zondag 1 mei 2011

El pico, la selva y el final (het hoogtepunt, het oerwoud en het einde)

Hola padres, familia, amigos y amigas,

Eigenlijk was ik niet meer van plan iets te gaan schrijven, maar aangezien ik nogal wat tijd moet doden voor mijn vlucht gaat, toch nog een verhaal vanaf locatie! Het einde is nu bereikt en eigenlijk heb ik daar ook wel behoefte aan. Normaal gesproken voel je het bij een drieweekse vakantie de laatste drie dagen de drang naar huis te gaan. Nu ben ik ruim 5x zo lang weg geweest, maar die drang kwam ongeveer op het zelfde moment. Al drie weken wil ik wel naar huis, gelukkig had ik nog twee hele belangrijke en prachtige dingen voor de boeg: Inca Trail & Machu Pichu en de Peruaanse Amazone!

Ik begin nog even in Arequipa, voor het idee: het is 17 april, zondag, Palmzondag om precies te zijn. Wat het precies inhoudt weet ik niet, zoveel bijbelkennis heb ik helaas niet, maar het is precies een week voor Pasen. Volgens mij is het de intocht van Jezus in Jeruzalem, maar ik kan gecorrigeerd worden! Aangezien Peru een op-en-top katholiek land is, wordt dit uitgebreid gevierd en vormt het ´t begin van de heilige week, Semana Santa, die eindigt met Paaszondag. Buiten het internetcafé had zich op het centrale plein van Arequipa een grote optocht gevormd, waarin Jezussen, Marias en religieuze symbolen werden meegetorst. Bijzonder om te zien en eigenlijk een beetje Lourdes-achtig. Veel tijd om na te genieten hadden we niet, we moesten vroeg de nachtbus naar Cuzco pakken. Dit was met de volgens Jesus (nu de gids, niet de profeet) de beste busmaatschappij van Peru, Cruz del Sur. Hij had weinig teveel gezegd: prachtige stoelen (bijna fauteuils), die praktisch horizontaal konden, eten en een goede film. Voor een impressie: http://www.cruzdelsur.com.pe/suite.php.

Om 5 uur in de morgen kwamen we in Cuzco aan, ik had weinig geslapen en onze kamers in het hotel waren nog niet gereed. Eerst dus een korte tour met Jesus door Cuzco, waarna we rond 8 uur de kamer in konden en sliepen tot een uur of 11. De rest van de dag rustig aangedaan, lekker geluncht, drankje gedaan en door de stad geslenterd. Om 3 uur was voor het selecte gezelschap voor de Inca Trail (Deense Maiken en Louise, Brit Chris en mijzelf) de briefing. De rest van de groep (Noor Yngve, Britse Jenni & Sophie en Oostenrijkse Sabrina) zou de Salkantay-trek doen, Lisa de Lares-trail. De briefing was kort en bondig, gids Miguel was duidelijk een man van weinig woorden. We zouden 7 porters met ons hebben en we mochten 7 kilo aan bagage aan ze mee geven. Na de korte briefing waren we weer vrij, maar nog steeds moe en besloten vroeg naar bed te gaan. Mijn vertrek stond gepland voor half 6 de volgende morgen!

De wekker ging erg vroeg, het water bleek uitgevallen te zijn, maar gelukkig net weer te lopen voor mijn douche. Het begon met een ritje van ongeveer 1,5 uur naar Ollantaytambo, een dorpje groot geworden door toerisme van mensen op weg naar Macchu Pichu en met enkele prachtige Inca-ruïnes op de hellingen rondom. Hier werden inkopen gedaan (waaronder een stok voor slechts 3 Sol, handig voor met name bij het afdalen) en daarna reden we nog een 15 km door naar het beginpunt, Piscacucho. Hier hebben we vooral 1,5 uur doorgebracht in de wachtrij om de trail op te komen en tegen een uur of half 11 konden we de brug oversteken, over de Urubamba-rivier, en de Inca Trail was begonnen! De eerste dag was relatief eenvoudig. Het beginpunt ligt op 2600 meter hoogte, onze eerste camping op 3000 meter. Het landschap bestaat hier voornamelijk uit struikgewas met cactussen, eindigend in een vallei met wat nevelwoud. Met de enorme drukte viel het mee, elke dag lopen ¨slechts¨ 120-130 toeristen de Inca Trail. Aangezien zich dat tijdens het wandelen aardig uitspreidt, merk je er weinig van. Her en der zitten nog wel indigena´s met flesjes water en snacks, om de wandelaars van energie te voorzien. Na een wandeling van 2 uur kwamen we aan bij de lunchplek, waar de porters twee tenten hadden opgezet (een kook- en een eettent) en ons een heerlijk maal voorschotelden. Tegen 5 uur kwamen we aan bij de eerste camping, Wayllabamba, waar onze tentjes waren opgezet en we even tijd hadden om uit te rusten van de ongeveer 12 km lange wandeling. Na het avondeten was de pijp snel leeg en rond 8 uur lagen we dan ook in onze tentjes.

