrek worden we gestopt door het leger, een routine-controle. Gelukkig blijkt dat als je zelf rustig bent, die mensen ook rustig zijn. Ik maak een babbeltje met een militair en al snel gaat dat over Holanda. Terug in de bus slapen we redelijk en zijn we rond 7 uur weer in Quito, waar we een douche nemen in het hostel en eigenlijk best fit zijn.

Nog maar twee dagen voor Jelger en vandaag willen we niet te gek doen. We gaan naar de evenaar, ongeveer 1 uur met openbaar vervoer. De Franse onderzoeker La Condamine heeft in 1731 de evenaar bepaald op een plek die zo´n 300 meter ten zuiden van de ware evenaar ligt. Best knap, zeker voor die tijd! De vorige keer ben ik met Anne en Sandy naar het monument op de locatie van La Condamine geweest, maar nu wilden we naar het echte midden van de aarde. In het museum kregen we nogal wat bewijzen voor de kiezen om te laten zien dat dit echt de evenaar is. Je kan een ei op een spijker laten balanceren, het water draait verschillend en je verliest je evenwicht op het midden van de evenaar. We vinden het echter niet bijzonder dus gaan daarna snel weer terug naar Quito. We boeken weer een tour voor Cotopaxi en zien Mette nog eventjes. Verder weer vroeg naar bed, want om 6 uur moeten we er weer naast staan!

Weer een vroege wekker, ruim op tijd voor de pickup. We zijn met een grote groep, bestaande uit een Argentijn, Duitsers, Fransen, Polen, een Portugees en nog een Nederlandse. Als we vertrekken lijkt het weer prachtig,maar al snel betrekt het. Gelukkig kan het weer hier snel veranderen, want als we uiteindelijk echt dichtbij de berg komen klaart het snel op en hebben we een prachtig uitzicht op de hoogste actieve vulkaan ter wereld! Vanaf de parkeerplaats op 4500 meter hoogte lopen Jelger en ik in ongeveer een half uurtje naar de refuge op 4820 meter. Voor de lunch klimmen we nog wat meer, tot ongeveer 4900 meter (hoger dan waar dan ook in Europa) maar dalen daarna weer af. Jelger voelt de hoogte behoorlijk en na de lunch dalen we zo snel mogelijk af. Op de parkeerplaats springen we op de fietsen voor de afdaling. Ik zie Jelger nog in het begin, maar hij blijkt (zoals eerder in Baños ook al) de betere fietser. Ik ga in bocht 1 onderuit, met een pijnlijke blauwe plek op mijn bovenbeen tot gevolg. Jelger komt als 2e aan bij de lagune, ik kom 10 minuten later. Vanaf de lagune besluit Jelger nog verder te fietsen, ik heb het wel gehad. Uiteindelijk zijn we om half 7 weer terug in Quito, moe en eten snel ons laatste gezamelijke maal in Quito. Om 10 uur gaan we weer slapen, morgen vliegt Jelger heel vroeg!

Tot zover even het verslag van de week, ik bereid een volgend verslag voor over 3 maanden Ecuador. Nu eerst foto´s uploaden!