Om half 6 werden we gewekt door onze porters met een kopje thee, getrokken van coca-bladeren. Dat helpt tegen de hoogteziekte, maar is na een koude nacht vooral een lekkere opwarmer. Na het ontbijt begonnen we aan de zwaarste dag. Na 2 uur flink doorlopen en 700 meter te stijgen. Inmiddels waren we wat verspreid geraakt: Maiken en Louise liepen achteraan, Miguel in t midden en Chris en ik vooraan. Toen ik even stopte, raakte Chris mij kwijt, dacht dat iedereen op de rustplaats al weg was en liep door. Niets was minder waar, hij was nummer 1. Een dikke 10 minuten later kwamen de rest (wij) aan bij de rustplaats, Miguel wist Chris gelukkig nog te spotten op de weg naar boven. Louise, Maiken en ik namen daarentegen wel een ruime pauze, om energie te vergaren voor de hoogste pas van de trail, Warmiwañusca oftewel Dead Woman´s Pass. Vanaf de rustplaats nog 500 meter stijgen, erg stijl in een klim van 1,5 kilometer, naar een adembenemende 4200 meter hoogte. Na het begin stond ik in 45 minuten boven, ik kon merken dat 3,5 maand in Zuid  Amerika, waarvan vele weken boven de 2,5 km hoogte, mij een goede conditie hadden gegeven. Op de pas stond Chris luidt juichend te wachten, hij was er al minstens een half uur en redelijk door de hoogte bevangen. Na iets teveel op coca-bladeren gekauwd te hebben (die je hersens weer zuurstof geven en verkwikkend werken) stuiterde hij op en neer. Een kwartier na mij was Louise er ook, nog een kwartier later was Maiken er om gezamelijk te poseren voor het bordje. Het lastigste punt was gehad, 1200 meter stijgen in 5 kilometer wandelen! Een gemiddeld stijgingspercentage 24% over enorm hoge Inca-traptreden.

Hierna begon de afdaling van 5km naar ons volgende kampement, op 3600 meter hoogte. Dat afdalen over Inca-traptreden nog niet meevalt, bleek nu. Met pijnlijke en piepende knieën kwamen we aan bij het kamp, behoorlijk moe van zoveel stijl stijgen en dalen. Na de lunch kroop de rest in de tent om te slapen, ik ging nog een wandeling van zo´n 5km lopen. Tegen 6en was ik terug en kon meteen aanschuiven voor het avondeten. Na het eten genoten we van de volstrekt heldere hemel, met een duizelingwekkend aantal sterren. Na een uur genoten te hebben van de sterren, kropen we in onze bedjes. Van 9 tot 11 kon ik goed slapen, maar ik werd om 11 uur wakker van de enorme kou. Het was misschien 2,3 graden boven nul en als je eenmaal koud bent, wordt je niet meer warm, zelfs niet met muts, handschoenen, lange onderbroek en fleece aan.

Nauwelijks geslapen dus, harde grond en net toen ik weer sliep, kwamen de porters met een lekker kopje thee. Weinig slapen dus, maar er moest vandaag wel 16 km gelopen worden. Bovendien had ik een pijnlijke knie, vermoedelijk van een combinatie van stijl dalen, een harde grond en de kou. Dat wordt nog leuk. Gelukkig viel het reuze mee, was ik vlot bij de eerste pas en in flinke pas liep ik door naar het volgende stoppunt, de ruïnes van Sayaqmarca. Hier spendeerden we ruim een half uur. Inmiddels was het landschap vooral páramo, het vochtige grasland van de hoge Andes, met her en der de sprookjesachtige Polylepis(¨Veelblad¨)-bosjes. Vlakbij de ruïnes was onze lunchstop, waar weer een heerlijk maal op ons wachtte. Na de lunch was het voornamelijk op en neer naar de volgende pas op 3700 meter hoogte, vanaf waar de stijle (en dan bedoel ik écht stijle) afdaling naar de laatste camping op 2500 meter begon. Al snel veranderde de páramo in subtropisch nevelwoud en na 1,5 uur dalen kwamen we aan bij de prachtige terassen van Wiñay Wayna. Om 4 uur kwamen Chris en ik als eerste bij het kamp aan, onder luid applaus van de porters, die natuurlijk met hun zware last veel eerder gearriveerd waren. Hier hadden we ons laatste eten, praatten nog lang met onze uitstekende, humoristische gids Miguel en sliepen rond een uur of 9. Morgen zou het echte doel bereikt worden, Macchu Pichu!

Al om half 4 moesten we op, omdat de dragers met al het materiaal om half 6 de trein beneden bij de rivier moesten pakken. Half wakker werd de tent bijna boven ons hoofd afgebroken en om half 5 sprintten de dragers de paden af. Wij moesten nog een uur wachtten, want de poort zou pas om half 6 open gaan. Inmiddels regende het lichtjes, de nacht ervoor was de hemel opengebroken. Welkom in het nevelwoud! De wandeling naar de befaamde Sun Gate (Intipunku), waarvandaan je voor het eerst Macchu Pichu kan zien, was erg nat. Het regende vrijwel constant en het lopen was voornamelijk in file, wat erg vervelend is als je veel sneller wilt dan je voorganger. Te langzaam lopen is ook niet goed. Bij de Sun Gate bleek het door de regen enorm mistig (al was het wel droog): er viel misschien 20 meter ver te kijken. Het was zo mistig, dat de llama aan de andere kant van de ruïnes soms niet te zien was. Na een half uur vruchteloos wachten besloten we verder te gaan en na een uurtje, rond half 8, bereikten we eindelijk Macchu Pichu: nog volledig in de mist en met relatief weinig toeristen. Felicitaties van Miguel, want we hadden de Inca Trail volbracht en ik durf te zeggen: het absolute hoogtepunt van mijn reis! Voor formele redenen moesten we eerst het terrein af, om vervolgens weer binnen te komen. De welverdiende koffie bij de poort smaakte prima, maar het viel ons al wel op: wat een toeristen! Vanwege de feestweek van de Peruanen was het extra druk en er zouden naar schatting 2500 mensen naar binnen gaan. Voor het idee, in het oude Macchu Pichu woonden 2000 mensen!

Rond een uur of 9 nam Miguel ons mee voor een rondwandeling over de inmiddels zonbeschenen ruïnes. Met Miguels informatie was het bijzonder interessant en Macchu Pichu is erg prachtig, maar het aantal toeristen is stuitend (ok, ik ben er zelf ook). En toeristen zijn niet erg, maar wel toeristen die geen enkel idee hebben waar ze zijn. Lopend langs vele andere tourgroupen was het stuitend om te horen hoe weinig mensen echt wisten waar ze waren. Peru is een prachtig land, maar het is helaas zo populair dat het ook mensen aantrekt die beter in Spanje op het strand kunnen liggen. ¨Ignorant¨ is in het Engels het juiste woord. Op de ruïnes maakten we nog de obligate toeristenfoto op het ¨postcard point¨ en we kwamen Lisa met haar groep nog tegen, die net aan de rondleiding begonnen.

Rond twaalven hadden we het wel gezien, pakten de bus terug naar Aguas Calientes (Macchu Pichu Dorp). Ik weet nog de foto´s van heit, die hier ruim 30 jaar geleden was en toen het dorp al toeristisch vond. Wat je nu zag, tart alle beschrijving. Een dorp vol restaurants, hotels en toeristenwinkels, zonder praktisch één gebouw zonder een toeristische bestemming. Met alles wat er bij toerisme hoort: slappe pizza´s, waterige koffie, goedkope toeristenmenu´s met belabberde kwaliteit en hoge prijzen. Bij de lunch vierden we het afronden van de trail met een welverdiend biertje, wat ook meteen goed aankwam. In het hotel zo snel mogelijk een douche gepakt, de eerste na 4 dagen en hoognodig. Gelukkig had ik nog schone kleren! Na het opfrissen wat aangeklungeld en ´s avonds met z´n 4en en Lisa ondervonden dat de toeristenmenu´s ook inderdaad waardeloos zijn. Vroeg naar bed, de volgende dag zouden we met de trein teruggaan.

Omdat de trein pas om 11 uur zou gaan, spendeerde ik de eerste uren van de dag langs de Urubamba-rivier met het zoeken naar vogels. Om 11 uur pakten we de trein terug, een prachtige rit langs de Urubamba-rivier naar Ollantaytambo. Na een uurtje stopte de trein tot ieders verbazing. We kregen een schattige lunch geserveerd, duidelijk gericht op het hogere publiek. Daarna kwam er een man verkleed als lokale duivel een belachelijke show opvoeren en tot overmaat van toeristische, genante ramp voerden de steward en stewardess een modeshow op met kleding van alpaca-wal. Dit stemde de Chinezen tot tevredenheid, die overigens verder een totale desintresse uitstraalden met veel slapen en games spelen op de iPad. Hoofdschuddend zagen wij dit aan, het volgende toppunt van genant toerisme. Gelukkig waren wij wel geïnteresseerd in het landschap en hingen genietend uit het raam. In Ollantaytambo werden we opgepikt door de taxi, die ons terugbracht naar Cuzco.

In Cuzco besloot ik met Lisa een kop koffie te nemen op het Plaza de Armas en te genieten van de smalle, kronkelende klinkerstraatjes die van Cuzco de charmanste stad van Zuid-Amerika maken. We ontdekten een Nederlands eetcafe, El Cholandes (http://www.el-cholandes.webs.com/). Overmant door nostalgie besloten we hier die avond te genieten van echte Hollandse snacks als Hollandse patat, bitterballen en kaassouflés, in een oranje decor met plaatjes van koeien, klompen en Beerenburg in de drankkast. Na deze vlaag van heimwee ging het kaarsje snel uit, de volgende dag (zondag 23 april) was er eindelijk gelegenheid om uit te slapen.

Na heerlijk uitgeslapen te hebben, besloten Lisa en ik te gaan ontbijten bij het immens populaire Jack´s Café. Elke dag staan er lange rijen om bij dit ultieme ¨gringo-café¨ in te komen, wij konden gelukkig aan de laatste vrije tafel aanschuiven. Jack´s Café was goed, maar rechtvaardigde niet waarom mensen hier soms tijden voor wachten om binnen te komen: er zijn genoeg andere leuke, lekkere en goedgeprijsde zaakjes in Cuzco. Daarna besloten we naar Christo Blanco, het grote Jezus-beeld boven de stad te gaan voor een prachtig uitzicht op Cuzco. Hier hadden we een goed uitzicht op de belangrijke Inca-ruïnes van Saqsaywayman, maar acute ruïne-moeheid na ruim 3 weken Peru zorgde ervoor dat we een bezoek aan ons voorbij lieten gaan. ´s Avonds was het laatste gezamelijke avondeten, want maandags zou de groep in 3en splitsen. Maiken, Louise, Chris en ik zouden naar de jungle gaan, Yngve, Sabrina, Jenni en Sophie vervolgende de reis naar Puno en Lisa zou alleen verder reizen naar Bolivia. Chris en Maiken waren echter te ziek om mee te komen en Louise haakte tijdens het eten af. In het chique-restaurant genoot ik van een werkelijk perfect gebakken alpaca-steak voor omgerekend 9 euro. Voor Peruaanse begrippen duur, maar voor de kwaliteit echt een koopje! Hier namen we ook alvast afscheid van onze fantastische gids Jesus, die in de afgelopen twee weken ons fantastisch had geholpen, voor goede sfeer had gezocht. Overladen met ruime fooien, want ¨going Dutch¨ betekent misschien dat je geen fooi geeft, als je echt goede service krijgt dan zijn we heus niet zuinig.

De volgende dag werd ik wakker en zag twee lodderigkijkende Deenses in de lobby. Jesus had flinke wallen van het weinige slapen, want het was een hectische nacht geweest. Chris had al in Lima een bacterie opgelopen en was wederom flink ziek geworden. In de nacht was er een dokter gekomen, die hem praktisch had verboden naar de jungle te gaan. Omdat ook Maiken en Louise ziek waren, kregen die ook een bezoek van de dokter, maar beide kregen slechts het advies na te denken om niet naar de jungle te gaan. Ik zou toch niet helemaal alleen gaan?! Gelukkig liep het zo´n vaart niet, beide waren enigszins hersteld en gingen mee, maar Chris bleef in Cuzco. Jesus was duidelijk van slag om hem zo alleen achter te laten, Chris kwam ons met een snik in z´n stem gedag zeggen (de jungle was de grote reden naar Peru te komen) en eigenlijk kregen wij van het zien van hem ook een brok in de keel. Lijkbleek, zich duidelijk groot houdend, maar enorm gedesillusioneerd. Gelukkig bleef Lisa tot een uur of 9 ´s avonds in Cuzco, zodat ze hem in de gaten kon houden en hij nog niet helemaal alleen was. Om half 9 in de morgen vertrokken Maiken, Louise en ik naar het vliegveld om het vliegtuig naar Puerto Maldonado te pakken.

Rond 11 uur waren we na een vlucht van zo´n 40 minuten midden in de vochtige, maar niet zo hete (een graad of 28) jungle. In het bureau van de reisorganisatie ontmoetten we onze groepsgenoten, een Canadese familie met een vriendelijke vader, een verschrikkelijke egocentrische en overdreven moeder, een chagrijnige en zich aan haar moeder ergerende dochter en haar vriend, die vooral totale desintresse uitstraalde. Gelukkig maakte onze enorm enthousiaste gids Paula (of Paulita, zoals ik haar liever noemde, omdat ze de jongste gids van de lodge was) veel goed. Na een rit van ongeveer een klein uur kwamen we aan bij de ¨haven¨, waar we in de kano stapten voor de 3 uur lange boottocht over de Tambopata-rivier naar de lodge (voor een impressie: http://www.perunature.com/tambopata-lodges/refugio-amazonas).

Op de boot kregen we onze lunch verpakt in een bananenblad: de organisatie wilde zo weinig mogelijk afval maken om zo ecologisch verantwoord te blijven. De boottocht leverde vele diersoorten op, waaronder brulapen, witte kaaimannen , capibaras (de grootste knaagdieren ter wereld) en dichtbij de lodge de grappige, bebaarde Dusky Titi Monkeys. Na ons geïnstalleerd te hebben in onze prachtige kamers (met slechts 3 muren, waardoor je vanuit de hangmat uitzicht had op de jungle om de kamers), schoven we om 7 uur aan voor het diner. Na het diner was er nog een korte zoektocht naar kaaimannen langs de rivier: we vonden vier. Om een uur of 10 doken we onze heerlijke bedden in, onder de klamboe, want veel muggen waren er wel.

Vroeg op vandaag, want we zouden naar de papegaaien ¨clay lick¨ gaan, waar papegaaien op een modderwand komen om modder te eten. Een unieke kans om ze te zien, want anders zie je ze vooral overvliegend. Helaas bleken ze zich niet aan de afspraak gehouden te hebben en was er praktisch niets te zien, zodat we rond 11 uur zonder resultaat terug waren in de lodge. Gezien de fikse hitte werd er een rustpauze ingelast tot een uur of half 4. dit tot grote onvrede van de Canadese moeder, die op hoge poten verhaal ging halen bij de manager. Het had effect, want om 2 uur vertrokken ze met Paulita voor een ander programma. Bij het avondeten zei ze dat ze ons niet wilde benadelen, maar waar voor haar geld wilde. Gelukkig liet ze niet toe dat wij ook meegingen, maar gelukkig besloten we geen aandacht aan haar te besteden. Ik besloot zelf in het bos rond te gaan lopen en dat leverde meteen leuke beesten op als agoutis en de zeer lastig te zien te krijgen tinamu.Wij gingen zelf naar de fruitfarm aan de overkant, waar op de lodge veel van haar vruchten en noten vandaan haalt. We proefden rijpe sterrevrucht (wat je in Nederland krijgt smaakt echt nergens naar!) en andere exotische vruchten als araza, kokosnoten en meer. Tegen de avond waren we terug, gelukkig hadden de Canadezen het ook leuk gehad, al viel dat alleen aan de vrolijke vader te merken.

De tweede en laatste volle dag in de jungle begon al om 4 uur, omdat Paulita met ons de zonsopkomst vanaf de ¨canopy tower¨ (een toren van 30 meter tot boven de boomkruinen) wilde bekijken. Naast een prachtig uitzicht over het regenwoud zagen we verscheidene ara´s langsvliegen. Hierna wandelden we naar een klein meertje, waar we even op peddelden en daarna terug gingen. Deze wandeling leverde erg veel fraaie beesten op, waarvan met name de nachtapen en de trompetvogel zelden gezien worden. Terug bij de lodge besloot ik nog wat rondjes door het bos te lopen voor en na de lunch, in de middag keerden we terug naar de canopy tower voor prachtige blikken op papegaaien en toekans.

Onze jungle trip zat er hier mee op, op donderdag pakten we om half 12 het vliegtuig terug naar Lima. Daar aangekomen nam ik afscheid van de laatste groepsgenoten, Maiken en Louise, met wie ik een hele leuke tijd had gehad. Op het vliegveld stond een taxichauffeur om me op te pikken en naar mijn hostel, Loki, te brengen. Met name Anne was hier erg enthousiast over geweest en het is het party hostel van Lima. Nu was ik vooral bezig met naar huis gaan en had weinig trek in feest, dus Loki en ik bleken geen gelukkig huwelijk. Al om 9 uur lag er een dronken kamergenoot half te kotsen van de bierspelletjes, de volgende morgen bleek iedereen enorm naar drank te stinken en niet uit bed te branden. De warme douche (in de jungle was het alleen koud) was echter goed en ik zou de volgende dag toch weg gaan, dus het was overkomelijk.

Vrijdag werd ik om 3 uur opgehaald door Wim ten Have, een Nederlander die al 13 jaar in Peru woont. Begonnen als ¨gewone¨ reisgids, begon hij na enkele jaren Tanager Tours, een vogelreisorganisatie. Inmiddels doet hij weinig meer, maar wilde mij voor een zacht prijsje nog wel meenemen voor een dagje in de Andes bij Lima. Na een rit van ongeveer 2 uur kwamen we aan bij ons onderkomen voor die dag, in het dorpje Santa Eulalia. Hier aten we bij de eigenaar en praatten tot diep in de nacht. De volgende dag was het echter al om kwart voor 5 weer opstaan, omdat we op tijd moesten zijn voor de eerste vogelactiviteit!

Na een 1,5 uur durende rit door het donker waren we bij de eerste vogellocatie, waar we ongeveer een uurtje spendeerden. Daarna reden we nog een dik uur omhoog, om daarna een uur of 3 te vogelen langs de weg bij het dorpje San Pedro de Casta. Rond een uur of 1 besloten we terug te keren over de slechte, onverharde weg. Bij het stijlste stuk merkte Wim dat zijn rem gek deed: om te kunnen remmen, moest hij de rem eerst volledig intrappen, om vervolgens langzaam te kunnen remmen. Dit zorgde ervoor dat de afdaling met enige horten en stoten ging: naast de weg, zonder vangrijl, gaapte het ravijn van tientallen meters diep. Gelukkig bleken de problemen veroorzaakt door de hoogte (Wims auto was niet nieuw meer en de hoogte doet gekke dingen met de vloeistoffen in een auto) en kon Wim me geruststellen. Eerder had hij me al gerustgesteld met de mededeling dat hij ook nog niet dood wilde, aangezien hij mijn gespannen blik en houding had opgemerkt. Rond 5 uur waren we weer terug in Miraflores, waar ik me installeerde in mijn privékamer voor de laatste nacht in Zuid-Amerika.

Goed, en dan is het zondag 1 mei. Om kwart voor 12 vanavond vlieg ik naar Houston, waar ik om half 6 aan zal komen. Dan is het een afschrikwekkende 10 uur later voordat mijn vlucht naar Amsterdam vertrekt, waarna ik om 8:20 uur op Schiphol ga landen. Op dinsdag wel te verstaan, na een dikke dag onderweg te zijn. Het is mooi geweest, ik heb fantastische dingen gezien, ik spreek nu redelijk Spaans, ik heb leuke, grappige, aparte en hele dierbare mensen ontmoet, ik heb wat meegekregen van de Zuid-Amerikaanse cultuur en veel over mijzelf geleerd. Ik ben blij dat ik veel dingen van te voren had geregeld met vastgelegd gezelschap, want ik ben niet helemaal het type om alleen te backpacken. Telkens dezelfde gesprekken voeren, nieuwe mensen ontmoeten, energie daarin steken, ze daarna nooit weer zien, het is niet helemaal mijn ding. En na 4 maanden trekt Nederland toch ook wel weer. Gelukkig heb ik een leuk vooruitzicht: 7 mei kan mijn voetbalteam, The Knickerbockers 8, kampioen worden. Dat belooft een groot feest te worden met studenten, bier, stropdassen, champagne en nog meer, ongetwijfeld heel veel bier. Een mooi besluit van 5 fantastische jaren bij de leukste studentenclub van Nederland en een prachtige thuiskomst!

Bedankt voor het lezen, maar stop niet met volgen. Ik zal ervoor zorgen dat er nog een hoop foto´s online komen en zal nog een laatste blog schrijven als alles een beetje bezonken is. Iedereen bedankt voor de reacties! Hasta luego, chau, buenas noches en wat niet meer!

Redmar

Geen opmerkingen:

Een reactie posten